Een primeur in het scannen van potentieel gevaarlijke ruimterotsen: NASA heeft een manier bedacht om uit te vinden waar asteroïden uit zijn opgebouwd.

Er zijn verschillende manieren om asteroïden snel op te sporen en hun vorm, afmetingen en baan door het zonnestelsel te bepalen. Met behulp van optische telescopen of de planetaire radar van het Deep Space Network – dit is NASA’s netwerk bestaande uit een aantal grote en uiterst gevoelige radioantennes in Californië, Spanje en Australië – worden deze ruimterotsen gedetecteerd en is het mogelijk om hun oppervlak in beeld te brengen. Maar de radardata geven geen informatie prijs over wat er onder het oppervlak van een asteroïde verscholen zit.

Lange radiogolven
Het Deep Space Network maakt gebruik van signalen met een korte golflengte die tegen het oppervlak weerkaatsen, maar het ruimteobject niet binnendringen. Op basis van deze gegevens kunnen beelden van hoge kwaliteit worden gegenereerd, maar het blijft gissen wat zich in het binnenste van de asteroïde bevindt en van wat voor materiaal hij is gemaakt.

Radiosignalen met een lange golflengte kunnen wél door het oppervlak heen breken en interessante informatie over de binnenkant van ruimteobjecten onthullen. En dat is precies wat de krachtige High Frequency Active Auroral Research Program-zender (HAARP) afgelopen dinsdag heeft gedaan. Vanuit het zeer afgelegen Amerikaanse militaire onderzoeksinstituut in Alaska is de asteroïde 2010 XC15 twaalf uur lang gebombardeerd met radiosignalen met een lange golflengte. Deze asteroïde, die het label ‘potentieel gevaarlijk’ heeft gekregen van de NASA, heeft een geschatte diameter van ongeveer 150 meter en passeert de aarde op twee maanafstanden, oftewel tweemaal de afstand tussen de aarde en de maan (768.800 kilometer).

Veel ellende voorkomen
Het analyseren van de data duurt naar verwachting nog enkele weken. Maar het experiment in Gakona, Alaska en de resultaten die hieruit voortvloeien, staan aan de basis van een nieuwe manier om ons zonnestelsel te scannen op dit soort asteroïden en hun nog grotere en angstaanjagender broers. De kans dat deze ruimterotsen de aarde raken is erg klein, maar als het gebeurt, is de schade niet te overzien.

Deel van de antennes van het High-Frequency Active Auroral Research Program (HAARP) in Gakona, Alaska. Foto: Secoy, A, CC BY-SA 4.0

“We zullen de gegevens de komende weken analyseren en hopen de resultaten over enkele maanden te publiceren”, zegt hoofdonderzoeker Mark Haynes van NASA. “Het is de eerste keer dat we een asteroïde met zulke lage frequenties hebben bestookt en de weerkaatsing met de HAARP-antennes hebben opgepikt. Dit toont de waarde aan van HAARP als toekomstig onderzoeksinstrument om ruimteobjecten die in de buurt van de aarde opduiken te bestuderen”, legt Haynes uit.

Succesvol verdedigingsplan
De volgende kandidaat om doorgelicht te worden is de asteroïde Apophis, die een doorsnede heeft van ongeveer 350 meter en op 13 april 2029 vlak langs de aarde scheert. Het in 2004 ontdekte ruimteobject is op koers om binnen 30.000 kilometer van onze planeet te komen, wat dichterbij is dan de vele satellieten die in een baan om de aarde draaien.

Haynes legt uit dat het erg belangrijk is om te weten wat de samenstelling is van zo’n asteroïde en wat er schuilgaat onder de oppervlakte. Zeker informatie over de opbouw van asteroïden die groot genoeg zijn om immense schade aan te richten op aarde, vergroot de kans op een geslaagd verdedigingsplan. Als wetenschappers de massaverdeling binnenin een gevaarlijke asteroïde goed kunnen inschatten, is het beter mogelijk om projectielen af te vuren op het ruimteobject en zo de baan af te buigen, waardoor de aarde niet langer in gevaar is.

Hulp van burgers
“De gegevens zijn overal ter wereld opgevangen door amateurwetenschappers”, aldus Jessica Matthews van HAARP. “Deze burgerwetenschappers uit alle hoeken van de wereld werken met ons samen om nieuwe kennis te vergaren. Tot dusver hebben we meer dan driehonderd ontvangstrapporten binnengekregen van grote groepen amateurradioastronomen. Zij hebben de HAARP-uitzending unaniem bevestigd.”