Eerlijk delen, intuïtief denk je dat meisjes dat meer zullen doen dan jongens. Dat blijkt niet zo te zijn.

Gender heeft weinig impact op de ontwikkeling van eerlijk gedrag en de neiging om te delen bij kinderen en tieners. Dat geldt voor allerlei culturen over de hele wereld, blijkt uit Brits en Amerikaans onderzoek waar zelfs inheemse Australiërs en inwoners van Fiji aan deelnamen. De onderzoekers keken naar wat pro-sociaal gedrag wordt genoemd. Daartoe behoort onder meer de bereidheid om te delen en samen te werken. Ze concluderen dat er erg weinig verschil is tussen meisjes en jongens als het gaat om deelgedrag en hun gevoel van wat eerlijk is.

Vrouwen niet beter
Onderzoeker Bailey House van de University of York vertelt aan Scientias.nl: “Ik denk dat veel mensen verwachten dat vrouwen meer bereid zijn te delen dan mannen, maar dat ligt niet zo voor de hand als je zou denken. Hoewel binnen bepaalde samenlevingen het delen van vrouwen er misschien anders uitziet dan dat van mannen, blijkt er weinig verschil te zijn als onderzoekers het deelgedrag van mannen en vrouwen vergelijken in specifieke situaties. Dat wil niet zeggen dat er geen verschillen zijn, maar wel dat ze mogelijk weinig te maken hebben met biologische factoren en meer met hoe wordt verwacht van mannen en vrouwen dat ze zich gedragen in bepaalde culturen. Onze bevindingen wijzen sterk in die richting: we zien geen sterke genderverschillen of verschillen die consistent zijn over meerdere samenlevingen.”

Niet biologisch, maar cultureel
Delen is dus niet iets dat vrouwen van nature meer doen dan mannen, maar wordt sterk bepaald door de cultuur waarin we leven. “Als er al verschillen bestaan dan komen die waarschijnlijk voort uit factoren die in zekere zin uniek zijn voor een bepaalde cultuur of de mensen die zijn bestudeerd. Mogelijk spelen factoren als opleiding en sociale klasse een rol, maar het effect kan verschillen per samenleving”, aldus House.

De onderzoekers bestudeerden het deelgedrag van jongens versus meisjes, maar keken nadrukkelijk ook naar hoe dit gedrag verschilde per cultuur. “Voor het grootste deel vonden we geen enkel verschil tussen samenlevingen. Het is belangrijk om aan te geven dat dit niet betekent dat er geen culturele verschillen zijn in hoe gender de eerlijkheid en het deelgedrag van kinderen vormt. Het suggereert alleen dat er waarschijnlijk geen gróte verschillen zijn”, verklaart de onderzoeker.

Simpele spelletjes
Hoe de onderzoekers tot die conclusies komen? “We deden een heel simpel spelletje. Een kind kon kiezen om twee beloningen, zoals snoepjes, te delen met een ander kind of ze allebei zelf te houden. Dit vertelt ons of een kind bereid is iets weg te geven, terwijl hij het ook voor zichzelf had kunnen houden”, legt House uit. “Eerlijkheid maten we met een ander eenvoudig spel. We vertelden een kind dat een aantal beloningen oneerlijk verdeeld zou worden tussen hemzelf en een ander. Het kind kon deze oneerlijke verdeling accepteren of niet. Als hij er niet mee akkoord ging, kreeg geen van beiden een beloning. Zo konden we eerlijkheid meten door te kijken of kinderen bereid waren een oneerlijke uitkomst niet te accepteren, zelfs als het hen persoonlijk iets kostte.”

Mannen en vrouwen lijken op elkaar
De onderzoeker vond het verrassend dat er uiteindelijk zo weinig verschillen waren tussen meisjes en jongens, net als er weinig verschillen zijn tussen mannen en vrouwen. “Wat dit voor mij betekent, is dat mensen misschien voorzichtig moeten zijn als ze in het algemeen praten over verschillen in pro-sociaal gedrag tussen mannen en vrouwen. Er zijn mogelijk heus wel genderverschillen, maar die zijn veel meer specifiek voor bepaalde samenlevingen en situaties en veel minder een algemene eigenschap van mannen en vrouwen, en meisjes en jongens.”

In de toekomst wil House zich dan ook niet meer richten op zulke algemene genderverschillen in deelgedrag, maar juist meer ingaan op culturele verschillen. “De bevindingen wijzen uit dat we in vervolgstudies naar verschillen tussen jongens en meisjes als het gaat om deelgedrag en eerlijkheid moeten kijken naar specifieke situaties – die misschien meer lijken op interacties in de echte wereld – binnen specifieke samenlevingen, in plaats van naar algemene genderverschillen.”