Nieuw algoritme ontdekt eerste ‘potentieel gevaarlijke planetoïde’ en bewijst zo dat het de aarde een stukje veiliger kan maken

Met behulp van een nieuw algoritme – ontwikkeld om potentieel gevaarlijke planetoïden te spotten – hebben onderzoekers een ongeveer 180 meter grote ruimtesteen ontdekt. Hoewel ook deze het stempel ‘potentieel gevaarlijk’ heeft gekregen, is er geen reden voor paniek; we hebben voorlopig niets van de ruimtesteen te vrezen.

En dat maakt dat de vreugde bij onderzoekers overheerst. Want met de ontdekking van deze ruimtesteen – aangeduid als 2022 SF289 – hebben ze aangetoond dat hun algoritme kan doen, waar het voor ontwikkeld is. Namelijk: aan de hand van relatief weinig en versnipperde observaties veel (relatief grote) ruimtestenen ontdekken die zich in de nabijheid van de aarde wagen.

De jacht op potentieel gevaarlijke ruimtestenen
In ons zonnestelsel zijn tientallen miljoenen ruimtestenen te vinden. Hun omvang loopt uiteen van keitjes tot dwergplaneten ter grootte van onze maan. De meeste van deze ruimtestenen bevinden zich op grote afstand van de aarde, maar een klein aantal waagt zich tijdens de rondgang om de zon in de nabijheid van de aarde. Deze ruimtestenen worden ook wel aangeduid als aardscheerders. De meest nabije aardscheerders – ruimtestenen die de aarde tot een afstand van zo’n 8 miljoen kilometer of minder naderen – verdienen daarbij wat extra aandacht. En als ze dan ook nog eens zo’n grote omvang hebben dat ze bij een aanvaring met de aarde voor serieuze problemen zouden kunnen zorgen, krijgen ze het stempel ‘potentieel gevaarlijk’. Naar dergelijke potentieel gevaarlijke planetoïden wordt stelselmatig gezocht, bijvoorbeeld binnen NASA’s ATLAS-programma. Dat doet men doorgaans door ‘s nachts vier foto’s van de nachthemel te maken en op die foto’s te zoeken naar lichtpuntjes die in een rechte lijn langs de nachthemel bewegen. De methode heeft reeds geresulteerd in de ontdekking van zo’n 2350 potentieel gevaarlijke planetoïden, maar er zouden er nog duizenden op ontdekking wachten.

Vera Rubin C. Observatory
Binnenkort krijgt de jacht op die potentieel gevaarlijke planetoïden een nieuwe impuls. En wel dankzij het Vera Rubin C. Observatory dat begin 2025 actief moet worden. Het observatorium zal de nachthemel gaan afspeuren, op zoek naar (potentieel gevaarlijke) planetoïden. In tegenstelling tot andere op aardscheerders jagende observatoria kijkt het Vera Rubin C. Observatory echter elke nacht slechts twee keer – in plaats van vier keer – naar dezelfde plek. En dat maakt dat onderzoekers een nieuw algoritme nodig hebben om in die door het Vera Rubin C. Observatory verzamelde dataset met zekerheid bewegende lichtpuntjes, oftewel aardscheerders te kunnen detecteren. En dus besloten onderzoekers zo’n algoritme te ontwikkelen.

Test
Het resultaat is een gloednieuw algoritme dat de wetenschappers HelioLinc3D hebben gedoopt. En natuurlijk wilden de onderzoekers dat dolgraag testen. Maar dat werd lastig. Want het Vera C. Rubin Observatory is nog in aanbouw. En dus gooiden de wetenschappers het over een andere boeg. Ze lieten het gloednieuwe algoritme los op reeds geanalyseerde data, verzameld door ATLAS. Met als doel: nagaan of het algoritme in die data nog nieuwe planetoïden kon vinden. Aangezien alle planetoïden die vier keer gespot waren al uit de data waren gefilterd, ging het dan om planetoïden die eigenlijk te weinig door ATLAS waren gespot om door bestaande algoritmes te worden opgemerkt.

2022 SF89
En al snel was het raak. Want op 18 juli jongstleden viste HelioLinc3D uit de ATLAS-data een eerder over het hoofd geziene planetoïde: de 180 meter lange 2022 SF89. Onderzoek wees uit dat ATLAS de planetoïde al drie keer had gespot. Maar omdat dat in verschillende nachten was gebeurd – en niet vier keer in één nacht – hadden de bestaande algoritmes de planetoïde er nooit uitgepikt. HelioLinc3D deed dat wel en dat komt, aldus de onderzoekers, omdat dit de omstandigheden zijn waaronder het algoritme goed functioneert: het algoritme is ontwikkeld om fragmenten van data te combineren.

Bevestigd
Inmiddels is het bestaan van 2022 SF89 bevestigd door aanvullende observaties. 2022 SF289 blijkt een Apollo-planetoïde te zijn die ongeveer 180 meter lang is. Wanneer de afstand tussen de ruimtesteen en de aarde het kleinst is, bedraagt deze slechts 225.300 kilometer. Daarmee waagt de planetoïde zich op momenten dichter bij onze planeet dan de maan!

Geen paniek
Hoewel de baan en omvang van de planetoïde het stempel ‘potentieel gevaarlijk’ rechtvaardigt, is 2022 SF289 niet iets om wakker van te liggen. Wetenschappers zijn er zeker van dat deze in ieder geval in de nabije toekomst geen gevaar vormt voor de aarde.

Hier zie je in groen de baan van 2022 SF89. In blauw de baan van de aarde (die dus heel dicht bij de baan van 2022 SF89 in de buurt komt). In oranje is ook de baan van Venus aangeduid. En in rood de baan van Mars. Afbeelding: Joachim Moeyens / University of Washington / OpenSpace.

Opmaat naar meer
De detectie van 2022 SF289 is de opmaat naar meer, zo belooft Mario Jurić, leider van het onderzoeksteam dat HelioLinc3D ontwikkelde. “Dit is nog maar een klein voorproefje van wat we binnen twee jaar mogen verwachten van het Rubin Observatory, wanneer HelioLinc3D elke nacht wel een object (zoals 2022 SF289, red.) zal gaan ontdekken.” In totaal wachten er naar verwachting nog meer dan 3000 potentieel gevaarlijke planetoïden op ontdekking.

Planetaire defensie
Of daar ook exemplaren tussen zullen zitten die wél een reële bedreiging voor de aarde (kunnen) gaan vormen, is afwachten. Maar mocht dat zo zijn, staan we niet helemaal machteloos. Recent toonde de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie namelijk aan dat het mogelijk is om de baan van een ruimtesteen te veranderen door een ruimtevaartuig op de ruimtesteen te laten crashen. Daarbij is het echter wel wenselijk dat we zo’n ruimtesteen vroegtijdig ontdekken, want het kost vanzelfsprekend nogal wat tijd om zo’n missie op poten te zetten. Ook kan het – zeker bij een wat grotere ruimtesteen – noodzakelijk zijn dat er nog enige tijd tussen de te vermijden inslag op de aarde en de uitgedeelde tik verstrijkt. Naarmate de tijd verstrijkt, wordt het effect van zo’n klein tikje namelijk steeds groter. Vergelijk het met een auto die met hoge snelheid afstevent op het hart van een tien meter brede muur. Als je die auto op tien meter afstand van de muur een tik geeft, waardoor de neus een paar graden van de oorspronkelijke koers wegdraait, zal deze de muur alsnog raken. Maar stel je nu voor dat je de koers van de auto op vergelijkbare wijze op tien kilometer afstand van de muur al wijzigt. Dan zal deze de muur missen.

Zo werkt het ook bij planetoïden: het effect van een klein tikje wordt naarmate de tijd verstrijkt, steeds groter. En daarom kan het ook van cruciaal belang zijn dat we potentieel gevaarlijke planetoïden tijdig ontdekken. De zoektocht naar dergelijke planetoïden is de laatste jaren al enorm geïntensiveerd en dat heeft geresulteerd in de ontdekking van meer dan 2000 potentieel gevaarlijke planetoïden, die overigens bijna allemaal in ieder geval op korte termijn geen reëele bedreiging voor de aarde vormen. Maar naar schatting wachten er dus ook nog zo’n 3000 op ontdekking. En gewapend met instrumenten zoals het Vera C. Rubin Observatory en het nieuwe algoritme hopen onderzoekers ook die planetoïden te vinden en de aarde zo gaandeweg steeds een beetje veiliger te maken.

Bronmateriaal

"New algorithm ensnares its first ‘potentially hazardous’ asteroid" - University of Washington
Afbeelding bovenaan dit artikel: Joachim Moeyens / University of Washington / OpenSpace

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd