Het is pas de vijfde ruimtesteen die voorafgaand aan zijn botsing met de aardatmosfeer is ontdekt.

Eind vorige week spotte de astronoom Krisztián Sárneczky een helder, snel bewegend en nieuw object aan de nachtelijke hemel. Hoewel de kans dat de ruimtesteen de aarde zou raken op dat moment nog minder dan één procent was, bleek na vervolgwaarnemingen een botsing onvermijdelijk. Kort daarop is de ruimtesteen, die de naam ‘2022 EB5’ heeft gekregen, in onze atmosfeer opgebrand. Het is slechts de vijfde ruimtesteen die voorafgaand aan zijn botsing is ontdekt.

2022 EB5
2022 EB5 bleek klein van stuk. De ruimtesteen had een diameter van ongeveer een meter en vormde daarom geen bedreiging voor de aarde. Ruimtestenen van dit kaliber branden namelijk volledig op in de aardatmosfeer. Uiteindelijk is 2022 EB5 ongeveer 140 kilometer ten zuiden van Jan Mayen – een Noors vulkanisch eiland in de Noordelijke IJszee – minder dan twee uur na zijn ontdekking onze atmosfeer binnengedrongen.

Voorspelde plek en tijd van inslag. Afbeelding: ESA

Helaas zijn er op dit moment vanwege de afgelegen ligging geen overtuigende beelden van de felle vuurbol waar 2022 EB5 hoogstwaarschijnlijk in transformeerde op het moment dat hij onze atmosfeer raakte. Toch weten onderzoekers vrij zeker dat de inslag heeft plaatsgevonden. Zo werden er in IJsland en Groenland veelzeggende signalen gedetecteerd die suggereerden dat er net zoveel energie vrijkwam als tijdens een aardbeving met een kracht van 4,0 op de schaal van Richter.

Vijfde ruimtesteen
De detectie van 2022 EB5 is heel bijzonder. De meeste planetoïden die de aarde hebben getroffen, werden vele (miljoenen) jaren na inslag pas ontdekt. Ongeveer 200 bekende kraters op aarde vertellen een indrukwekkend verhaal over hoe onze planeet – en het leven – is gevormd door gewelddadige botsingen met ruimterotsen. Zelden wordt er een planetoïde ontdekt voordat deze inslaat. 2022 EB5 is slechts de vijfde. Bovendien is het tevens de eerste die vanuit Europa werd gadegeslagen.

Overigens komt het regelmatig voor dat de aarde gebombardeerd wordt door ruimtestenen. Geschat wordt dat er dagelijks tussen de 40 en 100 ton ruimtemateriaal de aarde treft; vaak in de vorm van zeer kleine deeltjes. Grotere objecten, vergelijkbaar met 2022 EB5, slaan naar verwachting ongeveer tien keer per jaar in.

Waarom we tot op heden slechts vijf planetoïden hebben ontdekt vóór inslag? Het antwoord op die vraag is vrij geruststellend. Grote planetoïden – denk aan exemplaren van enkele kilometers in doorsnee – zijn gemakkelijker te spotten. Hoewel deze ruimtestenen grote schade kunnen aanrichten, zijn ze gelukkig relatief zeldzaam. Naar schatting hebben astronomen ondertussen zo’n 90% van alle aardscheerders groter dan een kilometer opgespoord en in kaart gebracht. Hierdoor weten we nu dat geen enkele planetoïde die momenteel bekend is de komende 100 jaar een serieuze bedreiging voor de aarde vormt.

Zoeken naar de kleintjes
De grote uitdaging is nu om ook zoveel mogelijk kleinere planetoïden (tot een omvang van zo’n 140 meter) in kaart te brengen. Deze zijn zoals je je kunt voorstellen vrij lastig aan het licht te brengen, tenzij ze heel dicht bij de aarde in de buurt komen. Alle vijf de ruimtestenen die tot nu toe vóór hun inslag zijn gespot, zijn sinds 2008 ontdekt. Dit betekent dat de observatietechnieken de afgelopen jaren sterk zijn verbeterd, waardoor we nu in staat zijn om zelfs de kleintjes aan het licht te brengen.

In de toekomst zal mogelijk geen aardscheerder meer aan ons oog kunnen ontsnappen. ESA zal namelijk binnenkort beginnen aan de bouw van de ultramoderne Flyeye-telescoop. Deze nieuwe telescoop zal de hemel nauwlettend afspeuren op zoek naar planetoïden die mogelijk een bedreiging voor de aarde kunnen vormen. Dit doet de telescoop door elk beeld weer op te splitsen in 16 kleinere ‘subbeelden’ waardoor het totale gezichtsveld wordt vergroot. Dit extreem brede gezichtsveld van de nieuwe telescoop zal wetenschappers in staat stellen om slechts in één nacht een groot gedeelte van de nachtelijke hemel in kaart te brengen. En hierdoor wordt de kans dat een rondslingerende ruimtesteen in ons vizier komt, aanzienlijk vergroot.