De afspraak is dat landen tegen 2050 per saldo geen CO2 meer uitstoten. Om dat te bereiken rekenen ze echter veel te veel op de hulp van bos en bodem. 

Bomen en de ondergrond kunnen helpen om CO2 uit de atmosfeer te verwijderen, maar onduidelijk is nog hoeveel dat precies gaat helpen. Door daar op te rekenen nemen veel landen een enorm risico. Ze gaan er mogelijk ten onrechte van uit dat ze zo tot ‘netto nul’ komen.

Grote gok
Dat blijkt uit analyse van de nationale klimaatstrategieën van landen. In deze plannen, die ze moeten indienen bij het United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC) staat bijvoorbeeld dat landen fossiele brandstoffen zullen uitfaseren. Met dat soort maatregelen moet de bulk van de emissies verdwijnen, maar dan blijven er nog zogenoemde moeilijk op te lossen emissies over, zoals die van de landbouw. Die moeten dan worden gecompenseerd doordat bos en bodem CO2 uit de atmosfeer halen. Bos kan ongeveer 10 ton CO2 opslaan per hectare.

Maar dit is een risicovolle strategie, omdat bossen bedreigd worden door onder meer branden, ziektes, de uitbreiding van akkerbouw of ontbossing. Daarnaast zijn landen mogelijk te optimistisch over de opslagcapaciteit van bos en bodem.

Strengere richtlijnen
De onderzoekers van de University of East Anglia tonen aan dat de meeste klimaatplannen die landen hebben ingediend bij de UNFCCC niet kwantificeren hoeveel CO2 er nog uit de lucht moet worden gehaald om netto nul te bereiken in 2050. De wetenschappers roepen dan ook op om strengere richtlijnen op te stellen voor de nationale klimaatplannen, zodat landen gedwongen worden om betere berekeningen en modellen te maken.

“Het is essentieel om in te zetten op het verwijderen van CO2 uit de atmosfeer om wereldwijd en landelijk netto nul te bereiken, maar er is nog weinig aandacht besteed aan de praktische uitvoerbaarheid van landen”, zegt hoofdonderzoeker Harry Smith. “Natuurlijke manieren zoals door gebruik van bossen en bodem blijven cruciaal om uitdagingen op het gebied van biodiversiteit en klimaatadaptatie op te lossen, maar zijn risicovol als de enige manier om CO2 te verwijderen. Landen zouden ook meer onderzoek moeten doen naar technologische methoden om CO2 uit de lucht te halen.” Denk daarbij aan het afvangen en opslaan van CO2.

Lange weg te gaan
De studie keek naar hoe zowel natuurlijke als technologische manieren om CO2 uit de lucht te halen, zijn geïntegreerd in de klimaatplannen van landen. Hoewel het verwijderen van CO2 noodzakelijk is om de netto nul te bereiken, wordt het zelden expliciet gemaakt in klimaatplannen. Er wordt wel onderzoek naar gedaan, maar het is volstrekt onduidelijk hoeveel het precies oplevert en of die netto nul dus überhaupt haalbaar is.

“Wat ons het meest verbaasde is dat slechts een handjevol landen een nationale klimaatstrategie voor de lange termijn heeft ingediend. Het zijn er op dit moment 57. Dat is weinig vergeleken met de 194 landen die hun strategie voor de korte termijn (tot 2030) bekend hebben gemaakt. Het maakt duidelijk hoe ver landen nog moeten gaan om netto nul voor elkaar te krijgen”, aldus Smith tegen Scientias.nl.

Weinig gekwantificeerd
Hij bestudeerde samen met zijn team de langetermijnplannen, zogenoemde LT-LEDS, van 41 landen die voor begin 2022 waren ingediend bij de UNFCCC. De strategieën waren vooral afkomstig van westerse landen en omvatten 58 procent van de totale wereldwijde CO2-uitstoot in 2019 en ongeveer 74 procent van het wereldwijde bbp.

Uit onderzoek blijkt dat de meest voorkomende strategieën bestaan uit het versterken van de mogelijkheden om bos en bodem CO2 uit de lucht te laten halen, maar dat werd slechts in twaalf plannen expliciet gemaakt. In slechts twintig strategieën werd de hoeveelheid moeilijk te reduceren CO2-uitstoot gekwantificeerd en in de meeste gevallen moesten bossen dat probleem oplossen.

“We hebben bovendien ontdekt dat de meerderheid van de landen die wél een voldoende gedetailleerde lange termijn klimaatstrategie hebben opgesteld, enkel vertrouwen op natuurlijke oplossingen om de zogenoemde ‘moeilijk te reduceren’ emissies te compenseren. Bos en bodem worden dus gebruikt om ‘de laatste meters’ te maken”, aldus Smith.

Technologische oplossingen
De onderzoekers denken echter dat er ook technologische oplossingen nodig zijn. “CO2-verwijdering is een belangrijk onderdeel, samen met de reductie van emissies, om netto nul te bereiken. Er is onderzoek op nationaal niveau nodig om vast te stellen hoe landen van plan zijn om verschillende methodes te stimuleren”, legt medeonderzoeker Naomi Vaughan uit. “Het vraagt om een opschaling van de inspanningen om CO2-uitstoot te reduceren en de ontwikkeling van methodes om CO2 te verwijderen.”

Smith benadrukt nog dat het verwijderen van koolstof uit de lucht geen vervanger is voor de reductie van emissies. “De reductie van uitstoot zou onze eerste en belangrijkste prioriteit moeten zijn. Maar we moeten ook natuurlijke oplossingen onderzoeken. Die hebben we nodig om andere crises op te lossen, zoals het verlies aan biodiversiteit en klimaatadaptatie. Enkel vertrouwen op bos en bodem om de netto nul te bereiken is te risicovol. Daar moeten landen rekening mee houden door in hun strategie mee te wegen dat bosbranden, ziektes of veranderd landgebruik roet in het eten kunnen gooien”, legt hij uit. “Technologische oplossingen zoals het afvangen en opslaan van CO2 kunnen helpen om op een duurzamere manier CO2 op te slaan door het diep onder de grond te injecteren. Maar dit soort methodes moeten nodig worden opgeschaald en onderzocht.”

Samenwerken
Landen moeten volgens Smith een portfoliobenadering hanteren waarin vele manieren om CO2 te verwijderen een rol spelen. “Sommige landen hebben maar beperkt de ruimte om CO2 onder de grond op te slaan dus zij kunnen naar andere landen kijken voor opslag. Zo wordt de toekomst van netto nul meer een internationale samenwerking.”