Negatieve effecten van zoetstoffen worden mogelijk aan volgende generatie doorgegeven

Veel mensen kiezen tegenwoordig voor de lightversie van hun favoriete frisdrank of voor zoetjes in de thee. Logisch, je proeft wel de zoete smaak, maar krijgt de calorieën niet binnen. Helaas zetten gezondheidsorganisaties steeds meer vraagtekens bij bepaalde zoetstoffen.

Populaire zoetstoffen zoals sucralose en stevia lijken op genetisch niveau verantwoordelijk voor veranderingen die tot in de volgende generatie te zien zijn, blijkt uit nieuw Chileens onderzoek bij muizen. Wetenschappers van de Universidad de Chile onderzochten wat er gebeurt als de diertjes dergelijke zoetstoffen binnenkrijgen. “Het is intrigerend dat het gebruik van caloriearme alternatieven voor suiker toeneemt, terwijl obesitas en stofwisselingsproblemen niet afnemen”, zegt onderzoeker Francisca Concha Celume. “Dat betekent niet per se dat zoetstoffen de oorzaak zijn, maar het roept wel de vraag op of ze onze stofwisseling beïnvloeden op manieren die we nog niet begrijpen.”

Twee generaties gevolgd

De onderzoekers verdeelden de labmuizen in drie groepen: de ene groep kreeg gewoon water, de andere twee kregen water met sucralose of stevia in hoeveelheden vergelijkbaar met wat een mens binnenkrijgt. Vervolgens werden de dieren twee generaties lang gefokt, waarbij de nakomelingen alleen nog normaal water kregen.

Zo konden de wetenschappers nagaan of effecten van zoetstoffen worden doorgegeven aan de volgende generatie. Er ontstond een gedetailleerd beeld van wat er in het lichaam van de muizen veranderde door de darmflora en genactiviteit te analyseren en de insulinegevoeligheid te bepalen via glucosetolerantietests.

Subtiele veranderingen

De resultaten laten geen directe ziekteverschijnselen zien, maar er zijn wel duidelijke verschuivingen in de gezondheidsdata. Nakomelingen van muizen die dagelijks zoetstoffen naar binnen werkten, hadden veranderingen in hun stofwisseling en in genen die betrokken zijn bij ontstekingen.

“Wat we zagen, zijn vroege biologische signalen”, legt Concha uit. “Geen diabetes, maar subtiele veranderingen in de genactiviteit en hoe het lichaam glucose reguleert.” De onderzoekers stonden perplex toen duidelijk werd dat die effecten soms nog zichtbaar waren bij de volgende generatie, ondanks dat de muizenkinderen zelf geen zoetstoffen kregen.

Sucralose versus stevia

Niet alle zoetstoffen hebben dezelfde uitwerking, blijkt uit het experiment. Sucralose had de sterkste en meest langdurige effecten. Bij mannelijke nakomelingen werden al in de eerste generatie tekenen van verminderde glucosetolerantie gezien. In de tweede generatie bleef dat effect zichtbaar, samen met verhoogde bloedsuikers. Stevia had mildere effecten, die meestal na een generatie verdwenen. Daarnaast zagen onderzoekers veranderingen in het darmmicrobioom: meer variatie, maar minder productie van gunstige stoffen. Vooral bij sucralose verschoof de balans van de bacteriën in een minder gunstige richting.

Hoe kunnen zulke effecten worden doorgegeven? Waarschijnlijk via zogeheten epigenetische veranderingen: aanpassingen in genactiviteit zonder dat het DNA zelf verandert. Die ontstaan door omgevingsfactoren zoals voeding en soms wordt zo’n verandering in genexpressie dus zelfs doorgegeven aan nakomelingen.

Geen paniek, wel voorzichtigheid

Het is belangrijk om erbij stil te staan dat dit onderzoek is gedaan bij muizen. Dat betekent niet automatisch dat dezelfde effecten ook bij mensen optreden. Bovendien komen er verbanden uit de studie bovendrijven, geen directe oorzaken. De onderzoekers zijn er dan ook niet op uit om alarm te slaan.

“Ons doel is niet om angst te zaaien, maar om te laten zien dat verder onderzoek nodig is”, besluit Concha. “Je kunt deze kunstmatige zoetstoffen best blijven gebruiken, maar met mate. En ondertussen is het onze taak als wetenschappers om de langetermijneffecten op het lichaam van de innemer en de volgende generatie kritisch te blijven onderzoeken.”

Wat is sucralose precies en waar zit het in?
Sucralose (E955) is een veelgebruikte, intense zoetstof die ongeveer 600 keer zoeter is dan suiker. Het wordt toegevoegd aan producten om het suiker- en caloriegehalte te verlagen, vaak in combinatie met andere zoetstoffen zoals acesulfaam-K.

Je vindt sucralose in de volgende productcategorieën in de Nederlandse supermarkt:

  • Zoetjes en suikervervangers: tabletten, strooipoeder en vloeibare zoetstof.
  • Frisdranken en sportdranken: veel light- of zero-frisdranken en energiedranken bevatten sucralose.
  • Zuivelproducten: bevroren zuiveldesserts, yoghurtdranken, magere kwark en eiwitshakes.
  • Snoep en kauwgom: suikervrije snoepjes, kauwgom en pepermunt.
  • Bakproducten en zoetwaren: gebak, taart, jam en andere zoete waren (omdat het hittebestendig is).
  • Sportvoeding: eiwitpoeders en supplementen.

Sucralose is terug te vinden op het etiket onder de naam sucralose of het E-nummer E955.

We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Zoetstoffen helpen gewichtsverlies te behouden én hebben effect op je darmbacteriën en Zoetstoffen zitten overal in ons water en hebben daar mogelijk grote impact op het ecosysteem. Of lees dit artikel: Nee, van zoetstoffen krijg je helemaal niet meer honger (en ze zijn echt beter dan suiker)

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Categorieën:

Bronmateriaal

"Artificial and Natural Non-Nutritive Sweeteners Drive Divergent Gut and Genetic Responses Across Generations" - Frontiers in Nutrition
Afbeelding bovenaan dit artikel: Alleksana / Pexels

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd