Nieuw onderzoek brengt herstel van zenuwschade bij MS mogelijk dichterbij

Meer dan 36.000 mensen in Nederland leven met multiple sclerose (MS), een chronische ziekte van het centrale zenuwstelsel waarvoor nog geen genezing bestaat.

Huidige behandelingen richten zich vooral op het afremmen van de ziekte en het verminderen van klachten. Maar wereldwijd zoeken wetenschappers ook naar manieren om beschadigde zenuwen daadwerkelijk te herstellen en daarmee mogelijk ooit MS te genezen.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

Een nieuwe studie van onderzoekers van de University of Notre Dame brengt dat doel mogelijk een stap dichterbij. De onderzoekers ontdekten namelijk dat niet elk experimenteel model even geschikt is om MS te bestuderen. Afhankelijk van de onderzoeksvraag blijkt het ene model beter te werken dan het andere. Die kennis kan onderzoekers helpen gerichter te zoeken naar nieuwe behandelingen.

Beschadigde isolatielaag

Bij MS valt het afweersysteem de beschermende isolatielaag rond zenuwuitlopers aan: myeline. Deze vetachtige stof werkt als het ware als het plastic omhulsel rond elektrische bedrading en zorgt ervoor dat zenuwsignalen snel en efficiënt door het lichaam worden doorgegeven.

Wanneer myeline beschadigd raakt, vertragen of blokkeren die signalen en kunnen de hersenen het lichaam niet goed meer aansturen. Welke klachten ontstaan, hangt af van de plek in de hersenen of het ruggenmerg waar schade ontstaat. Daardoor verschilt MS sterk per persoon. Extreme vermoeidheid komt bij vrijwel iedereen met MS voor, maar ook problemen met lopen, evenwicht, zicht, spierkracht en gevoel zijn veelvoorkomend.

Leestip: Dit is hoe beschadigde ‘isolatie’ rond zenuwen het brein uit de maat brengt

Omdat herstel van myeline (remyelinisatie) mogelijk beschadigde zenuwen zou kunnen repareren, geldt het als een veelbelovend doelwit voor toekomstige behandelingen.

Welk muismodel werkt wanneer?

Om te begrijpen hoe myeline beschadigd raakt en mogelijk herstelt, gebruiken onderzoekers vaak onderzoeksmodellen in muizen. Bruikbare weefselmonsters van mensen met progressieve MS zijn namelijk moeilijk te verkrijgen. De twee meest gebruikte modellen zijn CPZ en LPC. Onderzoekers wisten echter tot nu toe niet goed wanneer welk model de beste keuze is.

Hoewel beide modellen myelineverlies veroorzaken, doen ze dat op een andere manier. CPZ leidt over meerdere weken tot geleidelijke en wijdverspreide schade, terwijl LPC juist snel een lokale beschadiging veroorzaakt. En dat verschil blijkt belangrijk. “Als je wilt begrijpen wat er gebeurt met de cellen die myeline maken, bijvoorbeeld of ze beschadigd raken of proberen te herstellen, dan werkt CPZ beter”, legt neurobioloog Katrina Adams uit. “Wil je juist bestuderen hoe immuuncellen reageren op schade, dan lijkt LPC geschikter, omdat de ontstekingsreactie daar sterker is.”

Dichter bij de patiënt

Om te controleren hoe realistisch de modellen zijn, vergeleken de onderzoekers hun resultaten ook met menselijk MS-weefsel. Met genetische analyses brachten ze in kaart welke veranderingen optreden in verschillende celtypen wanneer myeline verloren gaat. Volgens Adams helpt dat om onderzoek beter te laten aansluiten op wat er daadwerkelijk in patiënten gebeurt. “Er zijn ontzettend veel mogelijke onderzoekspaden”, zegt ze. “Dus we willen zeker weten dat de richting die we kiezen ook echt relevant is voor mensen met MS.”

De onderzoekers zagen bovendien opvallende genetische verschillen tussen beide modellen. Sommige veranderingen zouden herstel van myeline mogelijk kunnen stimuleren, terwijl andere dat juist lijken te remmen. Welke rol deze genetische verschuivingen precies spelen, is nog onduidelijk en vormt een belangrijk onderwerp voor vervolgonderzoek.

Toekomstperspectief

De studie levert nog geen nieuwe behandeling op. Maar door beter te begrijpen welk model het beste past bij welke onderzoeksvraag, hopen onderzoekers sneller en gerichter therapieën te ontwikkelen die beschadigde myeline kunnen herstellen. En juist dat zou op termijn een belangrijke stap kunnen zijn richting behandeling van de onderliggende schade bij MS.

Wil je niets van Scientias missen? Volg Scientias op Google Discover dan zie je al onze verhalen!

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Categorieën:

Bronmateriaal

"A comparative transcriptomic analysis of mouse demyelination models and multiple sclerosis lesions" - Nature Communications
Afbeelding bovenaan dit artikel: maksymiv via Envato

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd