Nederland voedt de wereld? Integendeel, we hebben een heleboel buitenlandse landbouwgrond nodig

Zonder onze boeren is er niet genoeg voedsel, roepen de aanhangers van de BBB. Maar is dat wel zo? Speelt de Nederlandse agrarische sector echt zo’n belangrijke rol in de wereld? Onderzoekers uit Wageningen maken een paar rekensommen en komen tot een hele andere conclusie.

Ze stellen dat de Nederlandse bijdrage aan de wereldwijde voedselvoorziening veel beperkter is dan we denken. We exporteren weliswaar veel, maar halen nóg meer veevoer, calorieën en eiwitten uit het buitenland om al dat voedsel te kunnen leveren. En het is natuurlijk wel zo netjes om niet alleen te kijken naar de lappen vlees die we produceren, maar ook naar de hoeveelheid landbouwgrond die nodig is om al die beesten te voeren.

Nederland draagt amper wat bij

De onderzoekers berekenden eerst hoeveel mensen Nederland kan voeden met zijn eigen landbouwgrond. Daarna keken ze naar het land dat nodig is voor alle voedsel en veevoer dat we importeren.

Reality check: we hebben net genoeg landbouwgrond om voor alle Nederlanders voldoende voedsel te produceren, maar dan moeten we wel producten, die we hier niet kunnen telen vervangen door alternatieven die we wel lokaal kunnen maken. En dan hebben we alle beschikbare grond nodig. Er valt dan niets meer te exporteren, laat staan dat er land is voor duurzame bio-grondstoffen of meer natuur.

“Als je alleen naar de exportwaarde kijkt, zie je maar een deel van het verhaal”, legt onderzoeker Imke de Boer uit in een persbericht van de WUR. “Wij hebben onderzocht wat er gebeurt als je ook kijkt naar landgebruik en naar de import van voedsel en veevoer. Dan blijkt dat de nettobijdrage van Nederland aan de mondiale voedselvoorziening heel beperkt is.”

We hebben veevoer nodig

De cijfers zijn zelfs tamelijk schokkend: er is in Nederland zo’n 1,6 miljoen hectare landbouwgrond in gebruik. Voor de huidige voedselproductie, consumptie en export is 4,7 miljoen hectare in het buitenland nodig. Vooral veevoer halen we in grote hoeveelheden elders. In totaal importeren we dus veel meer dan we exporteren.

Leestip: Onderzoek toont wereldwijde verschuiving richting ultra-bewerkt dieet

De veehouderij is de grote boosdoener. Alleen door veevoer te importeren kunnen we al die varkens, koeien en kippen houden in Nederland. Zouden we stoppen met de export van vlees, dan hebben we die buitenlandse landbouwgrond amper meer nodig.

Koffie en sinaasappels

Je zou denken dat de onderzoekers daarmee zouden pleiten voor het afschaffen van de voedselhandel maar dat is niet het geval. We willen nu eenmaal graag koffie drinken en sinaasappels eten en dat kunnen we hier allemaal niet maken. Maar het zou wel beter zijn als we de vleesexport fors minderen en alleen nog dieren houden als die genoeg hebben aan regionaal voedsel. Verder kunnen we dan overstappen op plantaardige producten die minder intensief zijn om te telen.

“Nederland heeft zeker een belangrijke rol in voedsel en landbouw”, stelt De Boer. “Maar die rol ligt niet langer in volume-export. Onze kracht kan juist liggen in uitgangsmateriaal, kennis en innovaties die andere landen helpen om duurzamer voedsel te produceren en te consumeren.”

Het idee van ‘Nederland voedt de wereld’ klopt dus niet. Sterker nog, we hebben de wereld hard nodig om onze voedselproductie te handhaven. En als we echt in ons eigen levensonderhoud willen voorzien, kunnen we beter overstappen op plantaardige producten.

Wil je niets van Scientias missen? Volg Scientias op Google Discover dan zie je al onze verhalen!

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Bronmateriaal

"Limited net-export capacity undermines the
Netherlands’ ‘feeding the world’ narrative
" - Nature Food
Afbeelding bovenaan dit artikel: Christina & Peter / Pexels

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd