Haal je maar net je deadline, omdat je veel te laat begonnen bent? Stapelt de was zich op in de wasmand of heb je je tandartsafspraak al drie keer uitgesteld? Procrastinatie, zoals uitstelgedrag officieel heet, is niet iets waar je veel aan kunt doen. Het blijkt diep in de structuur van je hersenen terug te vinden.
Chinese onderzoekers werpen met hun studie nieuw licht op de biologische en genetische basis van zogeheten psychopathologische procrastinatie. Dat is de naam voor problematisch uitstelgedrag waar vaak psychische problemen aan ten grondslag liggen. Tot nu toe werd uitstelgedrag vooral beschouwd als een gebrek aan discipline of motivatie. De nieuwe studie zet daar vraagtekens bij.
De onderzoekers volgden 71 tweelingen vanaf de adolescentie tot in de volwassenheid. Tijdens hun tienerjaren kregen de deelnemers MRI-scans van hun hersenen. Acht jaar later werden dezelfde personen opnieuw onderzocht en uitgebreid bevraagd over hun uitstelgedrag. Door tweelingen te bestuderen konden de wetenschappers bovendien inschatten in hoeverre genetische factoren een rol spelen. Die rol blijkt aanzienlijk: bijna de helft van de verschillen in uitstelgedrag tussen mensen bleek genetisch verklaarbaar. Maar nog interessanter was wat er in het brein te zien was.
De nucleus accumbens als sleutelregio
Uit de MRI-scans kwam één hersengebied duidelijk naar voren: de nucleus accumbens. Dit kleine, maar cruciale gebied diep in de hersenen speelt een centrale rol bij beloning, motivatie en het afwegen van inspanning tegenover beloning. Precies de processen die relevant zijn bij het wel of niet aanpakken van taken.
Jongeren die later in hun leven ernstige problemen met uitstelgedrag rapporteerden, vertoonden al vroeg afwijkingen in de ontwikkeling van de nucleus accumbens. Opvallend genoeg deelden deze hersenafwijkingen vrijwel dezelfde genetische basis als het latere uitstelgedrag zelf. Dat wijst erop dat hersenontwikkeling en gedrag hier hand in hand gaan.
Neurotransmitters en genexpressie
De studie keek verder dan alleen de hersenstructuur. Bij volwassenen met ernstig uitstelgedrag vonden de onderzoekers ook verschillen in neurotransmitters, met name dopamine en serotonine. Deze stoffen zijn essentieel voor motivatie, stemming en impulscontrole.
Daarnaast werden specifieke patronen in genexpressie zichtbaar. Genen die betrokken zijn bij moleculair transport in de hersenen, ontstekingsprocessen en het immuunsysteem bleken op andere wijze actief. Dat suggereert dat neuro-inflammatie en verstoringen in chemische signaalroutes mogelijk bijdragen aan het ontstaan van problematisch uitstelgedrag.
Interessant is dat deze effecten niet beperkt bleven tot één plek in de hersenen. In het hele brein werden subtiele, maar samenhangende afwijkingen gevonden die aansluiten bij bekende functionele netwerken en neurotransmittersystemen.
Vroeg herkennen, eerder ingrijpen
Samen schetsen deze bevindingen een beeld van uitstelgedrag als meer dan een slechte gewoonte. Het heeft zijn wortels in de hersenontwikkeling tijdens de adolescentie.
Dat inzicht opent de deur naar nieuwe behandelmogelijkheden. Als al vroeg zichtbaar is wie uitstelgedrag zal vertonen, kunnen preventieve strategieën of gerichte interventies mogelijk voorkomen dat problemen verergeren of samengaan met andere psychische klachten. Denk aan aangepaste begeleiding op school of vroegtijdige psychologische ondersteuning.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Het nut van perfectionisme, uitstelgedrag en andere zelfsabotage (en hoe je ervan afkomt) en Mensen die de wereld zonnig zien, hebben minder last van uitstelgedrag. Of lees dit artikel: Dat jij nu een glaasje wijn kunt drinken, heb je mogelijk deels te danken aan het uitsterven van de dinosaurussen.
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


