Vorige week maandag vertelde Diederik in een video dat bier toch niet goed voor je hersenen is, ook al werd dat wel gesuggereerd in een bepaalde studie. Maar die twee wijntjes dan? Nope. Dat idee is een van de hardnekkigste mythes in de voedingswetenschap. Diederik legt in deze video uit waarom.
Lange tijd leek onderzoek te laten zien dat matige drinkers minder kans hadden op hartziekten dan mensen die helemaal niet dronken. Dat werd vaak weergegeven als een J-curve: een beetje alcohol zou beter zijn dan niets. Maar dat beeld bleek vertekend. In de groep geheelonthouders zaten namelijk ook veel ex-drinkers die waren gestopt vanwege gezondheidsproblemen. Daardoor leek het alsof niet-drinkers ongezonder waren, terwijl een deel van hen juist al schade had opgelopen door eerder alcoholgebruik.
Leestip: Harde conclusies over drank en gezondheid: meer dan 60 ziekten zouden niet bestaan zonder alcohol
Daar komt nog iets bij. De zogenoemde gezonde drinker heeft vaak ook een hoger inkomen, betere voeding en meer beweging. En armoede is juist slecht voor de levensverwachting, onder meer door slechter eten, minder toegang tot zorg, zwaarder werk en andere woonomstandigheden. Corrigeer je voor dit soort factoren, dan verdwijnen de vermeende voordelen van alcohol.
Luistertip: Epidemiologie, wat is dat eigenlijk? Met Erna van Balen – Scientias Podcast 76
Ook de beroemde Franse Paradox helpt weinig. Rode wijn zou gezond zijn door resveratrol, maar voor een nuttige dosis zou je honderden liters wijn per dag moeten drinken. Geniet dus gerust als je wilt, maar noem het geen gezondheidstip.



