Platte daken in de stad liggen er maar saai en grijs bij. Zouden we daar niet iets kleurrijks en nuttigs mee kunnen doen? Het vergroenen van stadsdaken heeft vele voordelen en naar nu blijkt, groeit een spinazieplant zelfs vier keer zo hard bij de CO2-ventilatiebuis.

Stadslandbouw, ook wel heel hip urban farming genoemd, is de productie van voedsel in en om de stad. Zo zijn er bijvoorbeeld stadsboerderijen, volkstuinen en schooltuintjes. Ook ontstaan steeds meer innovatieve projecten om steden groener, duurzamer en leefbaarder te maken. Een populaire, nieuwe trend is om de grijze stadsdaken te beplanten. Dit oogt mooi van bovenaf en het isoleert het gebouw, wat zorgt voor warmte in de winter en verkoeling in de zomer. Een groen dak laat de dakbedekking langer meegaan, geeft minder last bij hevige regenbuien en verbetert de luchtkwaliteit. Ook insecten hebben baat bij groene daken. Steden zijn tijdens hittegolven een stuk heter dan het platteland. Dit hitte-eilandeffect wordt teruggedrongen door vergroening.

Voordelen van dakbeplanting
In Nederland wordt vaak gekozen voor beplanting met sedumplanten, een soort vetplantje. Maar een universitair team uit het Britse Cambridge ging nog een stapje verder en plantte voedsel op het dak van een campusgebouw van de Amerikaanse Boston University. Ze deden onderzoek naar het benutten van de uitgeblazen koolstofdioxide van de personen die in een gebouw wonen, werken of naar school gaan.

Spinazie groeit als kool door CO2
Ze sloegen steil achterover van de resultaten: de spinazieplanten die op het dak vlakbij een CO2-afvoerbuis stonden, groeiden maar liefst vier keer zo hard als normaal. De CO2-uitlaatgassen zijn blijkbaar een erg potente meststof. De onderzoekers gingen ervan uit dat de omstandigheden voor het telen van groentes niet ideaal waren op daken. Zo is er meer blootstelling aan wind, minder bodemvocht en erg felle zonnestraling, waardoor de planten kleiner en minder gezond zouden zijn. Maar de extra koolstofdioxide uit de ventilatiebuizen zou volgens het team wel eens een aantal van deze nadelen kunnen tegengaan. Ze verbouwden spinazie en maïs op verschillende plekken van het campusdak om dit te onderzoeken.

“We wilden testen of er een gratis en ongebruikte hulpbron in gebouwen is die kan worden gebruikt om planten sneller te laten groeien in daktuinen”, zegt hoofdonderzoeker dr. Sarabeth Buckley. “Het creëren van gunstigere omstandigheden kan helpen om dakboerderijen succesvoller te maken. Zo ontstaan hopelijk meer haalbare opties om voedsel in de stad te telen.”

Moestuin op het dak
De keuze viel op maïs en spinazie omdat het bekende en veelvoorkomende groenten zijn en omdat ze hun fotosynthese op verschillende manieren gebruiken om te groeien. De spinazieplant is gevoeliger voor verhoogde CO2-niveaus en zou dus meer moeten profiteren van de CO2-uitstoot van de ventilatiebuizen. De maïsplanten fungeerden als controlegroep om te kijken of bijvoorbeeld de hogere warmte en luchtbewegingen bij de uitlaat ook invloed hebben op de plantengroei. De CO2-concentraties in verschillende vertrekken van het campusgebouw en in de daktuin werden regelmatig gemeten om bij te houden hoeveel extra CO2 de planten bereikte.

“In de CO2-metingen werden hoge concentraties gevonden, zowel in de klaslokalen als bij de uitlaatopeningen op het dak. De mensen in het gebouw veroorzaakten deze verhoogde concentraties”, legt Buckley uit. “De CO2-niveaus kwamen gemiddeld boven de duizend deeltjes per miljoen uit in de klaslokalen en boven de achthonderd deeltjes per miljoen – hoog genoeg om de groei van planten te vergroten – bij de ventilatieopeningen op het dak.”

Drie extra porties spinazie
De levensloop van de groeiende planten is nauwgezet bijgehouden. Denk aan de grootte, het aantal bladeren, en de droge en natte biomassa na de oogst. Dit leverde zeer opvallende resultaten op: de spinazie die naast de uitlaatopeningen werd gekweekt, had 300 procent meer biomassa dan de spinazieplanten die naast een controleventilator groeiden. De harde wind verminderde het verschil aanzienlijk, maar ook de planten die dit natuurgeweld trotseerden, werden nog twee keer zo groot als de spinazie die niet in de CO2-uitlaatlucht hing.

“Er is nog veel werk te doen voordat dit systeem kan worden gebruikt. We gaan verder experimenteren met het ontwerp van de luchtventilatie om het groei-effect te optimaliseren. We houden rekening met de afname van groei bij harde wind en gaan dus op zoek naar de optimale windsnelheid om dit te verwerken in een vernieuwd systeemontwerp”, aldus Buckley.

CO2-bemesting
Het voordeel van de planten lijkt niet alleen te komen door de ‘CO2-bemesting’. De maïsplanten dichtbij de luchtafvoer groeiden ook twee tot drie keer groter dan de controlegroep, terwijl maïsplanten eigenlijk een stuk minder van de extra koolstofdioxide horen te profiteren. Hoe dan ook, de CO2 die vrijkomt uit stadsgebouwen doordat de aanwezige mensen dit uitstoten, blijkt een krachtige en gratis voedingsstof voor daktuinen.

Veel voordelen
“We hopen dat dit leidt tot de verdere ontwikkeling van ons systeem en uiteindelijk de implementatie in daktuinen en boerderijen”, zegt Buckley. “Daktuinen bieden een groot aantal ecologische, financiële en sociale voordelen, zoals energiebesparing voor het gebouw, koolstofopname en verlaging van broeikasgassen, vermindering van stedelijke warmte, meer lokale voedselproductie en fysieke en mentale gezondheidsvoordelen.

De hoogste tijd dus om een moestuintje te beginnen op het dak van je flat.