Het virus blijkt veelvuldig voor te komen onder Zweedse woelmuizen. Onduidelijk is nog of het ook een gevaar kan vormen voor de gezondheid van mensen.

De onderzoekers hebben het nieuwe coronavirus het ‘Grimsö Virus’ gedoopt. Daarmee is het vernoemd naar het gelijknamige in het midden van Zweden gelegen onderzoeksstation van waaruit de omringende bossen en daarin levende organismen al decennialang worden bestudeerd. Het nieuwe virus dat nu in het gebied is aangetroffen, behoort tot de betacoronavirussen, een geslacht waartoe ook het ons allemaal wel bekende SARS-CoV-2 behoort. Ook het in 2012 ontdekte coronavirus MERS – dat in datzelfde jaar verantwoordelijk was voor een uitbraak in het Midden-Oosten en Zuid-Korea – kan ertoe gerekend worden.

Wijdverspreid
Het nieuwe coronavirus is aangetroffen onder rosse woelmuizen, zo is in het blad Viruses te lezen. En onder die soort blijkt het ook al vrij wijdverspreid te zijn. “Tussen 2015 en 2017 troffen wij wat we het ‘Grimsö Virus’ noemen, consistent onder 3,4 procent van deze woelmuizen aan,” zo vertelt onderzoeker Åke Lundkvist. “Dat lijkt te suggereren dat het virus wijdverspreid is en veel voorkomt onder Zweedse rosse woelmuizen.”

De onderzoekers kwamen het virus op het spoor door in een tijdsbestek van enkele jaren 260 rosse woelmuizen rondom Grimsö te vangen en te testen op coronavirussen. Van de aangetroffen coronavirussen werd vervolgens de RNA-sequentie vastgesteld. En daarbij stuitten de onderzoekers dus op een ons nog onbekende sequentie.

Gerichte zoektocht
Dat onderzoekers momenteel gericht op zoek zijn naar (nieuwe) coronavirussen, is – zeker ook met het oog op de pandemie – goed te verklaren. Eén van de manieren om in de toekomst te voorkomen dat een van dieren op mensen overgesprongen coronavirus ons weet te verrassen, is namelijk het in kaart brengen en monitoren van coronavirussen die onder dieren leven. Zo komen we namelijk te weten welke virussen er circuleren en welke veranderingen die virussen eventueel ondergaan. En dat stelt ons weer in staat om de risico’s te inventariseren en eventueel maatregelen te treffen om die risico’s te verkleinen.

Woelmuis
Op jacht naar ons onbekende coronavirussen richtten de Zweedse onderzoekers hun pijlen dus op rosse woelmuizen. Ook dat is een vrij logische keuze. Van knaagdieren is namelijk bekend dat ze verschillende zoönosen (infectieziekten die van dier op mens kunnen overspringen) herbergen. Daarnaast zijn er ook aanwijzingen dat sommige coronavirussen – in tegenstelling tot het eerder al even genoemde MERS en SARS-CoV-2 – hun oorsprong vinden onder knaagdieren, zoals ratten en (woel)muizen. Zo lijken bijvoorbeeld de seizoensgebonden coronavirussen HCoV-OC43 en HCoV-HKU1 van knaagdieren op mensen te zijn overgesprongen. Bovendien zijn onder rosse woelmuizen – één van de meest voorkomende knaagdieren in Europa – in landen zoals Polen, Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië eerder al verschillende coronavirussen aangetroffen.

En nu kunnen we daar dus het Grimsö Virus aan toevoegen. Hoewel de ontdekking van een nieuw coronavirus ons – zeker ook in het licht van wat we de afgelopen twee jaar hebben zien gebeuren – enigszins angst aan kan jagen, is er nog niet direct reden voor paniek. “We weten nog niet welke mogelijke bedreiging het Grimsö Virus kan vormen voor de volksgezondheid,” benadrukt Lundkvist. “Afgaand op onze observaties en eerdere coronavirussen die onder rosse woelmuizen zijn aangetroffen, is er echter wel voldoende reden om de coronavirussen onder wilde knaagdieren te blijven monitoren.”