Onderzoekers hebben ontdekt dat spreeuwen en papegaaien de geluidjes van de Star Wars-robot R2-D2 verrassend goed kunnen imiteren.
“Per toeval kwam ik filmpjes tegen van grasparkieten die R2-D2 nadoen”, vertelt evolutiebioloog Nick Dam. “En niet één, maar een hele reeks. Toen besloten we te onderzoeken welke soorten die complexe geluidjes het best kunnen imiteren.’’
De onderzoekers kwamen al snel een video tegen met de naam R2-D2 sounds for your bird, waarschijnlijk de oorsprong van alle Star Wars-minnende papegaaien. “In de reacties vertelden mensen dat ze die video’s urenlang voor hun vogels afspeelden”, vertelt Dam. “Dat bleek te kloppen, veel vogels volgden zelfs exact de volgorde van de geluiden uit die video.”
Twee stemmen tegelijk
In totaal analyseerden de onderzoekers ruim honderd video’s van negen soorten papegaaien en Europese spreeuwen. De spreeuwen bleken de absolute kampioenen te zijn in het nadoen van de complexe, zogenoemde multifone geluiden (oftewel meerklank), zo blijkt uit de publicatie in Nature.
“Dat danken ze aan de unieke bouw van hun geluidsorgaan, de syrinx, die twee geluidsbronnen heeft”, legt Michelle Spierings uit, groepsleider van het Animal Music Cognition Lab bij het Instituut Biologie Leiden. Daardoor kunnen ze twee tonen tegelijk produceren, perfect voor R2-D2-achtige geluidjes.
Gras- en valkparkieten blonken uit
Papegaaien kunnen, net als mensen, maar één toon tegelijk maken. Toch deden ze het verrassend goed bij de eenvoudigere, eentonige piepjes van de robot. “Grappig genoeg presteerden niet de grote, spraakzame soorten het best, maar juist kleine vogels zoals grasparkieten en valkparkieten”, zegt Spierings. “Die worden vaak gezien als minder indrukwekkende zangers, maar scoorden bij deze taak juist beter. Waarschijnlijk doordat ze een andere strategie gebruiken.”
Hoewel het onderzoek een knipoog heeft, levert het serieuze inzichten op. “Door zoiets geks en complex als R2-D2-geluiden te gebruiken, kunnen we goed meten wat de fysieke grenzen zijn van vogelgeluiden”, zegt Dam. “Het is de eerste keer dat zoveel soorten precies dezelfde geluiden nadoen, dus we kunnen eindelijk echt vergelijken.”
Burgers die bijdragen aan wetenschap
Een groot deel van de data komt van huisdiereigenaren en vogelliefhebbers die meedoen aan het Bird Singalong Project. Hierin vragen de onderzoekers vogelbezitters om video’s te sturen van dieren die liedjes zingen (of fluiten). Ze zijn benieuwd naar het verschil in muziekperceptie en muziekcognitie en wat de invloed van de omgeving van de dieren is op hun zang.
“We hebben een enorme hoeveelheid data dankzij mensen die filmpjes van hun vogels delen”, zegt Spierings. “Door hun bijdragen hebben we een veel gevarieerder overzicht van vogelgeluiden dan ooit, een mooi bewijs dat wetenschap niet altijd in een laboratorium hoeft plaats te vinden.”


