Zo’n 200 miljoen jaar geleden stond het gebied dat nu Noordwest-Europa heet tienduizenden jaren lang in brand. De planten die in dit helse landschap leefden, bleken daarbij niet helemaal onschuldig.
Onderzoekers aan de Universiteit Utrecht hebben gereconstrueerd hoe het er in Noordwest-Europa aan toeging tijdens de zogeheten eind-Triasextinctie. Deze ramp begon toen het supercontinent Pangea uiteenbrak. Bij die breuk kwamen gigantische hoeveelheden lava en broeikasgassen vrij, die de temperatuur met vijf tot tien graden omhoog joegen. Dat was genoeg om ecosystemen wereldwijd te ontwrichten. De bossen die het landschap domineerden, verdwenen tijdens deze periode. Op de kale bodem kregen varens daarna vrij spel.
Die varens waren hun eigen ergste vijand. Omdat ze overleefden waar andere planten stierven, werden ze extreem dominant. Diezelfde eigenschap speelde hen parten. Wanneer dichte varenmatten uitdrogen, vormen ze namelijk een dikke laag brandstof. Tegelijkertijd verstikken ze andere planten.
En anders dan bomen laten varens zich door brand niet zomaar wegvagen. Bovengronds branden ze af, maar vanuit hun ondergrondse wortelstelsel schieten ze snel weer omhoog. Zo ontstaat een vicieuze cirkel, een helse kringloop die volgens de auteurs van de studie tussen de 40.000 en 300.000 jaar aanhield.
Een natuurlijke brandmelder
De onderzoekers konden dit achterhalen door te kijken naar boorkernen uit vier locaties. Naast de gebruikelijke sporen van brand, zoals houtskool en moleculen uit rook, vonden ze daarin iets onverwachts.
Normaal verkleuren fossiele stuifmeelkorrels en plantensporen naarmate ze dieper begraven raken. Hoe dieper, hoe warmer en hoe donkerder ze worden. Maar in deze kernen zagen de wetenschappers een heel ander patroon. Tijdens de onderzochte periode werden de korrels ineens diep donkerbruin. Daarna lichtten ze weer op tot geel.
Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!
De donkere zone verscheen in alle vier de boorkernen op exact hetzelfde moment. Dat is opvallend, want alle onderzochte plekken hebben elk een heel andere geologische geschiedenis. Er moest dus een kracht van buitenaf aan het werk zijn geweest.
De onderzoekers gebruikten daarvoor een simpele maatstaf: de zogeheten Palynomorph Darkness Index. Met een camera op een microscoop maten ze de precieze kleur van elke korrel, in totaal zo’n 15.000 keer. Vervolgens vergeleken ze stuifmeel van bomen met sporen van varens om uit te sluiten dat het om een eigenschap van een bepaalde plantengroep ging. Alle groepen vertoonden dezelfde verkleuring. Dat is bewijs voor een oorzaak van buitenaf. De donkere zone viel bovendien precies samen met de piek in houtskool en rookmoleculen. De verkleurde korrels toonden met andere woorden aan dat er in een bepaalde periode langdurig grootschalige branden plaatsvonden.
Een waarschuwing voor het heden
Deze varenexplosie ontstond door een samenloop van omstandigheden, waaronder ontbossing, bodemerosie, de opwarming van de aarde en de branden zelf. Dat maakt het verhaal actueel. Ook vandaag verandert het klimaat namelijk in sneltempo. Dat betekent niet per se dat we binnenkort in een vuurzee moeten overleven. Het toont vooral aan dat klimaatverandering onverwachte effecten kan hebben die duizenden tot honderdduizenden jaren aanhouden.
Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!


