Kleine mantelmeeuwen mijden een windpark voor de Zeeuwse kust, ook als er wel iets te halen valt.
Kleine mantelmeeuwen vermijden een windpark voor de Zeeuwse kust. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek van ecoloog Rosemarie Kentie en haar collega’s. Zij volgden 58 kleine mantelmeeuwen van de kolonie op Neeltje Jans met gps-zenders. Zo konden de onderzoekers zien waar de vogels naartoe vlogen, en vooral: of ze het windpark voor de Zeeuwse kust binnenvlogen.
Dat deden de meeste meeuwen opvallend weinig. Voor, tijdens en na het broedseizoen brachten ze meer tijd door in de buurt van vissersschepen dan in het windpark. Dat leek in eerste instantie goed te verklaren: in het windpark mag niet gevist worden. Buiten het windpark varen wel vissersschepen. En daar valt voor meeuwen vaak iets te halen: vis of bijvangst die overboord wordt gegooid.
Leestip: Experiment bewijst dat meeuwen intelligenter zijn dan je misschien zou denken
Toch bleek die verklaring niet te kloppen. De onderzoekers vergeleken de bewegingen van de meeuwen met gegevens over visserijactiviteit. Daarvoor gebruikten ze informatie van de Global Fishing Watch. Uit die data blijkt dat in het weekend veel minder gevist wordt dan op doordeweekse dagen. Als de meeuwen het windpark alleen zouden mijden omdat ze liever achter vissersschepen aanvlogen, zouden ze in het weekend dus vaker het windpark in moeten vliegen. Maar dat gebeurde niet.
“Waarom de meeuwen het windpark nog steeds vermijden is nog steeds een fascinerend raadsel”, zegt Kentie. Er is dus iets anders aan de hand. Wat dat precies is weten de onderzoekers nog niet. Volgens het onderzoek kan het mogelijk iets te maken hebben met het windpark zelf of met gedrag dat nog niet goed is waargenomen. Echter trekken de onderzoekers wat dat betreft nog geen harde conclusies. Het onderzoek is te vinden in het vakblad Journal of Animal Ecology.
Duidelijke verschillen
De onderzoekers gebruikten voor hun analyse een methode die Step Selection Analysis heet. Daarbij wordt gekeken waar een vogel naartoe had kunnen vliegen, en waar hij uiteindelijk echt naartoe ging. Als een meeuw vaak de kans had om het windpark in te vliegen, maar dat steeds niet deed, wijst dat op vermijdingsgedrag.
Wel zagen ze duidelijke verschillen tussen individuele vogels. Niet elke meeuw gedroeg zich hetzelfde. Sommige mannetjes vlogen juist wel regelmatig het windpark in, vooral tijdens en na het broedseizoen. “Mannetjes zijn over het algemeen vaker op zee dan vrouwtjes”, zegt Kentie. “Vrouwtjes zoeken vaker voedsel op land.” Maar ook binnen die groepen zijn de verschillen groot. Volgens Kentie heeft elke meeuw zijn eigen gewoontes.
Dat maakt het onderzoek extra belangrijk. Windparken op zee nemen snel toe in aantal en grootte. Voor zeevogels kan dat grote gevolgen hebben. Sommige soorten worden aangetrokken door windparken, bijvoorbeeld omdat er niet gevist wordt wat ervoor zorgt dat er mogelijk meer vis te vinden is. Andere soorten blijven juist weg. Als dat gebeurt verliezen ze effectief een deel van hun jachtgebied.
Collision Risk Models
Daarnaast is er het risico op botsingen met windturbines. Hoe vaak dat gebeurt op zee is echter lastig vast te stellen. “We weten nog niet goed hoeveel botsingen er op zee zijn”, zegt Kentie. “Op land kun je de karkassen van dode vogels vinden, maar op zee kan dat niet. Het ophangen van camera’s is ook niet erg effectief: je ziet niet goed wat er ’s nachts of bij slecht weer gebeurt.”
Daarom gebruiken onderzoekers zogeheten Collision Risk Models. Dat zijn modellen die proberen te schatten hoe groot de kans is dat een vogel een klap van een windmolen krijgt. Dit nieuwe onderzoek kan zulke modellen beter maken. Nu wordt soms nog te veel uitgegaan van een ‘standaard’ gedrag per soort. Dit onderzoek laat zien dat er grote verschillen kunnen zijn tussen individuele vogels: sommige meeuwen vermijden het windpark sterk, terwijl anderen het juist opzoeken.
Er blijven dus nog meer dan genoeg onbeantwoorde onderzoeksvragen over. Een daarvan heeft te maken met het feit dat de gps-zenders elke twintig minuten lieten zien waar een vogel was, maar niet wat hij daar deed. De onderzoekers weten dus niet of een meeuw rustte, naar voedsel zocht of alleen voorbijvloog. Kentie wil daarom een gedetailleerder vervolgonderzoek opzetten dat onder andere deze vraag probeert te beantwoorden.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Plastic bestanddelen nu ook aangetroffen in eieren van zilvermeeuwen en Stadsdieren worden brutaler: wereldwijd onderzoek laat zien hoe de stad dieren verandert . Of lees dit artikel: In 97 procent van de zeevogels op Antarctica zijn microplastics gevonden .
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


