Gletsjers, sneeuw en zelfs hele ecosystemen verdwijnen in rap tempo door de opwarming van de aarde. En dat heeft grote gevolgen voor miljarden mensen stroomafwaarts.
We weten allemaal dat de meeste gletsjers elk jaar een stukje krimpen en dat er van sommige nauwelijks nog wat over is. Maar uit een internationale studie blijkt dat berggebieden overal ter wereld nog sneller en harder worden geraakt door klimaatverandering dan gedacht.
De temperatuur op hoogte stijgt razendsnel – veel sneller dan op zeeniveau – en als gevolg daarvan raken de neerslagpatronen in de bergen ontregeld. Dit alles brengt niet alleen de bewoners van bergdorpen in gevaar, maar heeft ook directe gevolgen voor miljarden mensen in landen als India en China die afhankelijk zijn van smeltwater uit bergketens als de Himalaya.
Van sneeuw naar regen
Om de ontwikkelingen in kaart te brengen, analyseerde een internationaal team onder leiding van onderzoeker Nick Pepin van de Britse University of Portsmouth gegevens uit wereldwijde datasets van onder meer de Rocky Mountains, de Alpen, de Andes en het Tibetaanse Plateau. Hun conclusie is dat deze berggebieden tussen 1980 en 2020 gemiddeld 0,21 graden per decennium sneller opwarmden dan de omliggende laaglanden. De neerslag werd grilliger en sneeuw veranderde steeds vaker in regen. “Berggebieden lijken in veel opzichten op de poolstreken”, zegt Pepin. “Op beide plekken zien we de ecosystemen enorm snel veranderen. Sneeuw en ijs verdwijnen in een razend tempo. Maar wat we nog niet wisten: hoe hoger je komt, hoe heftiger die veranderingen worden.”
We onderschatten volgens Pepin hoe snel de veranderingen gaan. “Het Himalaya-gletsjerijs verdwijnt sneller dan we ooit konden denken. Het risico op verwoestende overstromingen neemt toe als neerslag vaker als regen valt in plaats van sneeuw. Gevaarlijke situaties worden extremer”, waarschuwt de klimaatwetenschapper.
Dodelijke overstromingen
Maar het zijn niet alleen stortvloeden die op de loer liggen, ecosystemen schuiven letterlijk tegen de berg op omhoog. “Naarmate de temperatuur stijgt, trekken dieren en indirect ook bomen naar koelere hoogtes”, legt Pepin uit. “Maar op een gegeven moment is er geen hoger punt meer over. Dan vallen deze soorten uiteindelijk van de berg af. Fundamentele veranderingen in flora en fauna zijn het gevolg.” De recente gebeurtenissen in Pakistan maken duidelijk hoe ernstig de situatie is. Afgelopen zomer leidde extreem hevige regen in berggebieden tot dodelijke overstromingen waarbij meer dan duizend mensen omkwamen.
Een decennium later
Deze nieuwe analyse gaat verder waar een invloedrijke studie uit 2015 gebleven was. Hierin toonden Pepin en collega’s voor het eerst overtuigend aan dat berggebieden sneller opwarmen dan lagergelegen regio’s. Ze identificeerden destijds al een aantal belangrijke oorzaken, zoals het verdwijnen van sneeuw en ijs, een hogere luchtvochtigheid en vervuilende aerosolen in de atmosfeer. Nu, tien jaar later, begrijpen we meer van de mechanismen en gevolgen, maar het fundamentele probleem is onveranderd. “Klimaatverandering is niet verdwenen”, zegt Pepin. “We kunnen bergklimaatverandering niet los zien van het grotere plaatje.”
Te weinig meetstations
Een van de grootste uitdagingen is en blijft het gebrek aan betrouwbare meetgegevens. “Bergen zijn ruig, afgelegen en moeilijk toegankelijk”, schetst onderzoeker Nadine Salzmann van het Zwitserse SLF-instituut. “Daardoor is het lastig om de weerstations te onderhouden.”
Deze dataloze zones zorgen ervoor dat wetenschappers niet goed kunnen inschatten hoe snel de temperatuur stijgt en hoe snel de sneeuw verdwijnt. Mogelijk is de situatie nog erger dan geschetst. Bovendien komt uit de studie naar voren dat de huidige computermodellen tekortschieten: ze kunnen de klimaatverandering meestal maar om de paar kilometer volgen, terwijl de omstandigheden al binnen 100 meter sterk kunnen verschillen. Toch is er hoop. “Modellen worden steeds beter. Maar technologie alleen is niet genoeg. We hebben dringend strengere klimaatdoelen nodig en veel betere monitoring in kwetsbare berggebieden”, vertelt onderzoeker Emily Potter (University of Sheffield).



