Een grootschalige genoomstudie onder ruim 1.200 deelnemers laat zien hoe het moderne genetische landschap in Zuid-Afrika is ontstaan. Vooral Europese kolonisten, inheemse stammen en tot slaaf gemaakten uit delen van Afrika en Azië hebben hierbij een invloedrijke rol gespeeld.
Volgens het team helpt de historische context de resultaten te duiden. Tussen 1652 en 1808 bracht de VOC naar schatting 63.000 tot slaaf gemaakten uit delen van Afrika, Azië en Madagascar naar Zuid-Afrika, waar Kaapstad destijds als koloniaal bolwerk gold. Tegelijkertijd werden mensen van de inheemse Khoe-San-stam soms ingehuurd als loonarbeiders. In deze genetische smeltkroes vonden – soms gewelddadige – seksuele interacties plaats tussen Europeanen, de Khoe-San en de tot slaaf gemaakten. Onderzoeker Brenna Henn zegt: “De tot slaaf gemaakten werden naar Kaapstad gebracht en wisten vervolgens soms vrij te komen of te ontsnappen. Hierna trokken ze soms helemaal naar het noorden. Ze werden opgenomen in de gemeenschappen die daar nog steeds leven.”
De genetische sporen afkomstig van Europa en Azië zijn dan ook het sterkst in en rond Kaapstad en nemen af naarmate de afstand tot deze stad toeneemt. Daarnaast heeft het onderzoek nog een andere ontdekking gedaan: Europese voorouders zijn vaker mannelijk, terwijl Khoe-San-voorouders vaker vrouwelijk zijn. De onderzoekers verzamelden en analyseerden DNA afkomstig uit het hele land: van regio’s ten zuiden van Kaapstad tot aan de inheemse leefgebieden van de Nama en ≠Khomani San, die in het noorden en noordoosten van Zuid-Afrika liggen. Het onderzoek is te vinden in The American Journal of Human Genetics.
Koloniale sporen
Door de genomen te vergelijken met openbare datasets konden de wetenschappers per deelnemer de bijdrage van verschillende afstammingslijnen inschatten. Daarnaast onderzochten ze het genetisch materiaal van de verzamelde X- en Y-chromosomen om zo te achterhalen of mannen of vrouwen uit een bepaalde herkomstlijn vaker nakomelingen kregen. “We hebben oude lijsten met namen van mannen en vrouwen die naar Kaapstad zijn gebracht, maar we weten niet altijd wie overleefde of wie kinderen mocht krijgen,” zegt Henn. “Daarom is de genetica hier zo belangrijk.”
De analyses wijzen er ook op dat voor de Nama en ≠Khomani San waarschijnlijk een enkele instroom van Europese genen plaatsvond, circa zo’n 210 tot 240 jaar geleden. Daarnaast zijn sporen van tot slaaf gemaakten aanwezig in deze inheemse gemeenschappen. Een opvallende vondst: ongeveer 15% van alle Y-chromosomen bij de Nama draagt Aziatische genetische segmenten, terwijl die bij de ≠Khomani San ontbreken. Volgens het onderzoek wijst dat mogelijk op een patroon dat Aziatische mannen destijds wel nakomelingen kregen bij de Nama, maar niet bij de ≠Khomani San.
Kennisgaten
De resultaten zijn interessant, omdat ze duidelijker in beeld brengen welk effect de kolonisatie van Zuid-Afrika ook op biologisch vlak heeft gehad. Daarnaast kunnen de resultaten gebruikt worden om kennisgaten te vullen: historische bronnen noemen niet altijd wie er nazaten kregen. Ten slotte levert het concrete vragen op voor vervolgonderzoek. Henn zegt: “Ik ben erg geïnteresseerd in het volgen van Y-chromosoomlijnen die in het ene gebied succesvoller waren dan in het andere. Bijvoorbeeld om te zien of ze zijn gelinkt aan bepaalde achternamen.”



