Vrouwen kregen waarschijnlijk in soep opgeloste synthetische hormonen toegediend, wat zelfs op de lange termijn zorgde voor onvruchtbaarheid, miskramen en doodgeboorte.

De gruwelijkheden van de Holocaust zijn ondertussen wijdverbreid bekend. De misdaden die plaatsvonden tijdens de Tweede Wereldoorlog en uiteindelijk de levens van zes miljoen Joden en miljoenen anderen eiste, zijn in tal van academische studies, boeken en films uit de doeken gedaan. Maar één aspect was tot voor kort nog nooit volledig bestudeerd: waarom stopten ongeveer 98 procent van de vrouwen die in concentratiekampen werden opgesloten kort na hun aankomst met menstrueren?

Menstruatie
Vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in concentratiekampen leefden, menstrueerden meestal niet. Tot voor kort werd gedacht dat dit te maken had met trauma en ondervoeding. Volgens onderzoeker Peggy Kleinplatz is dit echter te kort door de bocht. “Tijdens andere massale gruweldaden die in de menselijke geschiedenis hebben plaatsgevonden, vond dit abrupte fenomeen niet of slechts langzaam plaats, gedurende een periode van twaalf tot achttien maanden,” vertelt ze. “Ik vroeg me daarom af wat er met de vrouwen in de concentratiekampen aan de hand was: wat leidde ertoe dat ze onmiddellijk stopten met menstrueren? Dit kan niet volledig door trauma en/of ondervoeding worden verklaard.”

Opzettelijk
Kleinplatz vroeg zich af of er misschien opzet in het spel was. Om dit nader te bestuderen, verzamelde ze maar liefst 93 getuigenissen van ofwel vrouwelijke Holocaustoverlevenden of de kinderen van overlevenden. Deze getuigenissen vergeleek ze vervolgens met bekend historisch bewijs. De studie levert een aanvullende hypothese op over de vraag waarom vrouwen zo kort na aankomst in Duitse concentratiekampen stopten met menstrueren: de vrouwelijke gevangenen kregen synthetische hormonen toegediend in een poging hun menstruatiecyclus te laten stoppen en hun vermogen kinderen te krijgen aan te tasten.

Soep
De Holocaustoverlevenden vertelden Kleinplatz dat ze vermoedden dat er iets in hun voedsel werd gestopt. Een vrouw, die als tiener maanden in de keuken van Auschwitz had gewerkt, beschreef hoe er elke dag pakjes chemicaliën door bewapende bewaking werden binnengebracht. Vervolgens werd dit opgelost in smerige soepen en onder de vrouwelijke gevangenen verspreid om er op deze manier voor te zorgen dat ‘zij stopten met menstrueren’. Dit verhaal wordt bevestigd door bevindingen uit een rapport uit 1969, waarin koks van Auschwitz, het meest beruchte concentratiekamp van de nazi’s, ondervraagd werden.

Anticonceptiepil
Kleinplatz vermoedt dat deze synthetische geslachtshormonen – die ervoor zorgden dat vrouwen onmiddellijk stopten met menstrueren – gedurende de Tweede Wereldoorlog in overvloed beschikbaar waren. Dit is overigens geen bekend feit. Zo werd de anticonceptiepil zoals we die vandaag de dag kennen pas in 1960 in Amerika goedgekeurd. Wel weten we dat exogene geslachtshormonen voor het eerst werden gesynthetiseerd en vervaardigd in Berlijn in 1933 en beschikbaar kwamen als vrij verkrijgbare medicijnen voor de behandeling van onvruchtbaarheid. Een Duitse farmacoloog en chemicus, Adolf Butenandt, kreeg in de jaren dertig de Nobelprijs voor Scheikunde voor zijn werk bij het synthetiseren van geslachtshormonen.

Meer aanbod dan vraag
Volgens de onderzoekers zijn er belangrijke aanwijzingen dat er in de periode tussen 1943 en 1945 door Duitse fabrieken grote hoeveelheden geslachtshormonen werden geproduceerd, zogenaamd om onvruchtbaarheid te behandelen. “Er werden echter veel grotere hoeveelheden gemaakt dan waar behoefte aan was,” aldus de studie. “Het is opvallend dat de productie van grote hoeveelheden hormonen gedurende de schaarste van de oorlogstijd als zo’n grote prioriteit werd beschouwd. Hun vermeende doel had gemakkelijk met veel kleinere hoeveelheden kunnen worden bereikt.”

Lange termijneffect
De onderzoekers stellen dat alles in dezelfde richting wijst. En dat is dat er geen medicatie tegen onvruchtbaarheid werd vervaardigd, maar juist medicijnen die voor onvruchtbaarheid zorgden. En die werden vervolgens onder Joodse vrouwen die in concentratiekampen opgesloten zaten, verspreid. Dit had echter verstrekkende gevolgen. Bijna alle geïnterviewde vrouwen – 98 procent – was niet in staat het gewenste aantal kinderen te verwekken of te baren. Van de 197 bevestigde zwangerschappen eindigden ten minste 48 (24,4 procent) in een miskraam en dertien (6,6 procent) in doodgeboorte. “Deze percentages zijn verontrustend hoog,” zegt Kleinplatz. “Het is niet in overeenstemming met de algemene bevolking of met andere Joden tijdens de Babyboom.”

De onderzoekers laten met hun studie zien dat er zelfs meer dan 75 jaar na de oorlog nog altijd mysteries opgelost kunnen worden. Terwijl de levende herinnering aan de Holocaust elk jaar vervaagt, spoort Kleinplatz anderen aan om vooral niet te stoppen met graven. “Op dit moment hebben we meer vragen dan antwoorden,” schrijft ze in de conclusie van de studie. “Het is de plicht van medische onderzoekers, andere wetenschappers en historici om door te gaan met het zoeken naar antwoorden die alle vrouwen die in dit onderzoek zijn geïnterviewd, verdienen.”