De blauwe blobs zijn geen lang leven beschoren, maar spectaculair zijn ze wel. Wetenschappers ontdekten maar liefst vijf sterrenstelsels met deze jonge blauwe sterren. 

Wetenschappers van de Universiteit van Arizona stellen dat de blauwe sterrenstelsels wezenlijk anders zijn dan de tot nu toe bekende soorten. Ze zitten vol met jonge, blauwe sterren en liggen verrassend ver weg van andere sterrenstelsels.

De geïsoleerde ‘blauwe blobs’, zoals astronomen ze liefkozend noemen, zijn relatief klein. De vijf sterrennevels hebben het formaat van een klein dwergsysteem en liggen in het Virgocluster. Potentiële buren zijn meer dan 300.000 lichtjaren ver weg, waardoor het lastig is om erachter te komen hoe ze zijn ontstaan.

Nederlandse ontdekking
De ontdekking werd mede mogelijk gemaakt door het Nederlands instituut voor radioastronomie (ASTRON). Onder leiding van onderzoeker Elizabeth Adams is een schat aan informatie verkregen over gaswolken – de geboorteplaatsen van sterren – in het heelal. Met behulp van deze data is een lijst gemaakt van potentiële nieuwe sterrenstelsels en de locatie daarvan. Nadat deze ASTRON-catalogus was gepubliceerd, gingen verschillende onderzoeksgroepen met de data aan de haal. David Sand, professor astronomie aan de Universiteit van Arizona ging met zijn team bijvoorbeeld op zoek naar bijzondere sterren in deze interstellaire gaswolken.

Sand dacht te kijken naar gaswolken in ons eigen Melkwegstelsel, maar sommige sterrenclusters, zoals SECCO1, bleken helemaal niet hier om de hoek gelokaliseerd te zijn. Tot hun verrassing bevonden de mysterieuze blauwe nevels zich veel verderop in het Virgocluster.

“SECCO1 is een hele aparte blauwe bubbel”, zegt Michael Jones, deskundige op het gebied van jonge sterrenstelsels van de Steward Observatory in Arizona. “In ons vak is het belangrijk om open-minded te zijn. Verwacht het onverwachte. Als je op onderzoek uitgaat, vind je niet altijd waar je naar op zoek was. Soms stuit je juist op iets totaal anders, wat enorm interessant blijkt.” Dat bleek in dit geval zo te zijn.

H1 en H2
Het team analyseerde data van de Hubble en de grote ruimtetelescopen van New Mexico en Chili. Samen kwamen ze tot de conclusie dat de meeste sterren in deze nieuwe stelsels erg jong en erg blauw zijn. Bijzonder is ook dat er bijna geen atomair waterstofgas (H1) aanwezig is in de sterren. Dit is fascinerend, omdat een ster normaal gesproken wordt gevormd onder invloed van atomaire waterstof. Dit wordt langzaam omgezet in dikke wolken moleculair waterstofgas (H2), voordat de ster zijn vorm krijgt. “We zien dat deze stelsels nauwelijks atomaire waterstof bevatten, maar dat betekent niet dat het niet aanwezig is. Dit moet wel, aangezien er nog steeds sterren worden gevormd. Het bestaan van de jonge sterren en het weinige gas betekent dat ze kort geleden hun gas hebben verloren”, aldus Jones.

“Rode sterren hebben een kleinere massa en leven daardoor langer dan blauwe sterren. Die branden hard en gaan snel dood. Rode sterren vervagen, blauwe sterren jakkeren in hoog tempo alle brandstof erdoorheen, zodat ze geen gas hebben voor de vorming van nieuwe sterren. Het zijn een soort oases in de woestijn”, zo legt Jones de verschillen uit tussen de twee stersoorten.

Het lijkt erop dat de blauwe sterrenstelsels hun brandstof, bestaande uit moleculaire gaswolken, hebben afgesnoept van andere sterrenstelsels. Aangezien de dichtstbijzijnde stelsels honderdduizenden lichtjaren verderop liggen, is dat waarschijnlijk met een flinke klap en veel snelheid gepaard gegaan.

Twee manieren om gas te stelen
Er zijn twee manieren waarop een sterrenstelsel gas kan stelen van een ander stelsel:

1. Tidal-stripping: Het strippen door middel van getijdenkrachten gebeurt wanneer twee grote stelsels langs elkaar schuren. Onder invloed van de zwaartekracht worden gaswolken en sterren uitgewisseld.
2. Ram-pressure-stripping: Hierbij botst een sterrenstelsel op een ander stelsel. Met veel geweld worden gaswolken naar buiten gedwongen. Deze materie sluit dan aan bij het andere stelsel. Het is te vergelijken met een ‘bommetje maken’ in het zwembad.

Bij de blauwe bubbels in het Virgo-cluster lijkt sprake te zijn van een intergalactisch ‘bommetje’. De hoge snelheid waarbij het ene stelsel op het andere invliegt, is kenmerkend voor ram-pressure-stripping. Dit verklaart de enorm geïsoleerde ligging van de stelsels.