Nederland is onvoldoende voorbereid op de gevolgen van klimaatverandering. Zonder extra maatregelen krijgen we steeds vaker te maken met de gevolgen van hitte, droogte en wateroverlast. Nieuw onderzoek door de Wageningen University & Research heeft de toekomstige klimaatrisico’s en kansen onderzocht voor de natuur, de landbouw en natuurbranden.
Kortweg zijn er twee manieren verkend: intensiveren met technische, lokale oplossingen op korte termijn, en transformeren, waarbij de focus ligt op een andere inrichting van ons land, met op natuur gebaseerde oplossingen. De studie, uitgevoerd in opdracht van het Planbureau voor de Leefomgeving, laat zien dat klimaatverandering in Nederland steeds meer gevolgen krijgt. Extreme weersomstandigheden nemen toe en kunnen het dagelijks leven ingrijpend verstoren. Ook is er sprake van een geleidelijke gemiddelde temperatuurstijging en zeespiegelstijging.
Dat raakt vrijwel alle sectoren. Hitte leidt bijvoorbeeld tot gezondheidsproblemen en lagere arbeidsproductiviteit. Droogte zet de beschikbaarheid van drinkwater, de staat van de natuur en landbouwopbrengsten onder druk. Extreme neerslag kan schade veroorzaken aan woningen en infrastructuur en leiden tot uitval van energie- en communicatievoorzieningen. Ook zullen stijgende voedselprijzen en hogere kosten voor zorg, waterbeheer en verzekeringen inwoners direct raken.
Nederland staat voor fundamentele keuzes
De onderzoekers benadrukken dat Nederland voor ingrijpende keuzes staat. Volledige bescherming tegen klimaatrisico’s is niet mogelijk. Daarom moet worden bepaald welk beschermingsniveau acceptabel is, wie de kosten draagt en welke maatregelen prioriteit krijgen. Dat zijn politieke keuzes die allemaal bepalend zijn voor de inrichting en het functioneren van Nederland in de toekomst.
“Het PBL-rapport maakt duidelijk dat we ons nu moeten voorbereiden op wat er op ons afkomt,” zegt André van Lammeren, directeur van de Environmental Sciences Group van WUR. “Er zullen keuzes gemaakt moeten worden hoe we dat willen doen. Maar het adagium ‘hoe eerder hoe beter’ is duidelijk.”
Intensiveren of transformeren?
Er zijn verschillende mogelijkheden om de gevolgen van klimaatverandering te verminderen, het rapport beschrijft twee richtingen. Door te intensiveren benut je technische en vaak lokale maatregelen, zoals airco’s, een zonwering en versterking van infrastructuur. Die bieden op korte termijn verlichting, maar het is de vraag of ze op de lange termijn voldoende zijn. Bovendien kunnen ze ongelijkheid vergroten en vragen ze extra tijd en geld.
Transformeren betekent aanpassingen doen aan de inrichting van Nederland, zoals meer groen en water in steden en verandering van landgebruik. Dat biedt structurele oplossingen, maar vraagt grotere veranderingen en langetermijninvesteringen, en een meer sturende vorm van besturen. Ze denken dat een combinatie van beide richtingen noodzakelijk is om ons land weerbaarder te maken tegen klimaatverandering.
Natuur-inclusieve adaptatie
“Biodiversiteit en ecosysteemdiensten zijn belangrijk voor de samenleving”, vertelt onderzoeker René Henkens. “Denk aan bestuiving door insecten, waterberging en recreatie in de natuur. Maar klimaatverandering heeft invloed op het leefgebied van soorten.” Hoewel dat voor sommige soorten handig kan zijn, kan het veel anderen juist schaden.
“Natuurinclusieve adaptatie biedt de beste mogelijkheden om de natuur en ecosysteemdiensten te behouden of zelfs te versterken, vooral bij beperkte klimaatverandering”, vervolgt Henkens. “Beleid dat vooral is gericht op technische aanpassingen, zoals infrastructuur voor waterbeheer, draagt veel minder bij aan natuurdoelen. Dan blijven de risico’s voor natuur en de belangrijke diensten die zij ons levert nog steeds groot, vooral bij sterke klimaatverandering.”
Een integrale aanpak
Een breed team binnen WUR analyseerde de impact van klimaatverandering op landbouw en ziet het belang van een integrale aanpak. “Zomerdroogte zal bijvoorbeeld vaker voorkomen,” legt projectleider Sverre van Klaveren uit. “Dan neemt de vraag naar zoet water ook in veel andere sectoren toe, juist op momenten dat droogte al voor problemen zorgt. Dat laat zien dat klimaatadaptatie in de landbouw niet alleen een opgave is op bedrijfs- of perceelniveau, maar ook vraagt om keuzes op gebiedsniveau.”
Vuurgeograaf Cathelijne Stoof, die de studie over natuurbranden leidde, geeft aan dat er veel kansen zijn om vuur beter in te passen in het landschap en de maatschappij. Wat de mogelijke gevolgen van natuurbranden zal beperken en de veerkracht van de natuur zal vergroten. “Het huidige beleid is vooral gericht op de bestrijding van natuurbranden en in sommige gevallen preventie door waarschuwing”, vertelt Stoof. “Een integrale aanpak op basis van meerlaagsveiligheid (bewustzijn, preventie, mitigatie, bestrijding, herstel) met sterke samenwerking tussen sectoren is waarschijnlijk effectiever dan een technologische benadering”.
Klimaatadaptatie meenemen in alle keuzes
De komende jaren staan grote investeringen op de planning, onder meer in de woningbouw, infrastructuur en energie. Het rapport waarschuwt dat als klimaatadaptatie daar niet in wordt meegenomen, de schade en kosten in de toekomst aanzienlijk hoger kunnen uitvallen. Door nu rekening te houden met klimaatrisico’s kan adaptatie worden gecombineerd met andere opgaven, zoals woningbouw, natuurherstel en de energietransitie.
Ook met aanvullende maatregelen blijven sommige gevolgen van klimaatverandering onvermijdelijk. Daarom is het belangrijk om maatschappelijke weerbaarheid te vergroten, concluderen de onderzoekers. Overheden, burgers en bedrijven moeten beter voorbereid zijn op verstoringen en crises door extreem weer. Dat vraagt om investeringen in bijvoorbeeld kennis, waarschuwingssystemen, crisisbeheersing en bewustwording.
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


