In je neus peuteren: het is vies en not done. Maar wetenschappers komen nu met nóg een goede reden om je vingers uit je neus te weren: neuspeuteren vergroot mogelijk je kans op Alzheimer en andere vormen van dementie.

Dat is te lezen in het blad Scientific Reports. In het onderzoeksartikel beschrijven wetenschappers hoe ze middels experimenten met muizen hebben aangetoond dat bacteriën behorende tot de soort Chlamydia pneumoniae via de reukzenuw vanuit de neus in het brein kunnen belanden. De cellen in het brein van de muizen reageerden daar vervolgens op door de welbekende en met Alzheimer geassocieerde bèta-amyloïde-eiwitten voort te brengen.

Muizen
“We zijn de eersten die aantonen dat Chlamydia pneumoniae via de neus direct in het brein kan belanden, waar de bacterie iets voortbrengt wat veel lijkt op de Ziekte van Alzheimer,” aldus professor James St John. “We zagen dit gebeuren bij muizen en het bewijs is mogelijk ook voor mensen angstaanjagend.”

Neuspeuteren is een slecht idee
Zeker als die mensen er een gewoonte van maken om in hun neus te peuteren of hun neusharen uit te rukken. “In je neus peuteren en haren uit je neus plukken is geen goed idee,” meent St John. “We willen de binnenzijde van de neus niet beschadigen (…) want als je de binnenzijde van de neus beschadigt, kan het aantal bacteriën dat naar het brein reist, toenemen.”

Chlamydia pneumoniae
Bacteriën kunnen dus via de reukzenuw – die uitmondt in de neus en zich uitstrekt tot in het brein – in de hersenen belanden. De onderzoekers trekken die conclusie zoals gezegd op basis van experimenten met muizen. En ze experimenteerden daarbij met Chlamydia pneumoniae, een bacterie die eerder al met Alzheimer in verband is gebracht. “Er zijn data waaruit blijkt dat bij mensen die aan Alzheimer zijn overleden ongeveer 95 procent van de Alzheimer-plaques die in hun brein te vinden zijn, geassocieerd kan worden met C. pneumoniae. Terwijl C. pneumoniae bij slechts 5 tot 10 procent van de mensen die een andere doodsoorzaak kennen, in het brein te vinden is,” vertelt St John aan Scientias.nl.

Via de neus
Grote vraag was daarbij echter altijd hoe de bacterie dan precies in de hersenen belandde. De experimenten met muizen suggereren nu dat de bacterie in ieder geval via de reukzenuw in de hersenen terecht kan komen. En dat is ook zeker geen vergezochte route, zo stelt St John. “Er zijn verschillende manieren waarop de bacteriën in het brein kunnen belanden. Als de bacteriën in het bloed zitten, kunnen ze de bloed-breinbarrière doorkruisen. Als ze in het hersenvocht zitten, kunnen ze de bloed-breinbarriëre doorkruisen. En de bacteriën kunnen ook via de hersenvliezen – net als in het geval van hersenvliesontsteking gebeurt – de hersenen binnenkomen. Maar in al die gevallen moeten de bacteriën dus eerst op een bepaalde plek in het lichaam zien te komen, namelijk: in het bloed, in het hersenvocht of in de hersenvliezen.” En dat is net wat ingewikkelder dan het binnendringen van de (open) neusholte. “De neusholte zit tjokvol bacteriën en van C. pneumoniae weten we dat deze de longen kan infecteren (en zo longontsteking kan veroorzaken) en dus ook vaak in de neusholte aanwezig is. We denken dan ook dat het veel waarschijnlijker is dat de bacterie via de reukzenuw de hersenen binnendringt dan via één van de andere genoemde methoden.”

Bèta-amyloïden
En eenmaal binnen, kunnen de bacteriën behoorlijk wat schade aanrichten, zo wijzen de experimenten met muizen aan. Zo stimuleren de bacteriën de aanmaak van de met Alzheimer geassocieerde bèta-amyloïde-eiwitten. “Van bèta-amyloïden wordt aangenomen dat het eiwitten zijn die door cellen als een soort antibacteriële eiwitten worden geproduceerd,” legt St John uit. “We denken dat de eiwitten een soort lijm vormen die de spreiding van de bacteriën afremt. Dus wanneer de bacteriën via de reukzenuw in de reukkolf (het uiteinde van de reukzenuw dat zich in het brein bevindt) belanden, reageren de cellen in het brein daar vervolgens op door bèta-amyloïde-eiwitten af te geven.”

Merk je niets van
Daar merk je in eerste instantie niets van. En zelfs de oorspronkelijke aanwezigheid van C. pneumoniae in je neusholte kan compleet onopgemerkt blijven. “Onze studies naar deze bacterie en andere bacteriën, zoals bijvoorbeeld Burkholderia pseudomallei (die de dodelijke infectieziekte melioidosis kan veroorzaken) laten zien dat de bacteriën in heel kleine hoeveelheden de binnenwand van de neus binnen kunnen dringen en vervolgens via de reukzenuw omhoog kunnen reizen. We denken dat de bacteriën zo voorkomen dat ze een immuunrespons oproepen.” Dat wordt onderschreven door experimenten. “Wanneer we de muizen een hogere dosis bacteriën toedienden, werd de infectie heftiger, maar was de kans dat de bacteriën in het brein belandden, kleiner. En dat komt waarschijnlijk doordat een reactie van het immuunsysteem verdere spreiding van de bacteriën voorkwam. We denken dan ook dat ook voor mensen geldt dat ze niet per se zullen merken dat ze geïnfecteerd zijn, omdat de bacteriën in heel kleine aantallen en zonder dat we daar iets van merken, de hersenen binnengaan. En eenmaal daar kunnen ze door de jaren heen enorme schade aan het brein aanrichten die mogelijk na jaren of zelfs tientallen jaren tot degeneratie en de start van symptomen van dementie, leidt.”

Kanttekeningen
Het is een weinig rooskleurig beeld dat met name voor de fervente neuspeuteraar wat angstaanjagend kan overkomen. Het is daarom goed om twee belangrijke kanttekeningen bij de studie te plaatsen. Zo beperken de experimenten zich vooralsnog tot muizen; vervolgonderzoek moet uitwijzen of de bacteriën ook via de reukzenuw van mensen het brein kunnen bereiken. “De anatomie van de reukzenuw van muizen is wel vergelijkbaar met die van mensen,” merkt St John op. “Maar muizen hebben een veel groter reukgebied dan mensen. Het reukepitheel (het weefsel waarmee de binnenzijde van de neus bedekt is, red.) is bij muizen vergelijkbaar met wat we bij mensen zien. Hetzelfde geldt voor de samenstelling van de zenuw. Ook is de afstand tussen de neusholte en het brein maar klein. Dus het is goed mogelijk dat ook onze reukzenuw bacteriën toegang biedt tot onze hersenen.”

Meerdere factoren
Maar zelfs als vervolgonderzoek dat uitwijst, is het veel te kort door de bocht om te concluderen dat neuspeuteren an sich tot Alzheimer of andere vormen van dementie leidt. Er zijn namelijk heel veel factoren van invloed op de kans dat mensen neurodegeneratieve aandoeningen zoals Alzheimer ontwikkelen, zo benadrukt St John. “We denken dat bacteriën een bijdrage leveren, maar niet de enige oorzaak van Alzheimer zijn. Genetica speelt ook een rol. En mogelijk virussen – zoals Herpes simplex virus 1 – ook. Mogelijk is het ook een combinatie van bacteriën en virussen.”

Neuspeuteren als symptoom van een onderliggend probleem
Ten slotte is het ook goed mogelijk dat neuspeuteren op zichzelf een symptoom is van een bacterieel probleempje in je neus (dat je dan vervolgens – als je de binnenwand van je neus al peuterend beschadigt – wel naar je brein kan helpen verplaatsen). “Misschien,” zo stelt St John. “Is neuspeuteren een aanwijzing dat de bacteriën in de neus niet helemaal in balans zijn. Bij gezonde mensen stroomt het slijm of de snot naar achteren, de keel in en wordt het gemakkelijk – zonder dat daarvoor in de neus gewroet hoeft te worden – opgeruimd. Dus waarom hebben sommige mensen dan toch een ophoping van snot? Komt het misschien omdat er een overgroei aan bacteriën is? En zijn dat dan ook de bacteriën die sterker geneigd zijn om de reukzenuw te penetreren? We denken dat dat het geval zou kunnen zijn en gaan dat nu nader onderzoeken.”

En zo roept het onderzoek dus vooral veel nieuwe vragen op. Een aantal daarvan zullen de komende tijd nader onderzocht worden. In afwachting van de resultaten lijkt het in ieder geval geen kwaad te kunnen de binnenzijde van de neus zoveel mogelijk ongemoeid te laten.