Natuur-inclusieve landbouw lijkt een goed idee: de boer en de natuur maken er samen het beste van. Maar in de praktijk zijn er betere oplossingen.

Met natuur-inclusieve landbouw maakt de boer op zijn land ruimte voor de natuur. Dat is goed voor de biodiversiteit én het klimaat. Voorbeelden zijn weilanden met meer bloemen, natuur aan de randen van akkers, kruiden in de slootkant, minder gebruik van pesticiden en meer houtwallen, hagen, bomen en poelen op het land. Zo komt er meer ruimte voor bloemen, bijen en vogels.

Vogels en bijen
In het Verenigd Koninkrijk zijn ze daar ook mee bezig, maar betwijfelen onderzoekers nu of het wel zo’n goed idee is. Volgens hun studie worden namelijk dezelfde klimaat- en biodiversiteitsdoelen bereikt voor de helft van het geld als boeren een deel van hun land afstaan voor natuur in plaats van de natuur te integreren in het land. De boeren krijgen een vergoeding voor de voedselproductie die ze mislopen, maar dat verlies is veel kleiner dan wanneer ze op hun land allerlei natuur toe moeten laten.

“Bij het delen van land met de natuur is het doel om de natuur te integreren in het akkerland of weiland van boeren”, legt onderzoeker Lydia Collas van de universiteit van Cambridge uit aan Scientias.nl. “Dat houdt bijvoorbeeld in dat er smalle stroken land komen waar vogels kunnen eten of een nest kunnen bouwen. Dit leidt uiteraard wel tot een lagere voedselproductie, waardoor meer land nodig is voor dezelfde opbrengst. Een andere optie is om het akkerland te scheiden van de natuur. In een kleiner gebied kan dan evenveel voedsel worden geproduceerd én er blijft zo een groter stuk over voor de natuur.”

Veel efficiënter
Dat blijkt veel efficiënter. Volgens de studie kost de gescheiden aanpak 48 procent minder vergeleken met de natuur-inclusieve benadering en worden daarmee dezelfde doelen bereikt op het gebied van klimaat en biodiversiteit. Bovendien zou de voedselproductie flink afnemen als boeren hun land dier- en natuurvriendelijker maken, vergeleken met wanneer ze een deel van hun land afstaan voor natuur en daar een vergoeding voor krijgen.

Het Verenigd Koninkrijk moet net als Nederland voor 2030 de afname van de biodiversiteit zien om te keren en tegen 2050 klimaatneutraal zijn. Deze doelen kunnen voor de helft van de prijs worden gehaald als boeren land vrijmaken voor natuur in plaats van hun land proberen te delen met de natuur, zeggen de onderzoekers.

Biodiversiteit en klimaat
“Als het gaat om biodiversiteit zijn bossen, water en struikgewas belangrijk voor tal van soorten. We weten uit eerder onderzoek dat een semi-natuurlijke habitat tot een veel grotere soortdichtheid leidt dan wat voor boerenland dan ook. En deze natuurlijke omgeving is onze enige hoop voor de een op de vier vogelsoorten in het Verenigd Koninkrijk die niet voorkomen op akkerland”, aldus Collas.

Maar ook op het gebied van klimaatverandering heeft extra natuur een positief effect. “Onze semi-natuurlijke omgeving slaat CO2 op, terwijl boerenland juist meestal tot meer CO2-uitstoot leidt. Natte gebieden zijn vooral belangrijk op turfgrond, omdat turf een belangrijke bron van uitstoot is. Dit opnieuw nat maken kan de emissies drastisch reduceren.”

Medeonderzoeker professor Andrew Balmford van Cambridge ziet ook veel voordelen. “We moeten boeren meer stimuleren om bos en waterrijk gebied te creëren. Dat leidt tot meer wilde soorten en minder klimaatverandering, terwijl het de belastingbetaler maar half zoveel kost vergeleken met de natuur-inclusieve aanpak, waar op dit moment tien keer zoveel geld voor beschikbaar is.”

Helft goedkoper
De onderzoekers komen tot hun conclusie door 118 boeren te vragen hoeveel geld ze willen voor het afstaan van land voor natuur versus de integratie van natuur in hun land. Daarbij namen ze de uitvoeringskosten voor de overheid mee en verschillende agrarische benaderingen. Drie vogelsoorten werden uitgekozen om het effect op biodiversiteit te meten en verschillende manieren om klimaatverandering tegen te gaan werden meegenomen, zoals de aanleg van bos.

Gemiddeld genomen namen de boeren in dit experiment met een lager bedrag per hectare genoegen bij de natuur-inclusieve aanpak. Maar het creëren van natuur leverde een veel grotere milieuwinst op per hectare, waardoor het uiteindelijk de helft goedkoper bleek om op deze manier de milieudoelen te halen.

Milieuwinst is niet gratis 
“We vonden genoeg boeren bereid om een deel van hun land af te staan als ze daarvoor een adequate vergoeding kregen van de overheid”, aldus Balmford. Maar daar ligt de grootste uitdaging, reageert collega Collas. “Het probleem is dat boeren op dit moment onvoldoende financieel ondersteund worden voor het beschikbaar stellen van land. De voordelen voor de natuur en de opslag van CO2 zijn gunstig voor de hele samenleving, het zijn publieke goederen. Maar de boer heeft hoge kosten vanwege de lagere voedselproductie. Daarom moet er publiek geld komen om de boeren te belonen voor de levering van deze publieke goederen. Maar op dit moment wordt er maar een heel klein deel van het geld dat aan boeren wordt gegeven voor natuurbehoud, besteed aan het sparen van land voor natuur.”

De onderzoeker voegt daar nog aan toe dat er al genoeg bewijs is dat een semi-natuurlijke habitat per hectare veel meer biodiversiteit oplevert en beter is voor het klimaat dan de natuur-inclusieve aanpak. Ook heeft het veel minder impact op de voedselproductie. “Ik hoop dat onze studie anderen inspireert om meer naar de kosteneffectiviteit te kijken bij de verschillende manieren om klimaatdoelen te bereiken. We staan voor een grote uitdaging in een tijd dat overheden willen bezuinigen. Het is dus extreem belangrijk dat elke euro belastinggeld goed wordt besteed.”