In de kersenboomgaarden in het noorden van Michigan kijken sommige boeren nu al uit naar de terugkeer van de Amerikaanse torenvalk (Falco sparverius): kleine roofvogels die snaaiend gevogelte wegjagen.
Uit onderzoek van Michigan State University blijkt dat deze torenvalken daarmee ook de hoeveelheid vogelpoep in boomgaarden sterk verminderen. Dat is goed nieuws voor de volksgezondheid: in die poep zitten soms bacteriën die mensen ziek kunnen maken. Het onderzoek is te vinden in het blad Journal of Applied Ecology.
Dol op kersen
De Amerikaanse torenvalk is de kleinste valkensoort in de Verenigde Staten. Toch is hij een gevreesde jager. Hij eet insecten, muizen en andere kleine vogels. “Ze zijn geweldig om te zien,” zegt hoofdonderzoeker Olivia Smith. “Ze blijven even stil in de lucht zweven en speuren ondertussen naar prooien.”
Voor Amerikaanse kersentelers kunnen die vogels belangrijk zijn. Soorten als merels, spreeuwen en andere zangvogels zijn vaak dol op kersen. In staten als Michigan, Washington, Californië en Oregon kunnen boeren daardoor wel 5 tot 30 procent van hun oogst verliezen. Om dat tegen te gaan gebruiken ze soms netten, vogelverschrikkers of speciale sprays. Helaas zijn al die oplossingen niet optimaal te noemen: ze kosten soms veel geld, vragen veel werk en werken niet altijd goed.
Snel bezet
De onderzoekers vroegen zich daarom af of de Amerikaanse torenvalk niet kon helpen. Ze redeneerden dat als je roofvogels naar een boomgaard lokt andere vogels misschien minder dicht in de buurt durven te komen. Om dit te testen plaatsten ze nestkasten voor torenvalken in een aantal kersenboomgaarden in het noorden van Michigan. In andere boomgaarden hingen geen kasten; die dienden als vergelijking. Torenvalken maken zelf geen nest, maar gebruiken graag bestaande holtes. De nestkasten waren dan ook snel bezet.
Rond de oogsttijd liepen de onderzoekers vaste routes door de boomgaarden. Ze telden alle vogels die ze zagen of hoorden en keken nauwkeurig naar de kersenbomen. Op geselecteerde takken noteerden ze hoeveel kersen er hingen, hoeveel daarvan beschadigd waren en of er vogelpoep op takken, bladeren of vruchten zat.
Het verschil tussen boomgaarden met en zonder torenvalken was groot. In boomgaarden waar valken broedden, vlogen veel minder andere vogelsoorten rond en waren de kersen veel minder vaak beschadigd. De kans op schade bleek meer dan tien keer kleiner. Ook zagen de onderzoekers ongeveer drie keer minder takken met vogelpoep.
“Torenvalken poepen natuurlijk ook,” zegt teamlid Catherine Lindell. “Maar de grote winst zit in het aantal andere vogels dat ze op afstand houden. Daardoor blijven meer kersen behouden en komt er uiteindelijk minder vogelpoep op takken en kersen terecht.” Bomen die dichter bij een nestkast stonden hadden trouwens minder vogelpoep op de takken dan bomen die verder weg stonden.
Ziekmakende bacterie
De onderzoekers keken ook naar wat er precies in die vogelpoep zat. Ze verzamelden vogelpoep op de bomen en van gevangen vogels en namen die mee naar het laboratorium. In ongeveer 10 procent van de poepmonsters vonden de onderzoekers DNA van Campylobacter, een bacterie die vaak voedselinfecties veroorzaakt. Mensen kunnen er diarree, koorts en buikkrampen van krijgen. In een klein deel daarvan bleek de bacterie nog levend.
Uit het onderzoek komt ook een belangrijk detail naar voren: vogelpoep rechtstreeks op kersen zelf bleek uiteindelijk heel zeldzaam. Van de bijna 16.000 gecontroleerde kersen hadden er slechts vier een zichtbaar spoortje vogelpoep. De meeste vogelpoep viel op de takken of het blad van de bomen. Dat betekent dat kersenboeren dus niet erg bang hoeven te zijn voor de mogelijke gevolgen van een ziekmakende vogelpoepregen.
Het team wijst erop dat andere boeren die luxe mogelijk niet hebben. Vooral bladgroenten zoals sla en spinazie worden vaker in verband gebracht met voedselinfecties. Minder vogelpoep in het veld betekent dan simpelweg minder kansen voor schadelijke bacteriën om op het eten te komen. “Ze zijn echt goed in het verminderen van de hoeveelheid vogelpoep,” zegt Smith over de torenvalken. “Dat betekent minder kansen voor overdracht.”
Het team wijst er ook op dat torenvalken geen magische oplossing zijn. De vogels vestigen zich niet overal even makkelijk en er kunnen altijd nog vogelsoorten zijn die zich weinig van de Amerikaanse torenvalk aantrekken.
Echter geldt ook: nestkasten ophangen is goedkoop, vraagt weinig onderhoud en kan de schade aan gewassen en de hoeveelheid ziekmakende vogelpoep in boomgaarden flink verminderen. “Het onderzoek biedt vooral een ‘nieuw’ laagdrempelig hulpmiddel,” besluit Lindell. “Voor telers betekent het vooral nog een extra optie om schade door vogels te beperken.”
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Kunnen vogels Star Wars-robot nadoen? Ja, sommigen zelfs verrassend goed en Vallen dieren voor optische illusies? Wat vissen en vogels ons kunnen leren over perceptie . Of lees dit artikel: Probleem voor boeren: door zwaardere regenval verdwijnen belangrijke voedingsstoffen uit de bodem .
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:



