Kinderen die met honden opgroeien lopen minder vaak deze lastige ziekte op

Kan een huisdier de kans op astma verkleinen? Canadese onderzoekers ontdekten een verband. Maar dit gaat niet op voor alle huisdieren.

Astma is een van de meest voorkomende chronische aandoeningen bij kinderen, vooral in de eerste levensjaren. De ziekte is lastig: astma kan leiden tot ademhalingsproblemen, hoesten en bij astma-aanvallen moeten kindjes zelfs worden opgenomen in het ziekenhuis. Wetenschappers zoeken al jaren naar manieren om al deze ellende te voorkomen en nu wijst een Canadees onderzoek op een onverwachte helper: honden (ja, echt!). Uit de studie blijkt namelijk dat baby’s die vroeg in contact komen met bepaalde stoffen van honden, bijna de helft minder kans hebben om astma te ontwikkelen. Voor kattenliefhebbers is er minder goed nieuws: katten bieden die bescherming niet.

Vijf jaar lang gevolgd
Tijdens de studie werden meer dan 1.000 kinderen vanaf hun geboorte jarenlang gevolgd. Er werd gekeken naar verschillende gezondheidsindicatoren. Ook werden er stofmonsters verzameld uit de slaapkamers van de kinderen toen die drie tot vier maanden oud waren. In deze monsters zochten ze vervolgens naar specifieke eiwitten: een van honden (uit hun huid en speeksel) en een van katten (ook uit huid en speeksel). Daarnaast maten ze een bacteriële stof die in veel huizen voorkomt. Vijf jaar later controleerden ze welke kinderen astma hadden gekregen; dat bleek bij ongeveer één op de vijftien zo te zijn.

Veel kleiner risico in huishoudens met honden
Baby’s die blootgesteld waren aan hogere hoeveelheden van het hondeneiwit hadden een 48 procent kleiner risico om astma te ontwikkelen. Hun longen werkten gemiddeld gezien ook beter. Dit werd gemeten aan de hand van een test waarbij ze na een diepe inademing zo veel mogelijk lucht in één seconde uitblazen. Dit gunstige effect was het grootst bij kinderen die door hun genen al een hoger risico liepen op longproblemen. De wetenschappers hebben namelijk ook bloedonderzoek gedaan om erfelijke factoren in kaart te brengen die astma en andere allergieën kunnen veroorzaken. Bij de katteneiwitten en de bacteriële stof zagen ze geen enkel verschil in het risico om astma te ontwikkelen.

Waarom honden wel en katten niet?
Waarom honden wel een beschermende rol lijken te spelen en katten niet, blijft voorlopig een raadsel. De onderzoekers geven in een persbericht zelf toe dat ze het mechanisme nog niet helemaal begrijpen. Een mogelijke verklaring is dat een vroege blootstelling aan hondeneiwitten het immuunsysteem traint, zodat het later niet overgevoelig reageert. Je kan het zien als een soort natuurlijke vaccinatie. Een andere gedachte is dat honden de bacteriën in de neus van het kind beïnvloeden (het zogeheten neusmicrobioom), wat de longen beter beschermt tegen ontstekingen. De onderzoekers waarschuwen wel: als iemand eenmaal allergisch is voor honden, kunnen diezelfde eiwitten juist astmaklachten verergeren.

Koop niet zomaar een hond!
Dit is allemaal handig om te weten, want kinderen brengen het grootste deel van hun tijd binnenshuis door, waar ze in aanraking komen met allerlei stoffen uit de omgeving. Hoewel we nog niet alles weten, helpt elk klein beetje om de ziekte te bestrijden. In Nederland kampt bijvoorbeeld zo’n 7 procent van kinderen en jongeren met astma. De ziekte kost Nederland jaarlijks bijna een half miljard euro. 

Toch moet je nu niet de deur uit om meteen een hond te gaan halen. De studie toont een verband aan, maar bewijst geen oorzakelijk verband. Ouders met honden in huis mogen zich gerustgesteld voelen, maar het is dus geen advies om zomaar een huisdier te nemen. Een huisdier nemen is een serieuze verantwoordelijkheid en moet niet licht worden opgevat. Het onderzoek is bovendien nog niet onderworpen aan collegiale toetsing. Het werd deze week gepresenteerd op het European Respiratory Society Congress in Amsterdam. 

Bronmateriaal

Fout gevonden?

Interessant voor jou

Voor jou geselecteerd