Koppen met voetbal nog slechter dan gedacht: het beschadigt cruciaal hersengebied voor geheugen

Een bal wegkoppen op het voetbalveld, van kleine jochies bij de F’jes tot de grote jongens van Ajax, iedereen doet het. Maar uit steeds meer studies blijkt dat dat een stuk minder onschuldig is dan het lijkt. Nieuwe hersenbeelden laten zien dat juist het deel van de hersenschors dat belangrijk is voor leren en geheugen schade oploopt.

Onderzoekers van Columbia University ontwikkelden een innovatieve hersenscantechniek die de overgangszone tussen grijze en witte stof in beeld brengt. Precies dat gebied blijkt extra kwetsbaar voor kopballen. “We hebben hiernaar gekeken omdat witte en grijze stof verschillende dichtheden hebben en zich op een andere manier bewegen bij een klap tegen het hoofd”, legt onderzoeksleider Michael Lipton, uit. “Dat zorgt voor verschuivingen, waardoor die overgang extra vatbaar is voor schade.” Traditionele MRI-methodes konden de buitenste lagen van de hersenen nauwelijks goed analyseren. Dankzij een nieuwe aanpak konden de wetenschappers de microstructuur in die overgangszone nu wel scherp vastleggen.

Witte versus grijze stof
Aan de buitenkant van je hersenen vind je vooral de grijze stof. Die bestaat voornamelijk uit zenuwcellen. In de grijze stof wordt informatie verwerkt, zou je kunnen zeggen. De witte stof zit meer aan de binnenkant en bestaat uit de verbindingen tussen de zenuwcellen. Om die verbindingen zit myeline, wat een soort wit isolatielaagje is. Dit zorgt ervoor dat signalen tussen zenuwcellen snel worden doorgegeven.

Duizend kopballen per jaar

Voor het onderzoek werden 352 volwassen amateurvoetballers uit New York onderworpen aan de scans. Daarnaast deden ze nog allerlei cognitieve tests. Er was een controlegroep van 77 sporters die geen contactsporten beoefenden. De resultaten waren duidelijk: spelers die meer dan duizend keer per jaar kopten, vertoonden een wazigere overgang tussen grijze en witte stof in het orbitofrontale gebied, net achter het voorhoofd.

En dat was niet alleen zichtbaar in de hersenen: dezelfde spelers scoorden ook lager op eenvoudige leer- en geheugentesten. Volgens Lipton is dit “zeer sterk bewijs dat de microstructurele veranderingen waarschijnlijk de oorzaak zijn van cognitieve achteruitgang.” En dat is een van de eerste keren dat dit is aangetoond. “Ons onderzoek laat voor het eerst zien dat herhaalde kopballen specifieke veranderingen in de hersenen veroorzaken die het cognitief functioneren aantasten”, klinkt het.

Twee studies, één conclusie

Opvallend is dat een tweede onderzoek uit Liptons lab, dat binnenkort verschijnt, met een andere beeldvormingstechniek tot dezelfde conclusie kwam. “Het feit dat twee verschillende methodes hetzelfde verband vinden, versterkt onze overtuiging dat deze veranderingen inderdaad het cognitieve effect van koppen verklaren”, aldus Lipton.

Wat betekent dit voor sporters? De bevindingen roepen vragen op over de lange termijn. Lipton: “De plek waar we de afwijkingen zien, komt opvallend overeen met de pathologie van CTE, de hersenziekte die bij sommige oud-atleten is vastgesteld. Maar we weten nog niet of er een directe link is en of deze gezonde spelers ooit CTE zullen ontwikkelen.”
Het team onderzoekt nu of cardiovasculaire training de hersenen mogelijk beter kan beschermen tegen de schade van herhaalde impacts.

Eerder onderzoek
De Gezondheidsraad concludeerde eerder dit jaar dat hoofdcontact tijdens het sporten de kans op dementie vergroot. Dat geldt dus niet alleen voor koppen tijdens het voetballen maar bijvoorbeeld ook voor rugby en boksen. Die conclusie is geenszins nieuw. Er is al onderzoek uit 1928 dat een verband legt tussen hersenschade en hoofdcontact bij boksen. Afgelopen jaar werd duidelijk dat profvoetballers twee tot drie keer zoveel kans hebben op dementie als de rest van de bevolking.

Luister ook naar de Scientias Podcast:

Categorieën:

Bronmateriaal

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd