Narwallen brengen een nieuwe bedreiging voor Groenlandse gletsjers in kaart

Narwallen hebben onderzoekers geholpen om warm Atlantisch water diep in de afgelegen fjorden van Oost-Groenland op te sporen.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

Onderzoekers hebben warm water uit de Atlantische Oceaan gevonden op plekken waar eerder nauwelijks metingen zijn gedaan. Het water dringt honderden kilometers door in de fjorden van Oost-Groenland en bereikt daar zelfs gebieden die vlak voor gletsjers liggen. Dat kan gevolgen hebben voor de snelheid waarmee het ijs smelt. Het onderzoek is te vinden in Science Advances.

Grootste fjordsysteem ter wereld

De ontdekking is bijzonder omdat het gebied moeilijk te onderzoeken is. De Kangertittivaq, aan de oostkust van Groenland, is het grootste fjordsysteem ter wereld. Het water is er vaak bijna ijskoud en grote delen zijn lange tijd bedekt met zee-ijs. Onderzoeksschepen kunnen daardoor niet overal komen. Narwallen hebben daar veel minder last van: ze zwemmen regelmatig door gebieden die voor mensen bijna onbereikbaar zijn.

Onderzoekers van onder meer de University of Copenhagen en het Greenland Institute of Natural Resources maakten daar slim gebruik van. Zes narwallen kregen sensoren die tijdens hun normale bewegingen gegevens verzamelden. De apparaten maten de temperatuur, het zoutgehalte en de diepte van het water. Sommige metingen kwamen van meer dan 1.500 meter diepte. Tussen 2017 en 2020 leverden de dieren in totaal 2.060 metingen op.

“De narwallen zijn in delen van de fjorden geweest waar eerder maar heel weinig metingen zijn gedaan,” zegt onderzoeker Mads Peter Heide-Jørgensen van het Greenland Institute of Natural Resources. “En daar, 300 kilometer van de kust, vinden we sporen van Atlantisch water. Dat was voorheen nog volledig onbekend.”

Verschillende lagen

Het water rond Oost-Groenland bestaat uit verschillende lagen. Dicht bij het oppervlak zit vooral koud water dat vanuit het Noordpoolgebied naar het zuiden stroomt. Daaronder bevindt zich warmer en zouter water dat uit de Atlantische Oceaan komt. Op veel plekken in het onderzochte gebied vormt dit Atlantische water vanaf ongeveer 250 meter diepte de belangrijkste watermassa.

Dat warme water blijkt verder de fjorden binnen te dringen dan eerder kon worden aangetoond. In de Kangertittivaq bereikt het zelfs diepe bekkens die honderden kilometers landinwaarts liggen. Op die plekken eindigen verschillende gletsjers in zee. Het warme water kan daardoor rechtstreeks in contact komen met het deel van de gletsjer dat onder water ligt.

Leestip: Onderwaterrobot Lassie doet verrassende ontdekking in Arctische zee

Om te begrijpen hoe bijzonder de nieuwe metingen zijn combineerden de onderzoekers de gegevens van de narwallen met ruim 2.200 oudere metingen uit de World Ocean Database. Zo ontstond een dataset die meer dan een eeuw aan metingen bevat. Met statistische modellen konden de wetenschappers vervolgens bekijken hoe temperatuur, zoutgehalte en diepte met elkaar samenhangen.

Uit de analyse komt een duidelijk patroon naar voren. De laag met warm Atlantisch water wordt steeds dikker, terwijl de bovenste laag met koud poolwater steeds dunner wordt. Vlak voor de kust van Oost-Groenland zien de onderzoekers bovendien een langetermijntrend naar hogere temperaturen: voor een deel van de metingen tussen 1960 en 2021 vonden zij een stijging van ongeveer 0,047 graden Celsius per jaar.

Natuurlijke drempel

Voor de gletsjers is vooral de diepte van een fjord belangrijk. In diepe fjorden kan het warme Atlantische water makkelijker tot vlak bij de gletsjer komen. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de Nordvestfjord, een dieper deel van de Kangertittivaq. Daar is vanaf ongeveer 250 meter diepte vooral Atlantisch water te vinden.

Ook in de Kangerlussuaq en Nansen Fjord ontdekten de onderzoekers dat het warmere water duidelijk invloed had op de fjorden. In ondiepere fjorden langs de kust van Oost-Groenland is die invloed echter veel minder goed te zien: de zeebodem vormt daar vaker een soort van ‘natuurlijke drempel’. Daardoor kan het warmere water minder makkelijk bij het ijs komen.

Dat maakt de ontdekking relevant voor klimaatonderzoek. Groenland bevat enorme hoeveelheden ijs. Wanneer gletsjers smelten en ijsbergen afbreken, komt zoet water in de oceaan terecht. Dat zoete water kan invloed hebben op de opbouw van de oceaan en op stromingen in de Noord-Atlantische Oceaan. Betere kennis van de hoeveelheid warmte die de Groenlandse gletsjers bereikt kan daarom helpen om toekomstige veranderingen nauwkeuriger te berekenen.

We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook De narwaltand blijkt ingewikkelder opgebouwd dan gedacht en Narwal gebruikt slagtand voor allerlei verschillende dingen blijkt uit dronebeelden . Of lees dit artikel: Onderzoekers onderscheppen de sporadisch gehoorde roep van de narwal .

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Bronmateriaal

"Narwhals document atlantification of East Greenland" - Science Advances
Afbeelding bovenaan dit artikel: Carsten Egevang

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd