In Madagaskar nam het aantal branden in beschermde natuurgebieden toe met 76 tot 248 procent tijdens een vijf maanden lange covid-lockdown in 2020.  

Wat betreft lockdowns om de coronapandemie te bedwingen, zou je kunnen denken: rot voor ons, maar fijn voor de natuur. Misschien kan die wat meer zijn gang gaan als wij allemaal een paar weken of maanden thuis zitten duimen te draaien. Maar zo pakt het lang niet altijd uit. In Madagaskar blijken beschermde natuurgebieden behoorlijk te leiden hebben gehad onder een plaatselijke lockdown. Dat blijkt uit een nieuwe studie van Johanna Eklund van de Universiteit van Helsinki en collega’s.

‘Nooit vertoonde toename’

Om de effecten van de lockdown te kunnen bestuderen, voorspelden Eklund en haar team eerst hoeveel branden je in een bepaalde maand zou verwachten, op basis van bijvoorbeeld de hoeveelheid neerslag en de soort begroeiing. Vervolgens vergeleken ze die voorspellingen met de daadwerkelijke aantallen branden, zoals waargenomen met satellieten.

“Onze analyse bracht een nog nooit vertoonde toename van branden aan het licht in de beschermde gebieden van Madagaskar tussen maart en juli 2020”, schrijven de onderzoekers. En laat dat nou net de periode zijn waarin er in Madagaskar een lockdown van kracht was.

Van natuurgebied naar landbouwgrond

Hoe zit dat? Vanwege de lockdown mochten natuurbeheerders een aantal maanden lang niet in de beschermde gebieden werken. Daardoor konden ze er bijvoorbeeld ook niet patrouilleren. En dus konden ze niet voorkomen, zo is het idee, dat boeren delen van dat natuurgebied platbrandden.

Waarom ze dat doen? Om verschillende redenen, zegt Eklund. “Ze branden de bestaande begroeiing weg om ruimte te maken voor gewassen, om vee van vers voer te voorzien, en om te voorkomen dat bomen en struiken hun velden binnendringen.” Wat precies de reden was, is niet duidelijk, vervolgt ze, “maar we weten wel dat de branden geen verband hielden met het weer. We kunnen er dus redelijk zeker van zijn dat de branden door mensen werden veroorzaakt.”

Daar kwam bij dat het door de pandemie economisch gezien niet echt lekker ging in het land. Ook bracht het toerisme nauwelijks nog geld in het laatje. Eklund en collega’s vermoeden dan ook dat “mensen meer land vrijmaakten vanwege teruglopende inkomsten uit andere bronnen”, zo schrijven ze in hun artikel.

‘Sterke en onmiddellijke impact’

Maar: daar hielden ze blijkbaar wel acuut mee op toen de natuurbeheerders weer met hun werk begonnen. Het aantal branden nam vanaf augustus 2020 namelijk snel weer af tot het ‘normale’ aantal. “En dat terwijl de economie van Madagaskar nog niet was opengegaan en het economisch gezien een moeilijke tijd bleef – inclusief een door droogte veroorzaakte hongersnood in het zuiden van het land”, schrijven de onderzoekers.

“Daar waren we zelf verbaasd over”, vult Eklund aan. “Ik denk dat de meesten van ons bang waren dat de branden aan zouden houden. Het zou interessant zijn om te weten of ze buiten beschermde gebieden begroeiing zijn gaan wegbranden toen het beheer werd hervat, of dat de plaatselijke situatie was verbeterd en de mensen andere manieren hadden gevonden om in hun levensonderhoud te voorzien.”

Bosbranden in Ierland

Madagaskar is overigens zeker niet het enige land waar de lockdowns invloed hebben gehad op hoeveel brand er was in natuurgebieden, zegt Cathelijne Stoof, natuurbranddeskundige aan Wageningen University & Research. “In bijvoorbeeld Nederland en Ierland gingen tijdens de lockdowns ineens veel meer mensen recreëren in het bos. In Ierland leidde dat plotseling tot veel bosbranden, terwijl de meeste natuurbranden in dat land normaal gesproken plaatsvinden in open terrein.”