Bosmuizen in Japan blijken er verschillende tactieken op na te houden: sommigen pakken direct een kastanje en zijn daarna weer weg, terwijl anderen eerst even willen ruiken.
Stel: je bent een bosmuis en je komt ’s nachts op een open plek in het bos zes kastanjes tegen. Drie zien er in het maanlicht prima uit. De andere drie hebben een gaatje en ruiken een beetje vreemd. Pak je dan razendsnel de dichtstbijzijnde kastanje en ren je weg, of neem je eerst de tijd om te kiezen?
Onderzoekers van de Nagoya University in Japan volgden twee jaar lang bosmuizen die precies dit soort keuzes maakten op de bosbodem. En wat ze zagen is verrassend: de muizen splitsten zich grofweg in twee gelijke groepen. Ongeveer de helft inspecteerde de kastanjes eerst een paar seconden met de neus. De andere helft greep bijna meteen een willekeurige noot om zich vervolgens weer te verstoppen voor roofdieren. Het onderzoek is te vinden in Scientific Reports.
Voerplekken in het bos
Voor het onderzoek maakte het team voerplekken in het bos. Op elke plek legden ze telkens drie gezonde kastanjes en drie beschadigde kastanjes neer, met een duidelijk gat dat door een mottenlarve was gemaakt. Boven de voerplekken hingen camera’s die de hele nacht filmden. Zo konden de onderzoekers kijken zonder daarbij de dieren te storen.
In totaal legden ze 125 momenten vast waarop muizen kastanjes weghaalden. Ze herhaalden de proef twaalf keer per jaar, twee jaar lang. Daarbij keken ze naar twee soorten muizen: de grote Japanse veldmuis (Apodemus speciosus) en de kleine Japanse veldmuis (Apodemus argenteus). Beide soorten lieten dezelfde twee strategieën zien.
Leestip: Vallen dieren voor optische illusies? Wat vissen en vogels ons kunnen leren over perceptie
De ‘kieskeurige’ muizen deden vaak ongeveer vijf seconden over snuffelen, vergelijken en kiezen. Dat klinkt kort, maar voor een klein prooidier waar op gejaagd wordt kan elke seconde tellen. De andere groep muizen pakten de dichtstbijzijnde kastanje en verdwenen meestal binnen één tot twee seconden weer uit beeld.
Beide strategieën bleken voordelig te zijn: muizen die kritischer waren kozen veel vaker voor een onbeschadigde kastanje, maar liepen daarbij wel meer risico om gegrepen te worden door een roofdier. Snelle muizen beperkten dat risico, maar liepen het gevaar om een slecht nootje te pakken.
Teamlid Hisashi Kajimura zegt: “Uilen, marters en andere roofdieren jagen continu op deze muizen. Daardoor kan elke seconde bij zo’n voerplek mogelijk gevaarlijk zijn. Toch nemen sommige muizen de tijd om de beste kastanje te kiezen. Dat laat zien dat niet alleen snelheid, maar ook voedselkwaliteit belangrijk genoeg kan zijn om een risico voor te nemen.”
Hoe slecht is ‘slecht’?
Maar hoe slecht is zo’n beschadigde kastanje eigenlijk? Om dat te begrijpen sneden de onderzoekers honderd beschadigde kastanjes open. Daaruit bleek dat de motlarve in 95 procent van de gevallen tot aan 40 procent van de inhoud had opgegeten. Er bleef dus vaak nog een groot deel over (in het slechtste geval 60 procent van de originele inhoud). Tegelijkertijd zagen ze dat 90 procent van de beschadigde kastanjes van binnen verkleurd was geraakt en in 40 procent van de gevallen ook uitwerpselen van de larve bevatte. Dat geeft een sterke geur af en kan ook de voedingswaarde verlagen.
Volgens professor Rui Kajita verklaart dat waarschijnlijk waarom muizen zo veel snuffelen. Kajita: “De muizen zoeken vooral ’s nachts naar eten. Doordat er dan weinig licht is moeten ze het vooral hebben van hun neus. Op de video’s was dan ook duidelijk te zien ook te zien dat muizen kastanjes vooral herhaaldelijk besnuffelden voordat ze een keuze maakten.”
Uiteindelijk verdwenen alle kastanjes van de voerplekken, ook de beschadigde. Daaruit blijkt dat, zelfs als muizen de schade wel kunnen ruiken, ze het eten niet per se laten liggen. Kajita legt uit: “Kastanjes bevatten geen tannines. Eikels hebben die stoffen wel, en die kunnen knaagdieren dodelijk ziek maken of flink laten afvallen. Zelfs beschadigde kastanjes zijn daarom nog steeds een bruikbare en veilige voedselbron.” Sommige muizen lijken dus vooral eerst te willen voorkomen dat ze de allerslechtste kastanje kiezen, maar als het moet, eten ze later alsnog de slechtere exemplaren.
Perfecte balans
De grote vraag blijft nog wel waarom de balans tussen de twee strategieën bijna perfect fiftyfifty verdeeld is. In andere woorden: waarom is de ene muis een ‘voedselcriticus’ en de andere haast volledig onverschillig? De onderzoekers noemen mogelijke verklaringen waarbij ze wijzen op de mate van concurrentie en hoeveel ervaring of honger een muis heeft. Tegelijkertijd zijn al die factoren nog niet getest, waardoor het voor nu speculeren is geblazen. Het is in ieder geval al wel duidelijk dat beide keuzes een eigen voordeel hebben. Wie langer snuffelt kiest vaker beter. Wie sneller pakt verkleint mogelijk het risico om zelf gepakt te worden.
Dat is niet alleen interessant voor gedragsonderzoekers. Bosmuizen spelen ook een rol in de verspreiding van kastanjezaden. De plek waar ze noten heen slepen en begraven bepaalt mede waar nieuwe bomen opkomen. Verandert de hoeveelheid motschade in een bos, of verandert de veiligheid van de leefomgeving, dan kan dat het gedrag van muizen beïnvloeden en daardoor uiteindelijk ook welke bomen het goed doen.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Wetenschappers geschokt door bloeddorstige eekhoorns, die liever een muis eten dan een beukennootje en Kleine vleermuissoort blijkt een van de meest efficiënte jachtdieren ter wereld . Of lees dit artikel: In goedbedoelde vleermuiskast kunnen vleermuizen sterven door oververhitting .
Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week?
Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


