De vorm van kustlijnen blijkt cruciaal te zijn geweest voor het lot van een hoop zeedieren. In de afgelopen 540 miljoen jaar stierven soorten in ondiepe zeeën opvallend vaker uit langs oost-west georiënteerde kusten dan langs kustlijnen die van noord naar zuid lopen. Zulke kwetsbare oost-westkusten zien we bijvoorbeeld rond de Middellandse Zee en de Golf van Mexico.
De studie, gepubliceerd in het tijdschrift Science, werpt een nieuw licht op hoe biodiversiteit zich door de geschiedenis heen heeft verspreid. Van het verre verleden tot op de dag van vandaag. Tegelijkertijd laten de resultaten zien welke soorten door klimaatverandering extra kwetsbaar zijn voor uitsterven.
Combinatie van fossielen en oude kustlijnen
De onderzoekers analyseerden meer dan 300.000 fossielen van meer dan 12.000 geslachten van mariene ongewervelden. De gegevens combineerden ze met reconstructies van de oude continenten en kustlijnen op verschillende momenten in het verleden. Zo konden ze een model maken om te testen of de vorm en ligging van kustlijnen de kans op uitsterven van soorten beïnvloedde.
Uit het model blijkt dat ongewervelde dieren langs oost-west georiënteerde kusten, op eilanden of in binnenzeeën minder ontsnappingsroutes hebben wanneer het klimaat verandert. Omdat migratie naar andere breedtegraden daar moeilijk of zelfs onmogelijk is, lopen deze soorten consequent een groter risico om uit te sterven dan soorten die vrijer noord- of zuidwaarts kunnen bewegen.
Migratie bepaalt overleven
Onderzoeker Erin Saupe vertelt dat noord-zuid georiënteerde kusten veel betere migratiemogelijkheden bieden tijdens klimaatverandering. Daardoor kunnen ze binnen hun temperatuurtolerantie blijven, wat het risico op uitsterven verkleint. “Omgekeerd kunnen groepen die vastzitten op één breedtegraad, bijvoorbeeld omdat ze op een eiland of aan een oost-westkust leven, niet ontsnappen aan ongeschikte temperaturen en is de kans groter dat ze daardoor uitsterven.”
Ze lieten ook zien dat dit effect versterkt werd tijdens massa-extincties en extreem warme periodes. In deze tijden werd de geometrie van de kustlijn nog belangrijker voor het overleven van soorten.
Dat laat zien hoe belangrijk de paleogeografische context is, vertelt hoofdonderzoeker Cooper Malanoski. Soorten kunnen zo hun ideale leefomstandigheden volgen bij extreme klimaatveranderingen. “Paleografie zou ook een verklaring kunnen bieden voor waarom sommige massa-extincties ernstiger zijn dan andere. Sommige continentale configuraties kunnen het voor groepen moeilijker maken om de extreme klimaatveranderingen tijdens deze gebeurtenissen te vermijden.”
Handvatten voor natuurbehoud
De studie benadrukt dat soorten die vandaag in geïsoleerde gebieden leven en niet gemakkelijk naar andere breedtegraden kunnen migreren, extra kwetsbaar zijn voor door de mens veroorzaakte klimaatverandering. Die inzichten kunnen helpen bij het bepalen van prioriteiten voor natuurbehoud en bij het vinden van mariene populaties die in de toekomst het meeste risico lopen.
“Dit onderzoek bevestigt wat veel paleontologen en biologen al jaren vermoeden: dat het vermogen van een soort om naar verschillende breedtegraden te migreren essentieel is voor het overleven”, vertelt Saupe. Door het fossiele archief van de ongewervelden uitgebreid te bestuderen konden ze de hypothese eindelijk testen met behulp van statistische analyses. “Een spannende volgende stap is om te zien of we dit effect ook vandaag de dag kunnen waarnemen.”


