Wetenschappers benadrukken dat het behoud van minder fraaie vissen een hogere prioriteit zou moeten krijgen.

Welke vis zou jij eerder redden: de kleurrijke clownvis of een grauwe blauwbaars? Grote kans dat je voor de eerste kiest. Toch blijkt dat de vissen die onze hulp het meest nodig hebben, de ‘lelijkere’ soorten zijn. “Onze studie benadrukt een belangrijke mismatch tussen potentiële publieke steun voor instandhouding van bepaalde vissen en de soorten die deze steun daadwerkelijk nodig hebben,” vertelt onderzoeker Nicolas Mouquet in gesprek met Scientias.nl.

Studie
Wetenschappers vroegen 13.000 mensen in een online enquête 481 foto’s van rifvissen op hun uiterlijk te beoordelen. Vervolgens gebruikten ze deze gegevens om een kunstmatig neuraal netwerk te trainen. Hierdoor slaagden ze erin voorspellingen te genereren over hoe mensen op basis van 4.400 verschillende foto’s in totaal 2.417 van de meest bekende rifvissoorten zouden hebben beoordeeld.

Mooi versus lelijk
Uit de bevindingen blijkt dat de meeste mensen heldere, kleurrijke vissen met rondere lichamen als mooist bestempelen. Kijken we vervolgens naar hoe bedreigd deze ‘mooie’ vissen zijn, dan blijkt dat ze vaak niet zoveel te vrezen hebben. Zo staan aantrekkelijke vissen minder vaak als bedreigd op de Rode Lijst van de IUCN vermeld. Daarentegen blijken de vissen die over het algemeen lelijker worden bevonden, de meest bedreigde soorten te zijn. Deze soorten blijken bovendien van groter commercieel belang. “De meeste vissen die mensen niet aantrekkelijk vinden, zijn grauwe vissen met een langwerpige lichaamsvorm en zonder duidelijk omlijnde kleurpatronen,” legt Mouquet uit. “Daarnaast worden ze vaak overbevist, wat betekent dat ze meer behoefte hebben aan bescherming.”

Lelijke vissoorten

Welke ‘lelijke’ vissoorten onze hulp onder andere nodig hebben? “De blauwbaars (Pomatomus saltatrix), roodbaars (Sebastes paucispinis) en de witte steenbaars (Lithognathus lithognathus),” somt Mouquet desgevraagd op. “Dit zijn drie vissen die onder de minder mooie soorten worden geschaard, maar wel bedreigd zijn, onder andere omdat er veelvuldig op gevist wordt. Overigens beweren we niet dat mooie vissen nooit onze hulp nodig hebben. Maar minder mooie vissen hebben die wel meer nodig.”

Blauwbaarzen, die over het algemeen minder mooi worden bevonden, eindigen geregeld op ons bord. Afbeelding: Dmitry Domnin from Getty Images (via Canva.com).

Onze aangeboren voorkeur voor vorm en kleur zijn waarschijnlijk een gevolg van de manier waarop het menselijk brein kleuren en patronen verwerkt. Maar mismatches tussen esthetische waarde en kwetsbaarheid voor uitsterven kunnen betekenen dat de soorten die het meest behoefte hebben aan publieke steun, de minste kans hebben op dit ook daadwerkelijk te ontvangen. Dit betekent dat de ‘lelijke’ vissen niet de bescherming krijgen die ze eigenlijk nodig hebben. Blijkbaar bepaalt het uiterlijk dus grotendeels of een vis wel of niet op onze hulp kan rekenen.

Vooroordelen
Het lijkt er dus op dat we sterk bevooroordeeld zijn. Iets dat overigens niet onbekend is. “Vooroordelen bestaan eigenlijk overal,” zegt Mouquet. “Zo zijn gewervelde dieren bijvoorbeeld in wetenschappelijke studies meer vertegenwoordigd dan ongewervelden. Dit kan worden verklaard door menselijke voorkeuren voor bepaalde soorten, waarbij esthetische waarde een belangrijke onderliggende factor is. De vooroordelen van het grote publiek kunnen zelfs nog sterker zijn, omdat de meeste mensen waarschijnlijk meer belangstelling hebben voor mooie soorten.”

Een Blauwe mandarijnpitvis, één van de als mooi bestempelde vissen. Afbeelding: Marrio31 from Getty Images Signature (via Canva.com).

Volgens de onderzoeker is het belangrijk dat we ons van eventuele vooroordelen bewust zijn. Want juist ‘lelijke’ vissen zijn heel belangrijk voor ecosystemen, met name door hun ecologische en evolutionair onderscheidende vermogen. De verdwijning van deze vissen zou dan ook een enorme impact hebben op het functioneren van het gehele rif.

Hogere prioriteit
De wetenschappers benadrukken dat het behoud van minder bekoorlijke vissen een hogere prioriteit zou moeten krijgen. “Omdat we ontdekten dat minder mooie vissen meer behoefte hebben aan instandhouding, ligt hier de noodzaak om ervoor te zorgen dat onze ‘natuurlijke’ esthetische vooroordelen geen impact hebben op onze instandhoudingsinspanningen,” onderstreept Mouquet.

Al met al laat de studie zien dat als het om instandhouding gaat, minder knappe soorten maatschappelijk draagvlak dreigen mis te lopen. Maar het is nog geen verloren zaak. Zo denken de onderzoekers door bewustwording ook het voortbestaan van de minder fraaie, maar enorm belangrijke vissen veilig te kunnen stellen. “Door betere communicatie naar het publiek, beleidsmakers en natuurbeschermingsinstanties hopen we de collectieve perceptie-vooroordelen te kunnen minimaliseren en de belangrijke rollen die ook ‘lelijke’ vissen vervullen in ecosystemen, te benadrukken,” besluit Mouquet.