Napata groeide uit tot een machtig centrum van de Koesjieten. Nieuw onderzoek laat zien dat de Nijl daar een belangrijke rol in speelde.
De oude stad Napata lag in wat nu Soedan is, aan de voet van de Djebel Barkal. Die rots was voor de Koesjieten een heilige plek. Rondom verrezen tempels, paleizen en piramides. Maar waarom kon juist daar zo’n belangrijk centrum ontstaan? Een nieuwe studie wijst op een factor die lang onderbelicht bleef: het gedrag van de Nijl.
Zes Cataracten
De Nijl gedraagt zich in Soedan anders dan in Egypte. De Nijl wordt op zes plekken onderbroken door stroomversnellingen, rotsen en eilanden. Zulke zogenoemde ‘cataracten’ maken reizen lastiger en kunnen nederzettingen van elkaar scheiden. De eerste cataract ligt in het zuiden van Egypte, vlakbij Aswan. De overige vijf liggen allemaal in Soedan. Vlak stroomopwaarts van Napata ligt de vierde cataract.
Onderzoekers van de University of Michigan onderzochten daarom de bodem onder en rond Napata. Hun conclusie: de cataract remde vroeger de kracht van het water af. Daardoor kon de rivier bij Napata veel sediment laten vallen, waardoor een riviervlakte ontstond. Dat is een gebied dat alleen overstroomt raakt tijdens hoge waterstanden. De stad profiteerde van dat gebied, onder andere in de vorm van vruchtbare landbouwgrond en makkelijk toegang tot water. Tegelijkertijd beschermde de net iets hogere ligging van Napata de stad ook tegen overstromingen.
Boorgaten
Om dat te ontdekken boorden de onderzoekers 26 diepe gaten in de Nijlvallei. Sommige boringen gingen tot vijf meter diep, anderen gingen echter zelfs tot dertien meter diep. In de boorkernen zagen zij duidelijke lagen zand, klei, slib en grind. Die lagen laten zien hoe de rivier zich de afgelopen 12.500 jaar heeft gedragen. Gedurende de eerste 8000 jaar was de Nijl vooral bezig met het vinden van een weg door het landschap. Maar rond 4000 jaar geleden veranderde dat. De vallei nabij Napata begon zich juist te vullen met fijn materiaal. Zo werd de rivier rustiger en de vlakte vruchtbaarder.
De ouderdom van de lagen werd bepaald met een techniek die onderzoekt wanneer zandkorrels voor het laatst het daglicht zagen. Ook gebruikten de onderzoekers koolstofdatering en aardewerk uit de bodem. Zo konden ze de geologische lagen koppelen aan de geschiedenis van de stad. De resultaten zijn te vinden in PNAS.
Archeoloog Geoff Emberling zegt: “Helaas zijn dit soort onderzoeken nog niet zo vaak gedaan in Soedan, vooral omdat er relatief gezien minder wordt geïnvesteerd in onderzoeken die zich hier afspelen. Het is verleidelijk om te denken dat we de Nijl al goed kennen vanwege al het onderzoek dat in Egypte is uitgevoerd. Echter gedraagt de rivier zich heel anders in Soedan.”
Toch maakte de ligging Napata niet onkwetsbaar. De stad bleef afhankelijk van voldoende water in de Nijl. Als het klimaat droger werd en de rivier minder water bracht kon dat dus grote gevolgen hebben. De onderzoekers denken daarom dat klimaatveranderingen mogelijk hebben meegespeeld bij de latere verschuiving van de macht van Napata naar Meroë. Echter benadrukken ze ook dat dit niet alleen door de natuur werd bepaald. Politieke keuzes, religie en handel speelden ook een rol.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Hoe weten we dan hoe Egyptenaren vroeger al die verfijnde dingen maakten? en Graf van onbekende farao ontdekt in Egypte. Of lees dit artikel: Altijd al willen weten hoe een Egyptische mummie ruikt? Het is minder onaangenaam dan je zou verwachten .
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


