In plaats van het doneren van je organen, kun je er ook voor kiezen om je gehele lichaam te doneren. De lichamen van zogeheten donoren komen terecht in een anatomisch centrum, beter bekend als de snijzaal. Daar worden ze ingezet voor medisch onderzoek en om de binnenkant van een lichaam te demonstreren, bijvoorbeeld in het onderwijs aan studenten. Alexander Bijnsdorp en Michael van Emden van Amsterdam UMC laten in deze video van Universiteit van Nederland zien wat dat inhoudt.
Onder de video reageert Alexander op enkele vragen van kijkers.
Scientias: Er zijn vragen die heel veel terugkomen. Zo vraagt een van de kijkers of de lichamen van donoren worden uitgewisseld tussen de anatomische laboratoria, of zelfs tussen landen om mogelijke herkenning van het lichaam te voorkomen?
Alexander Bijnsdorp: “De vraag over mogelijke herkenning van familieleden of andere bekenden komt vaker terug, ook tijdens het onderwijs dat we op de ‘snijzaal’ verzorgen. Ik denk dat het daarom goed is het proces toe te lichten. Iedere donor geeft zijn of haar keuze op bij een van de acht universiteiten met een anatomisch laboratorium in Nederland. Van oudsher bedient elke universiteit haar eigen regio. Zo richten de snijzalen van de UvA en van de VU zich op het gebied in en rond Amsterdam. Toch is de kans op herkenning om meerdere redenen minimaal.
De meest voor de hand liggende reden is dat er relatief weinig mensen zijn die hun lichaam ‘ter beschikking stellen’. Áls een familielid heeft gekozen voor lichaamsdonatie, is de kans groot dat je daar als student van op de hoogte bent. We beperken verder ook het risico van herkenning door het gelaat (gezicht) van de lichamen te bedekken. De studenten bestuderen zo alleen de delen van het lichaam waar het onderwijs op dat moment om draait. Ook letten we op herkenbare tatoeages. In de recente geschiedenis is het zodoende nooit voorgekomen dat een lichaam herkend werd.
Deze vraag laat in mijn ogen wel zien dat het mooi zou zijn om een landelijk netwerk van anatomische centra te ontwikkelen, niet in de laatste plaats omdat we dan beter gebruik kunnen maken van elkaars expertise. Onze collega’s van locatie AMC zijn bijvoorbeeld experts op het gebied van de embryologie, de ontwikkelingsleer. Op locatie VUmc richten wij ons meer op de neuroanatomie, de hersenen en zenuwen. Door meer samenwerking kunnen de verschillende expertises, maar ook de gedoneerde lichamen zo mogelijk nog beter worden benut.
S: Kan iedereen zijn lichaam ter beschikking stellen?
AB: “Bij ons komt iedereen in aanmerking om het lichaam ter beschikking te stellen.” Er zijn een paar heel specifieke uitzonderingen, zoals besmetting met een aantal infectieziektes en een erg hoog lichaamsgewicht. Meer informatie daarover is te vinden op onze website.
S: Ook was er de vraag of er te veel mensen zijn die hun lichaam lichamen ter beschikking willen stellen? Worden alle lichamen dan wel gebruikt?
AB: “Ieder laboratorium is verschillend in grootte, dus ook het donatieprogramma verschilt sterk. Door de omvang van ons onderwijs en onderzoek is er bij ‘ ons’ in Amsterdam UMC relatief veel behoefte aan donoren. We zien ook bepaalde ontwikkelingen in het onderwijs die dat verklaren: zo wordt er steeds minder gebruikgemaakt van dieren bij het oefenen van chirurgische ingrepen en onderzoek. Dieren kunnen immers geen toestemming geven voor gebruik van hun lichaam, en mensen natuurlijk wel. Ook zien we veranderingen in de opleiding van artsen die operaties uitvoeren. Een chirurg in opleiding oefent veel op de ‘echte’ operatiekamer. Door meer van deze opleiding te verplaatsen naar de snijzalen, kan in een veilige omgeving worden geoefend. Mogelijk komt daarmee op de operatiekamers ook meer tijd vrij voor het opereren door meer ervaren artsen.
Wat het inschrijven als donor betreft: ons programma geeft mensen praktisch altijd de kans om zich te aan te melden als donor. Een enkele keer hebben we de inschrijvingen helaas moeten stoppen, zoals bijvoorbeeld tijdens de coronapandemie. Daarnaast zijn we sporadisch genoodzaakt om de inschrijfprocedure tijdelijk te pauzeren, maar dit heeft meer praktische en logistieke oorzaken. Als je echter als donor bent ingeschreven, zullen we na overlijden het lichaam altijd aannemen. Soms wordt wel anders beweerd, bijvoorbeeld door meer commerciële aanbieders van een lichaamdonatieprogramma.”
S: Dat klinkt toch wat vreemd, zo’n commerciële aanbieder?
AB: “In Nederland is alles rondom het overlijden en het doneren van het lichaam of organen erg netjes geregeld. Toch is er ruimte voor commerciële initiatieven. Deze bedrijven bieden ook de mogelijkheid om het lichaam te doneren. Soms wordt de boodschap verkondigd dat donoren bij de universiteiten niet nodig zijn, en de lichamen mogelijk niet goed worden benut. Dat is in mijn ogen niet waar: we zijn ontzettend dankbaar voor alle mensen die ons bereiken, en onze docenten, studenten en wetenschappers maken net zo dankbaar gebruik van de lichamen.


