Veel ouders en leerkrachten denken dat kinderen die op hun vingers tellen achterlopen op hun klasgenoten. Maar niets is minder waar, blijkt uit nieuw onderzoek.
Onderzoekers van de Universiteit van Lausanne volgden 192 kinderen drie jaar lang vanaf hun vierde tot hun achtste levensjaar. Elke zes maanden kregen de kinderen simpele sommetjes voorgeschoteld, zoals drie plus twee of vier plus vijf. De onderzoekers filmden alles en keken of de kinderen hun vingers gebruikten.
Wat bleek? Vrijwel alle kinderen telden op enig moment op hun vingers. Maar liefst 93 procent deed dat weleens. De meeste kinderen begonnen rond hun zesde en stopten er rond hun zevende mee, waarna ze in hun hoofd begonnen te rekenen.
De beste rekenaars hadden eerst vingers gebruikt
De echte verrassing kwam toen de onderzoekers de kinderen indeelden in vier groepen: kinderen die nooit hun vingers gebruikten, kinderen die er net mee begonnen waren, kinderen die dat al langer deden en kinderen die vroeger wel telden maar daar inmiddels mee gestopt waren.
Die laatste groep, de kinderen die eerst wel op hun vingers telden maar dat later niet meer nodig hadden, presteerde veruit het beste. Zij maakten de minste fouten en konden de moeilijkste sommen oplossen. De kinderen die nooit hun vingers hadden gebruikt, scoorden juist het slechtst.
Waarom werkt het zo goed?
De verklaring ligt in hoe jonge kinderen leren rekenen. Ze hebben nog maar een vaag begrip van getallen: ze weten wel dat drie meer is dan twee, maar kunnen dat abstracte idee nog niet goed vasthouden. Vingers helpen daarbij; ze maken getallen letterlijk tastbaar.
Als een kind bij ‘drie plus twee’ eerst drie vingers opsteekt en daarna nog eens twee, ziet én voelt het de hoeveelheid. Die concrete ervaring helpt het brein een stevig getalbegrip op te bouwen. Na verloop van tijd heeft een kind die steun niet meer nodig en kan het de rekenstappen in zijn hoofd uitvoeren. Je kan het vergelijken met leren fietsen met zijwieltjes.
Tegen de stroom in
Het onderzoek gaat in tegen een veelgehoord geluid op scholen dat vingertellen slecht zou zijn. Volgens de onderzoekers berust dat idee op een misverstand. In eerdere studies werden alle kinderen die niet op hun vingers telden op één hoop gegooid. Maar dat is een vreemde mix: sommige kinderen gebruiken hun vingers nooit omdat ze het niet nodig hadden, terwijl anderen ermee gestopt waren omdat ze verder waren in hun ontwikkeling.
Toen de Zwitserse wetenschappers de twee groepen uit elkaar trokken, werd het plaatje ineens helder. De kinderen die er vroeg mee stopten, deden dat niet omdat vingertellen slecht voor ze was, maar juist omdat ze er zoveel van geleerd hadden dat ze klaar waren voor de volgende stap.
Wat betekent dit voor ouders en scholen?
De boodschap voor ouders en leerkrachten is helder: maak je geen zorgen als je kind op zijn vingers telt. Sterker nog, moedig het aan. Het is wellicht een teken van een gezonde ontwikkeling. Kinderen die nooit hun vingers gebruiken, kunnen juist extra aandacht nodig hebben.
De onderzoekers pleiten ervoor om te beginnen met de meest voor de hand liggende strategie: eerst alle vingers tellen. Dat is het meest betekenisvol voor jonge kinderen omdat het precies laat zien wat er gebeurt bij een som. Begin met simpele sommetjes waarbij beide getallen onder de vijf blijven, zoals drie plus twee. Die zijn makkelijk op je handen te maken. Naarmate kinderen groter worden, ontdekken ze vanzelf efficiëntere manieren.
Maar het belangrijkste inzicht uit dit onderzoek is misschien wel dat we niet alleen moeten kijken naar wat een kind op dit moment doet, maar ook naar de weg die het heeft afgelegd. Een kind dat nu niet meer op zijn vingers telt, kan een heel andere voorgeschiedenis hebben dan een ander kind dat ook geen vingers gebruikt. En die voorgeschiedenis maakt het verschil.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Meer schermtijd op jonge leeftijd hangt samen met lagere scores voor lezen en rekenen en Moeite met sommen maken? Kinderen worden beter in rekenen dankzij muziekles. Check ook: Met iemand communiceren of rekenen terwijl je droomt: dat kan echt!


