Het klinkt tegenstrijdig, maar toch is het zo: kortlevende dieren blijven langer leven.

Dat wil zeggen: dieren die zich snel en veelvuldig voortplanten, maar een lage levensverwachting hebben, zijn beter bestand tegen door mensen veroorzaakte veranderingen in het leefgebied, dan hun langer levende lotgenoten.

Over de hele wereld is te zien dat in de afgelopen decennia gebieden waar akkerland of kale grond snel uitbreidden de kortlevende soorten in aantal toenamen, terwijl het aantal langlevende soorten juist verminderde.

Kortlevers succesvoller
Onderzoekers analyseerden de effecten van landgebruik en temperatuurveranderingen tussen 1992 en 2016 op meer dan 1070 dierenpopulaties uit de Living Planet Database. De data omvatten 461 diersoorten, waarvan 273 vogels, 137 zoogdieren en 51 reptielen uit Europa, Azië, Afrika, Australië en Noord- en Zuid-Amerika.

Daarna werd het succes vergeleken van dieren, die zich snel of in grote aantallen voortplanten, maar kort leven, met langlevende dieren, die er lang overdoen om volwassen te worden en zich voort te planten.

Populaties bleven groeien
De onderzoekers ontdekten dat de populaties van de kortlevende soorten sneller groeiden dan die van de langlevende dieren. Hoewel de meeste populaties kleiner werden als het akkerland en de kale grond toenamen, lukte het de populaties van kortlevende diersoorten gemiddeld nog altijd om te groeien.

De bevindingen zijn opnieuw bewijs dat dieren die kort maar snel leven beter bestand zijn tegen de opwarming van de aarde dan hun trager levende soortgenoten. Hoofdonderzoeker Gonzalo Albaladejo Robles van UCL legt aan Scientias.nl uit hoe dat komt. “In theorie zijn kortlevende dieren beter bestand tegen verandering doordat ze beter in staat zijn om hun populaties te herstellen na een grote impact. Aangezien ze zich sneller kunnen voortplanten dan langzamere soorten kunnen ze nieuwe of verstoorde ecosystemen efficiënter koloniseren en exploiteren.”

Invasieve soorten
De onderzoekers wijzen erop dat veel invasieve soorten zoals ratten of monniksparkieten kort leven en zich snel voortplanten. Veel kortlevende soorten zijn generalisten, die zich snel kunnen aanpassen aan veranderende omgevingen, terwijl meer specialistische dieren, die een belangrijke en unieke rol kunnen spelen in hun lokale ecosysteem, vaak trager leven.

“Niet alle dierenpopulaties reageren hetzelfde op klimaatverandering of gewijzigd landgebruik”, vertelt Robles. “Sommige dieren zijn kwetsbaarder dan andere. Aangezien mensen meer en meer invloed uitoefenen op ecosystemen kunnen we in veel gebieden een verandering zien in de samenstelling van de diersoorten: sommige langzaam levende dieren verdwijnen terwijl de snel levende dieren juist gedijen.”

Menselijke activiteit
Coauteur Tim Newbold vult aan: “Onze studie levert verder bewijs hoe menselijke activiteit natuurlijke ecosystemen verandert. Het verlies van traag levende soorten en de toename van de kortlevende dieren verandert hoe de energie stroomt in die ecosystemen. Dat heeft grote gevolgen voor de natuur.”

Waarom dat zo erg is? “Doordat de kortlevende soorten voorrang krijgen boven de trager levende, riskeren we het verlies van diersoorten die cruciaal zijn voor het functioneren van ecosystemen, die zo in gevaar kunnen komen”, aldus Robles, die de kracht van de ecologische theorie roemt. “Het is bijzonder dat we in staat waren om enkele basisprincipes uit de ecologie te testen door een combinatie van moderne data te gebruiken uit een groot aantal bronnen. Het toont aan hoe nuttig deze basisprincipes zijn om complexe relaties, zoals de reactie van diersoorten op klimaatverandering, te onderzoeken.”

Roofdieren
De onderzoekers waarschuwen wel dat hun resultaten voortkomen uit slechts een klein deel van alle dierpopulaties en dat er grote verschillen zitten tussen de groepen dieren.

Eerdere studies van UCL hebben al aangetoond dat roofdieren het minst goed in staat zijn om te overleven als hun natuurlijke habitat verandert in bijvoorbeeld landbouwgrond. Dieren in tropische en mediterrane regio’s zijn daarnaast het meest sensitief voor klimaatverandering en landgebruik. Het is belangrijk om daar verder onderzoek naar te doen, zodat voorkomen kan worden dat dierpopulaties geheel verdwijnen.