Deels ligt het probleem in het brein. En dat is ook gelijk het goede nieuws. Want dit betekent dat de hersenen kunnen worden getraind om achtergrondgeluid weg te filteren.

Hoe ouder mensen worden, hoe slechter het gehoor wordt. Het is helaas de onvermijdelijke waarheid. Wetenschappers weten dat deze ‘ouderdomsslechthorendheid’ in verband kan worden gebracht met haarcellen in het binnenoor die na verloop van tijd beschadigen. Maar onderzoekers hebben nu in een nieuwe studie ontdekt dat er nog veel meer bij komt kijken. De hersenen blijken namelijk opmerkelijk veel met de aandoening te maken te hebben.

Gesprek in een lawaaiiger restaurant
De meeste mensen zullen na hun 65e verjaardag een vorm van gehoorverlies ervaren. Het wordt bijvoorbeeld lastiger om te midden van een druk en lawaaierig restaurant individuele gesprekken die aan je eigen tafeltje worden gevoerd, op te pikken. En dat kan niet alleen de oren worden aangerekend. “Horen omhelst meer dan alleen de oren,” zegt onderzoeker Patrick Kanold.

Hersenen
Om de rol van de hersenen bij ouderdomsslechthorendheid te verduidelijken, voerden de onderzoekers experimenten uit met muizen. Kanold en zijn collega’s registreerden de activiteit van maar liefst 8.078 hersencellen (of neuronen), in de zogenoemde auditieve cortex (het deel van de hersenen waar geluidsprikkels worden verwerkt) van 12 oude muizen (16-24 maanden oud) en 10 jonge muizen (2-6 maanden oud).

Experiment
Nog vóór de experimenten van start gingen, werden de muizen geconditioneerd om aan een watertuit te likken als ze een bepaalde toon hoorden. Vervolgens werd dezelfde oefening uitgevoerd terwijl de onderzoekers op de achtergrond ‘witte ruis’ afspeelden.

Wat is witte ruis?
Witte ruis is een monotoon achtergrondgeluid, waarbij de gemiddelde amplitude voor iedere frequentie gelijk is. Er zijn voorbeelden uit de natuur, zoals de golven van de zee, regen of de wind die door de bomen waait, maar ook veel apparaten produceren witte ruis, zoals een ventilator, stofzuiger of de motor van een auto. Het wordt tegenwoordig gebruikt om huilende baby’s te kalmeren, zelf beter te slapen of je beter te concentreren.

Zonder het omgevingsgeluid likten de oude muizen, toen ze toon hoorden, net zo goed aan de watertuit als de jonge muizen. Maar toen de onderzoekers witte ruis toevoegden, likten de oude muizen veel minder aan de watertuit, wat suggereert dat ze de toon slechter hoorden. Bovendien likten ze soms al aan de watertuit nog voordat de toon werd afgespeeld. Dit geeft aan dat de oude muizen dachten dat ze een toon hoorden, terwijl deze er in werkelijkheid niet was.

Auditieve cortex
Om vervolgens te zien hoe auditieve neuronen zich gedurende de gehoortest gedroegen, maakten de onderzoekers gebruik van een geavanceerde beeldvormingstechniek dat hen in staat stelden de auditieve cortex van de muizen te bekijken. En dat leidt tot een opvallende ontdekking. Onder normale omstandigheden, wanneer de hersencircuits correct werken in de aanwezigheid van omgevingsgeluid, werden sommige neuronen op het moment dat de muizen de toon hoorden, actiever. Tegelijkertijd werden andere neuronen onderdrukt of uitgeschakeld. Bij de meeste oude muizen sloeg de balans echter door. Zij beschikten over overwegend actieve neuronen. Dat komt omdat de neuronen die eigenlijk onderdrukt of uitgeschakeld moesten worden, actief bleven. Kortom, het brein van de oude muizen slaagde er in aanwezigheid van rumoerig achtergrondlawaai niet in bepaalde neuronen op het moment dat de toon werd afgespeeld, te onderdrukken.

Onderdrukken
Het betekent dat jonge muizen eigenlijk constant verschuivingen ervaren in de verhouding tussen actieve en inactieve neuronen. Oude muizen daarentegen, beschikken over het algemeen over een meer consistent aantal actieve neuronen. Dankzij de verschuivingen kunnen jonge muizen omgevingsgeluid onderdrukken, terwijl oude muizen daar niet in slagen. Dit zorgt er volgens de onderzoekers voor dat de hersenen er meer moeite mee hebben om zich te concentreren op één type geluid – zoals gesproken woorden – en omringende ‘ruis’ weg te filteren. “Het vermogen om individuele geluiden te onderscheiden wordt verstoort,” aldus Kanold.

Trainen
Wanneer opa je dus tijdens het kerstdiner niet goed kon verstaan, lag dat dus niet alleen aan zijn oren. Ook zijn brein speelt daarbij een rol. En dat is volgens de onderzoekers ook gelijk het goede nieuws. Het menselijke brein is namelijk plastisch, wat betekent dat we de werking van het brein en de verbindingen in de hersenen kunnen beïnvloeden. Kanold gelooft dan ook dat vanwege deze flexibiliteit, het brein kan worden getraind om achtergrondgeluid weg te filteren. “Er bestaan mogelijk manieren om de hersenen te trainen zich te concentreren op een specifiek geluid te midden van een kakofonie van lawaai,” denkt hij.

Vervolgonderzoek ligt alweer in het verschiet. Zo is er volgens Kanold meer onderzoek nodig om het precieze verband in kaart te brengen tussen het onvermogen om bepaalde neuronen te midden van omgevingsgeluid uit te schakelen en gehoorvlies. Ook wil Kanold de betrokken hersencircuits en hoe deze veranderen met de leeftijd verder bestuderen, naast mogelijke verschillen tussen mannen en vrouwen.