Diederik vertelt over Mary Anning, een van de belangrijke grondleggers van de paleontologie. In aflevering 2 van de evolutiereekspodcast praten Diederik en Krijn uitgebreid over haar en over de achtergronden van de paleontologie.
Mary Anning behoort tot de indrukwekkendste wetenschappers uit de geschiedenis, al stond haar naam lang in de schaduw. Ze werd geboren in 1799 in het Engelse kustplaatsje Lyme Regis en had niet bepaald een makkelijke start. Van de tien kinderen in haar gezin overleefden alleen Mary en haar broer Joseph de kindertijd. En alsof dat nog niet genoeg was, ontsnapte ze als baby ook nog eens aan een blikseminslag waarbij de mensen om haar heen omkwamen.
Geen romantische hobby maar pure noodzaak
Toen haar vader vroeg overleed, moest Mary geld verdienen. Fossielen zoeken werd geen romantische hobby, maar pure noodzaak. Ze bleek er uitzonderlijk goed in. In 1811, ze was pas twaalf, vond ze samen met Joseph het eerste complete skelet van een ichthyosaurus. Twaalf jaar later volgde haar beroemdste ontdekking: een volledig plesiosaurusskelet met een zó lange nek dat wetenschappers aanvankelijk dachten dat het vervalst was. Het bleek juist een vondst van wereldklasse.
Daar bleef het niet bij. Anning vond ook een van de eerste fossielen van een vliegend reptiel, een Pterodactylus, en ze was de eerste die begreep dat sommige mysterieuze stenen eigenlijk gefossiliseerde uitwerpselen waren. Coprolieten dus: versteende poep die ineens iets vertelt over het dieet van dieren die al miljoenen jaren verdwenen zijn.
Lees meer: Fossielen gevonden van baby-pterosauriërs die omkwamen in een storm
Seksisme en armoede
Wat haar verhaal extra schrijnend maakt, is hoe hard ze moest knokken tegen armoede en seksisme. Vrouwen mochten niet studeren en geen lid worden van wetenschappelijke verenigingen. Mary kon nauwelijks lezen en schrijven, maar leerde zichzelf geologie en anatomie door dieren te ontleden aan de keukentafel. Intussen kochten rijke mannen haar fossielen, publiceerden erover in Londen en kregen de eer. Mary zelf werd vaak niet eens genoemd.



