Prehistorische reptielen blijken dezelfde migratiepatronen te hebben gehad als de huidige walvissen. Het verklaart waarschijnlijk de raadselachtige vindplaats van tientallen fossielen.

Walvissen leggen gigantische afstanden af in de oceaan om een veilige plek te vinden om hun jongen ter wereld te brengen. Velen nemen jaar na jaar dezelfde route. Uit nieuw onderzoek blijkt nu dat er ver voor hun tijd, namelijk bijna 200 miljoen jaar geleden, al reptielen waren, die hetzelfde trucje konden. De zogenoemde ichthyosauriërs – een soort uit de kluiten gewassen, lompere versie van dolfijnen – migreerden ook naar een veilige plek om er te broeden.

Mysterieuze dood
De onderzoekers kwamen tot die conclusie na nieuw onderzoek in een bedding met fossielen in het bekende Berlin-Ichthyosaur State Park (BISP) in een bos in de Amerikaanse staat Nevada, waar vele 15 meter lange ichthyosauriërs in het gesteente zijn terug te vinden. Volgens de paleontologen biedt hun studie een plausibele verklaring voor hoe minstens 37 van deze mariene reptielen aan hun einde kwamen op dezelfde plaats. Deze vraag hield wetenschappers al meer dan een halve eeuw bezig.

“We hebben bewijs gevonden dat deze ichthyosauriërs in groten getale gestorven zijn, omdat ze migreerden naar dit gebied om hun kinderen ter wereld te brengen. Dat gebeurde generaties lang gedurende honderdduizenden jaren”, legt onderzoeker en museumcurator Nicholas Pyenson uit. “Dat betekent dat het type gedrag dat we tegenwoordig zien bij walvissen al meer dan 200 miljoen jaar plaatsvindt.”

Alternatieve theorieën
Sommige paleontologen dachten dat de ichthyosauriërs gestorven waren door een massale stranding, zoals je soms bij moderne walvissen ook nog weleens ziet, die met honderden tegelijk aanspoelen op een strand. Een andere theorie is dat de dieren vergiftigd waren door gif in een bepaald soort algen. Maar voor beide hypotheses is nooit voldoende bewijs gevonden.

Om dit prehistorische mysterie voor eens en voor altijd op te lossen combineerden de onderzoekers nieuwe technieken zoals 3D-scans, met traditionele paleontologische vasthoudendheid: ze ploegden archiefmateriaal door, bekeken foto’s en veldnotities nogmaals en plozen lade na lade van museumcollecties uit op zoek naar bewijs dat opnieuw kon worden bekeken.

Een 3D-model van de opgravingsplaats was volgens de onderzoekers de beste manier om de fossielen te bestuderen. Hoofdonderzoeker Neil Kelley legt uit: “Zo konden we bestuderen waar deze grote fossielen zich in relatie tot elkaar bevonden, terwijl het mogelijk bleef om bot voor bot te bekijken.”

Theorieën sneuvelen
Om verder te achterhalen wat deze grote reptielen is overkomen, verzamelde het team kleine monsters van de rotsen rond de fossielen en liet er een aantal geochemische tests op los om te ontdekken of er in de omgeving bijvoorbeeld giftige stoffen aanwezig waren. Er bleek niets te zijn dat erop wees dat de dieren door een natuurramp of andere ernstige verstoring van het ecosysteem het loodje hadden gelegd. Ook bleken de botten van de ichthyosauriërs na hun overlijden naar de bodem van de zee te zijn gezonken. Ze zijn dus niet ergens in ondiep water gestrand wat erop zou duiden dat ze zijn aangespoeld. Daarmee wordt de tweede theorie ook naar het rijk der fabelen verwezen.

Maar wat nog veelzeggender was: hoewel het gebied tjokvol shonisaurussen lag – een soort ichthyosaurus – waren andere gewervelde dieren schaars. Het gros van de andere fossielen bestond uit kleine schelpen en ammonieten (familie van de inktvis). “Er liggen zoveel grote volwassen skeletten van deze ene soort en bijna niets anders”, zegt Pyenson. “Er zijn vrijwel geen overblijfselen van vissen of andere mariene reptielen waarmee de shonisaurussen zich konden voeden en er zijn ook geen skeletten van jonge dieren.”

Laatste puzzelstukje
Het paleontologische sleepnet van de onderzoekers had nu al een aantal mogelijke doodsoorzaken geëlimineerd, maar dat niet alleen: er kwam ook nieuwe informatie bovendrijven. Het team vond het cruciale puzzelstukje toen ze tussen nieuw ontdekte fossielen én in oudere museumcollecties piepkleine resten vonden van een ichthyosaurus. Nader onderzoek wees uit dat het om embryo’s en pasgeboren dieren ging. “Toen duidelijk werd dat er voor hen hier niets te eten was en dat de grote shonisaurussen gevonden werden naast de embryo’s, terwijl er geen jonge dieren waren, begonnen we voor het eerst serieus te overwegen dat het om een broedplaats moest gaan”, zegt Kelley.

Net walvissen
Verdere analyse wees vervolgens uit dat de gevonden fossielen uit hele verschillende periodes stamden, er zat zeker honderdduizenden, mogelijk miljoenen jaren tussen. “De vondst van dezelfde diersoorten verspreid over verschillende plaatsen en geologische periodes maar met hetzelfde demografische patroon maakt ons duidelijk dat dit de habitat was waar deze grote oceaandieren generaties lang naar terugkeerden”, aldus Pyenson. “We gaan ervan uit dat dit de plaats was waar Shonisaurussen hun jongen ter wereld brachten, net als de hedendaagse walvissen doen. Nu hebben we bewijs dat dit soort gedrag al 230 miljoen jaar oud is.”

De volgende stap in het onderzoek is om meer vindplaatsen met fossielen van ichthyosaurussen te bestuderen in Noord-Amerika. Met de nieuwe kennis in het achterhoofd kunnen we de prehistorische onderwaterwereld opnieuw vormgeven, aldus de onderzoekers. Ze willen kijken naar andere broedplaatsen en naar plaatsen met een grotere diversiteit aan soorten, die deze grote roofdieren van voedsel konden voorzien.