Wetenschappers hebben een verrassende verklaring gevonden voor de opvallend hoge stikstofwaarden in de overblijfselen van neanderthalers. Een onderzoek naar vliegenlarven doet namelijk denken dat deze vroege mensen mogelijk insecten aten die zich voedden met rottend vlees. Maden dus.
Als je botten van neanderthalers onder de loep neemt, zie je iets opvallends: ze bevatten extreem hoge waarden van bepaalde stikstofisotopen. Normaal hebben toppredatoren zoals wolven of hyena’s de hoogste scores, rond de 8,8. Maar neanderthalers zitten daarboven, met waarden van 11,0. Dat is vreemd, want andere sporen wijzen erop dat ze niet alleen maar vlees aten. Wat verklaart dit dan? Onderzoekers van de Amerikaanse Purdue University denken het antwoord te hebben gevonden. Neanderthalers hadden maden op het menu staan.
Een experiment met vliegenlarven
De wetenschappers testten hun hypothese door aan de slag te gaan met vliegenlarven die groeien op rottend vlees. Ze verzamelden deze larven van menselijke lichamen bij de Anthropology Research Facility in Tennessee, een plek waar onderzoekers de ontbinding van lichamen bestuderen. Drie soorten vliegenlarven werden onderzocht: die van bromvliegen, kaasvliegen en soldatenvliegen. Deze larven werden geanalyseerd en vergeleken met de stikstofwaarden van neanderthalers en andere dieren uit dezelfde tijd, zoals herten (5,2) en wolven (8,8).
Maden scoren hoog
De larven, zo blijkt uit de studie, hadden stikstofwaarden die door het dak gingen: gemiddeld 17,5, met uitschieters tot 24,0 bij soldatenvliegen in de winter. Dat is veel hoger dan wat je ziet bij roofdieren of herbivoren. En het komt in sommige gevallen verdacht dicht in de buurt bij de waarden van neanderthalers. Dit betekent dus dat neanderthalers niet zomaar af en toe maden consumeerden, maar dat deze een structureel deel van hun dieet waren.
Niet alles is perfect
De onderzoekers geven toe dat hun studie niet waterdicht is. Ze werkten soms met kleine aantallen larven, bijvoorbeeld maar 18 kaasvliegen, en de moderne setting verschilt van de prehistorie. Het klimaat was toen anders, en de dieren waarop de larven leefden ook. Toch is dit een veelbelovende eerste stap.
Waarom maden eten?
Maar waarom zouden neanderthalers maden hebben gegeten? Nou, ze zitten bomvol eiwitten. Een made bestaat uit tussen de 36 en 62 procent aan eiwitten. Ze kunnen dus een handige voedselbron zijn geweest, vooral als ander eten schaars was. En ze waren niet de enigen: door de geschiedenis heen hebben mensen insecten gegeten in moeilijke tijden.
Ook vandaag de dag worden maden in sommige culturen gewoon geconsumeerd. Neem casu marzu, een Sardijnse kaas vol levende larven, geliefd om zijn pittige smaak. En het stopt niet bij maden. Wereldwijd eten zo’n twee miljard mensen insecten, vaak als eiwitbron in schaarse tijden, maar lang niet altijd om die reden. Ook in het Westen groeit de interesse: de EU keurde insecten zoals meelwormen en sprinkhanen enkele jaren geleden goed als ‘novel foods’. De markt voor insectenmeel in voeding in de EU schiet omhoog met tot wel 20 procent per jaar. Toch hapert het nog: slechts 20 procent van de West-Europeanen zegt voorlopig ja tegen insecten.



