Voortdurend volgen, vaker knipperen met de ogen of ineens obsessief likken aan de vloer: kleine gedragsveranderingen kunnen erop wijzen dat je hond pijn heeft. Juist omdat deze signalen zo subtiel zijn, is het lastig om ze op te vangen.
Opvallend genoeg zijn hondeneigenaren niet per se beter in het herkennen van deze subtiele pijnsignalen dan mensen zonder hond. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de Universiteit Utrecht.
Moeilijk te herkennen
Signalen van pijn bij honden uiten zich vaak in gedragsveranderingen die we gemakkelijk over het hoofd zien of verkeerd interpreteren. Eigenaren beschouwen deze signalen bijvoorbeeld als uitingen van angst, stress of normale dagelijkse veranderingen in gedrag.
Voorbeelden van zulke signalen zijn rusteloosheid, een verminderde behoefte aan sociaal contact, veranderingen in de vacht, vaker gapen en het wegdraaien van de kop of het lichaam.
Het is belangrijk dat hondeneigenaren deze pijnsignalen vroeg herkennen, zodat ze op tijd actie kunnen ondernemen en het lijden van hun hond kunnen beperken. Nederlandse onderzoekers wilden daarom weten in hoeverre hondeneigenaren hier beter toe in staat zijn dan niet-eigenaren.
Pijnbeoordeling
De onderzoekers testten de herkenningsvaardigheden van 530 hondeneigenaren en 117 niet-eigenaren via een online vragenlijst. De deelnemers moesten bij zeventien verschillende gedragskenmerken aangeven hoe waarschijnlijk het was dat deze samenhangen met pijn.
Gedragingen als ‘verandering in persoonlijkheid’, ‘aarzelend optillen van een poot’, ‘wisselende stemming’ en ‘minder spelen’ kregen hogere pijnscores dan ‘snuffelen in de lucht’, ‘neus likken’ en ‘gapen’.
Wil je niets van Scientias missen? Volg Scientias op Google Discover dan zie je al onze verhalen!
Opvallend was dat ‘het wegdraaien van de kop of het lichaam’ en ‘verstijven’ door niet-hondeneigenaren vaker als tekenen van pijn werden gezien dan door hondeneigenaren.
Drie scenario’s
De deelnemers beoordeelden ook drie gedragssituaties: een hond zonder pijn en twee honden met een pijnlijke aandoening. In het ene geval ging het om duidelijke pijnsignalen die samenhingen met bewegingsproblemen, terwijl de signalen in het andere geval juist subtiel waren.
De kans op pijn werd aanzienlijk hoger ingeschat in het scenario met de duidelijke bewegingsgerelateerde pijn. Hondeneigenaren gaven in dit geval iets hogere scores dan niet-eigenaren, wat erop wijst dat ervaring een rol speelt.
Evenveel moeite
Bij de situatie met subtiele pijnsignalen, zoals voortdurend volgen en nachtelijke onrust, was er echter geen verschil tussen hondeneigenaren en niet-eigenaren. Dit suggereert dat hondeneigenaren moeite hebben om minder duidelijke pijnsignalen te herkennen en deze waarschijnlijk wijten aan stress of angst.
De onderzoekers benadrukken dat voorlichting over hondengedrag meer aandacht zou moeten besteden aan het feit dat kleine gedragsveranderingen ook een aanwijzing van pijn kunnen zijn.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Hondenbaasjes weten dit al langer: je hond kan meer woorden begrijpen dan de meeste mensen denken en Je huisdier heeft ademnood: welke hondenrassen de dupe zijn.
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:



