Lichtvervuiling onder de loep: hoe kunstlicht je hersenen, je slaap en je stofwisseling ondermijnt

Slapen is superbelangrijk voor lijf en leden. Tegelijkertijd is er weinig voor nodig om je nachtrust te verstoren. Zelfs zoiets kleins als een lantaarnpaal buiten kan je wakker houden. Dit soort lichtvervuiling heeft bovendien nog meer gevolgen voor je gezondheid.

In een uitgebreid interview met Brain Medicine vertelt de beroemde Amerikaanse neurobioloog Randy J. Nelson hoe kunstlicht ‘s nachts ons brein, immuunsysteem, metabolisme en zelfs onze stemming beïnvloedt. “Circadiane verstoring is een moderne gezondheidscrisis”, stelt hij.

Ongebruikelijke weg
Maar eerst wat meer over wie deze neurobioloog nu eigenlijk is. Nelsons weg naar de wetenschap was namelijk allesbehalve traditioneel. Hij werkte als tiener in een kalkoenverwerkingsfabriek en later als autopsieassistent in ziekenhuizen in Cleveland. Zijn academische carrière begon pas echt na een baantje in de San Diego Zoo, waar zijn interesse in dierenbiologie werd gewekt. Uiteindelijk promoveerde hij twee keer aan UC Berkeley: in de psychologie én endocrinologie. Daarmee was hij de eerste Amerikaan die twee volledig gescheiden promoties tegelijkertijd afrondde. Die ongewone achtergrond leidde tot een brede, integratieve kijk op hersenonderzoek, waarbij hij zich vooral richt op hoe het lichaam reageert op verstoringen van het natuurlijke ritme.

Licht in de nacht: een stille saboteur
Nelsons onderzoek toont aan dat kunstmatig licht ’s nachts veel meer problemen veroorzaakt dan alleen een verstoring van je nachtrust. Het beïnvloedt processen die in miljoenen jaren zijn geëvolueerd om synchroon te lopen met het ritme van dag en nacht.
Zo blijkt dat onnodige blootstelling aan licht het immuunsysteem kan onderdrukken of juist overactiveren, wat leidt tot ontstekingen in de hersenen. Ook worden verstoringen van de biologische klok in verband gebracht met metabole aandoeningen zoals obesitas. En wellicht het meest alarmerend: lichtvervuiling blijkt de stemming te beïnvloeden en kan bijdragen aan depressie en angststoornissen.

Van laboratorium naar ziekenhuispraktijk
Nelsons team gaat verder dan alleen fundamenteel onderzoek. Hij leidt momenteel klinische studies die kijken of het blokkeren van storend licht patiënten in intensive care-units kan helpen bij herstel, bijvoorbeeld na een beroerte of hartoperatie. Deze patiënten liggen vaak in felverlichte ruimtes, 24 uur per dag. Door de biologische klok weer in balans te brengen, hopen de onderzoekers betere herstelresultaten te zien.

Een andere studie richt zich op zorgpersoneel zelf: kunnen speciale blauwlichtvisors nachtdiensten draaglijker maken? Voor verpleegkundigen zou dit kunnen betekenen dat ze beter slapen, alerter blijven en minder stress ervaren.

Tijdstip als cruciale factor
Een opvallend punt dat Nelson maakt, is het belang van het tijdstip waarop experimenten worden uitgevoerd. “De uitkomst van een onderzoeksvraag hangt mede af van wanneer je die vraag stelt”, zegt hij. Toch wordt het tijdstip van testen zelden vermeld in wetenschappelijke publicaties. Dat kan, zo stelt hij, verklaren waarom sommige onderzoeken lastig reproduceerbaar zijn. Hij pleit er dan ook voor om ‘tijd als biologische variabele’ serieus te nemen in al het medisch en gedragswetenschappelijk onderzoek.

De bevindingen van de wetenschapper werpen kritisch licht op iets waar we zelden bij stilstaan: de constante aanwezigheid van kunstlicht in ons leven. Zijn onderzoek maakt duidelijk dat onze moderne, altijd verlichte wereld een keerzijde heeft.

Of het nu gaat om ziekenhuispatiënten, nachtwerkers of simpelweg mensen die hun telefoon checken voor het slapengaan, de boodschap is helder: misschien is het tijd om het licht wat vaker uit te doen.

Bronmateriaal

"Randy J. Nelson: Disruption of circadian rhythms on brain function and health" - Brain Medicine
Afbeelding bovenaan dit artikel: Cottonbro studio / Pexels

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd