Naast het coronavirus is het bijna 100 keer voorgevallen dat mensen een ziekteverwekker aan wilde dieren hebben teruggegeven.

Oorspronkelijk sprong het coronavirus over van dier op mens. Maar vervolgens hebben we dit virus ook weer teruggeven aan dieren. Nu blijkt uit een nieuwe studie dat dit niet de eerste keer is geweest. In het vakblad Ecology Letters beschrijven de onderzoekers de bijna honderd verschillende gevallen waarin ziekten een ‘terugslag’ ondergingen van mens naar wild dier, net zoals SARS-CoV-2 zich heeft kunnen verspreiden onder nertsen, dierentuindieren en wilde witstaartherten.

Coronavirus
Sinds de uitbraak van het coronavirus maakten veel wetenschappers zich zorgen om het lot van wilde dieren. Al vrij snel in de pandemie werd namelijk duidelijk dat ook honden en katten het virus door hun baasjes konden oplopen. En niet veel later werden ook de eerste dierentuindieren (tijgers en leeuwen) en boerderijdieren (nertsen) met COVID-19 ontdekt. Er was daarom geen reden om aan te nemen dat mensen het virus niet zouden kunnen overdragen op wilde zoogdieren wanneer ze nauw met hen in contact staan. “Er is begrijpelijkerwijs enorm veel belangstelling geweest voor de overdracht van ziekteverwekkers van mens op wild dier in het licht van de pandemie,” zegt onderzoeker Gregory Albery. “We zijn daarom door de literatuur gaan graven om te zien hoe het proces zich in het verleden heeft gemanifesteerd.”

Wilde herten
Misschien wel het bekendste voorbeeld, is de overdracht van het coronavirus van mens op wilde witstaartherten in de Verenigde Staten. Tussen januari en maart 2021 namen wetenschappers neusuitstrijkjes bij 360 witstaartherten op verschillende plekken in Ohio. Maar liefst 35 procent (129 herten) testten positief op verschillende stammen van het coronavirus. Deskundigen vermoeden dat het virus van mens op hert is overgesprongen. Daarnaast is het goed mogelijk dat herten het virus vervolgens weer aan elkaar doorgeven: de onderzoekers ontdekten verschillende mutaties in het virale spike-eiwit die niet vaak worden gezien bij menselijke infecties. En dat suggereert dat het virus van hert op hert is overgesprongen. Het feit dat wilde herten besmet kunnen raken is enigszins verontrustend. Want de angst heerst dat herten een nieuw coronareservoir kunnen vormen, waaruit ze vervolgens ook weer mensen infecteren. Als het virus zich namelijk kan vestigen en overleven in herten, kunnen ze een nieuwe potentiële bron van SARS-CoV-2 zijn.

Uit de resultaten blijkt dat het coronavirus niet het enige virus is geweest dat mensen aan wilde dieren teruggaven. Dat blijkt al bijna 100 keer eerder te zijn gebeurd. Bijna de helft van deze incidenten vond plaats in gevangenschap, zoals in dierentuinen.

Primaten
Daarnaast blijkt dat in meer dan de helft van de gevallen de ziekteverwekker van mens op primaat was overgesprongen. Iets dat overigens niet heel verrassend is. Primaten lijken genetisch gezien namelijk sterk op mensen. En ziekteverwekkers kunnen nou eenmaal gemakkelijk overspringen op nauwverwante gastheren. Bovendien worden wilde populaties van bedreigde mensapen nauwlettend in de gaten gehouden, waardoor de kans dat een persoon een ziekteverwekker aan mensapen overdraagt, niet ondenkbaar is.

Transmissieroute
Volgens onderzoeker Anna Fagre roept dit belangrijke vragen op. “De bevindingen ondersteunen het idee dat de kans groot is dat we ziekteverwekkers detecteren op plekken waar we ernaar zoeken, met een onevenredig aantal studies dat zich richt op charismatische dieren in dierentuinen of in de nabijheid van mensen,” zegt ze. “Tegelijkertijd roept dit de vraag op welke transversale transmissieroutes we mogelijk missen. En dat kan belangrijke gevolgen hebben voor de volksgezondheid en voor de gezondheid en het behoud van een geïnfecteerd diersoort.”

Goed nieuws
De onderzoekers komen in hun studie echter ook met goed nieuws. Want uit de bevindingen blijkt dat kunstmatige intelligentie met succes gebruikt kan worden om te achterhalen welke soorten het grootste risico lopen om een bepaald virus te krijgen. Toen de onderzoekers de soorten die besmet waren met SARS-CoV-2 vergeleken met voorspellingen die eerder in de pandemie gedaan waren, ontdekten ze dat wetenschappers het vaker wel dan niet correct hadden kunnen raden. “Het is heel geruststellend om te zien dat het sequencen van dierlijke genomen en het begrijpen van hun immuunsysteem zijn vruchten afwerpt,” aldus onderzoeker Colin Carlson. “De pandemie gaf wetenschappers de kans om enkele voorspellende tools uit te proberen. En daaruit blijkt dat we beter voorbereid zijn dan we dachten.”

Problematisch
Hoewel dat geruststellend is, onderstrepen de onderzoekers dat het nog wel heel problematisch is hoe weinig we weten over ziekten bij wilde dieren. “We houden SARS-CoV-2 nauwlettender in de gaten dan enig ander virus op aarde,” zegt Carlson. “Dus als er een terugslag plaatsvindt, kunnen we het opvangen. Het is echter veel moeilijker om het risico in te schatten in andere gevallen, waarbij we niet over zoveel informatie beschikken. Het betekent dat het moeilijk te meten is hoe ernstig een terugvloeiing van andere ziekteverwekkers dan het coronavirus voor de menselijke gezondheid of voor een wild dier is.”

En dus zou toekomstig onderzoek zich daarop moeten richten, zo schrijven de onderzoekers. “Dankzij langdurige monitoring kunnen we transversale transmissiegebeurtenissen veel sneller herkennen en dienovereenkomstig handelen,” besluit Fagre.