Zweefvliegen blijken onverwachte wereldreizigers: onderzoek op een boorplatform in de Noordzee laat zien dat ze stuifmeel over verrassend grote afstanden transporteren. De bevindingen zijn gepubliceerd in Journal of Animal Ecology.
Onderzoekers bestudeerden 121 snorzweefvliegen die landden op een boorplatform in het Brittania-olieveld, zo’n 200 kilometer uit de kust van Schotland. Bij 92 procent van de zweefvliegen werd stuifmeel aangetroffen. Omdat er geen beplanting op het platform is en er in de wijde omtrek geen land in de buurt is, toont dit aan dat de zweefvliegen stuifmeel over grote afstanden kunnen transporteren. Zo kunnen ze mogelijk plantenpopulaties met elkaar verbinden die honderden kilometers uit elkaar liggen.
“Door de pollen en windpatronen te analyseren, schatten we dat veel van de zweefvliegen afkomstig zijn uit onder andere Nederland, Noord-Duitsland en Denemarken, ruim 500 kilometer verderop”, zegt onderzoeker Toby Doyle.
De zweefvliegen vervoerden stuifmeel van maar liefst veertien verschillende plantensoorten, waaronder veel bekende gewassen. Dit onderstreept hun belangrijke rol voor de landbouw. De meest voorkomende pollensoorten waren brandnetel, zwarte vlier en moerasspirea, maar ze droegen ook pollen over van groenten, peulvruchten, granen, noten en fruitsoorten.
Overwintering
Vrouwtjesvliegen kunnen de winter in principe gewoon hier doorbrengen, ook in het noordelijke deel van hun leefgebied. Toch kiest een deel van de Noord-Europese populatie ervoor om naar het zuiden te trekken, op zoek naar betere temperaturen en nieuwe voedselbronnen. Deze zweefvliegen kunnen daarbij enorme afstanden afleggen, soms wel duizenden kilometers, en tot 200 kilometer per dag vliegen. De terugtocht naar het noorden gebeurt waarschijnlijk over meerdere generaties: onderweg leggen de vrouwtjes eieren en sterven ze, waarna de volgende generatie de reis voortzet.
“Door over heel Europa te vliegen, van de noordelijke eilanden en Noorwegen tot Spanje en Portugal, leveren deze migrerende zweefvliegen waarschijnlijk een reeks essentiële voordelen op voor zowel de mens als de biodiversiteit van planten’’, voegt onderzoeker Eva Jimenez-Guri toe. “Naast nuttige bestuivers zijn snorzweefvliegen ook natuurlijke ongediertebestrijders. Ze eten prooien zoals bladluizen en helpen zo de schade aan gewassen te beperken.”
Juiste windrichting
De vliegen in het onderzoek landden in juni, waarschijnlijk tijdens hun trek naar het noorden en juli, tijdens de trek naar het zuiden, op het boorplatform. Zweefvliegen vliegen het liefst met de wind mee. Ze wachten tot de wind in de juiste richting waait voordat ze opstijgen. Waarschijnlijk landden ze op het boorplatform om uit te rusten of in de hoop voedsel te vinden.
Onderzoeker Karl Wotton voegt eraan toe: “De resultaten benadrukken de belangrijke rol van migrerende zweefvliegen in de genenstroom over lange afstanden.” Hij benadrukt dat vervolgonderzoek moet kijken naar de gevolgen van dit fenomeen voor de natuur en de landbouw, in het grote gebied waar deze soorten zich verplaatsen.
De snorzweefvlieg, ook wel pyjamazweefvlieg, dubbelbandzweefvlieg of cocacolazweefvlieg genoemd, is een kleine vlieg uit de familie van de zweefvliegen. Zijn bijzondere Nederlandse namen verwijzen naar het patroon op het achterlijf: een gele basis met drie zwarte banden en een dunne, vaak onderbroken V-vormige streep. Het borststuk is glanzend zwartbruin met een lichtgele uitstulping aan de achterkant, de felrode ogen maken hem extra herkenbaar.


