Een wetenschapshistorische analyse van het onderzoek naar Alzheimer liegt er niet om: het Alzheimeronderzoek zit muurvast.

Overheden, onderzoeksinstituten en non-profitorganisaties maken elk jaar enorme geldsommen vrij voor onderzoek naar Alzheimer. En elke week verschijnen er wel nieuwe studies die handelen over wat er in het brein van Alzheimerpatiënten gebeurt. Dat klinkt niet echt als een onderzoeksgebied in impasse. En toch zit het Alzheimeronderzoek vast, zo betogen twee Nederlandse historici. Ze baseren zich op een analyse van de geschiedenis van het onderzoek naar Alzheimer.

Analyse
En die analyse schetst een onthutsend beeld van een onderzoeksveld waarbinnen wetenschappers recht tegenover elkaar staan, de afgelopen dertig jaar eigenlijk nauwelijks grote doorbraken zijn geweest en een effectieve behandeling van de ziekte nog altijd heel ver weg lijkt. “Al jaren zit het onderzoek naar Alzheimer vast in een Groundhog Day-scenario,” zo moeten de twee historici concluderen. “Een eindeloze tijdlus zonder dat er een doorbraak in zicht lijkt.”

Het idee
Het idee voor de wetenschapshistorische analyse kwam opvallend genoeg van een farmaceutische wetenschapper die zich in gesprek met historicus Bert Theunissen – verbonden aan de Universiteit Utrecht – hardop verbaasde over het feit dat het onderzoeksveld er de afgelopen decennia maar niet in geslaagd was een doorbraak te forceren. Hoe was dat – ondanks de rijkelijk voorhanden zijnde financiering en de talloze nieuwe inzichten die gaandeweg waren verkregen – toch mogelijk? Ze vroeg Theunissen of hij dat eens – vanuit wetenschapshistorisch perspectief – kon uitzoeken. En de rest is – no pun intended – geschiedenis. Want begin deze maand publiceerden Theunissen en collega Noortje Jacobs – verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam – hun resultaten in het blad Journal of Alzheimer’s Disease.

Op slechte voet
“We hebben eigenlijk met een helikopterview naar de geschiedenis van het Alzheimeronderzoek gekeken,” vertelt Jacobs aan Scientias.nl. En dan zijn er een paar dingen die opvallen. Zo blijkt het onderzoeksveld weinig harmonieus te zijn. “Er zijn binnen het onderzoeksveld eigenlijk meerdere kampen die recht tegenover elkaar staan en verschillende ideeën hebben over Alzheimer.” Het grootste – en veruit bekendste en best gefinancierde – kamp hangt de uit 1992 stammende amyloïdhypothese aan. Volgens deze hypothese ligt aan Alzheimer een opeenhoping van het eiwit amyloïd-bèta ten grondslag. Daar tegenover staan de onderzoekers die niets in die hypothese zien. Sommigen hebben alternatieve ideeën en zoeken de oorzaak bij andere eiwitten of chemische processen. Anderen focussen liever op preventie of pleiten ervoor de ziekte meer vanuit een systemisch model te bekijken.

Grimmig
Nu is het natuurlijk niet ongebruikelijk dat wetenschappers het met elkaar oneens zijn. Maar in het Alzheimeronderzoek lijken de groepen ook echt op slechte voet met elkaar te staan, zo merkten de historici. “Het is soms zelfs grimmig,” stelt Jacobs. “Wetenschappers maken elkaar heel publiekelijk grote verwijten.” Ondertussen identificeren ze zichzelf in hun studies veelvuldig met beroemde historische figuren als Galileo Galilei en Niels Bohr. “Dat is iets wat je vaak ziet gebeuren als onderzoeksvelden vast komen te zitten,” weet Jacobs. “Dan worden figuren als Galileo – die streed tegen de kerk – te berde gebracht om te illustreren hoe alleen en onbegrepen wetenschappers zich voelen.”

In het eigen gelijk blijven hangen
Dat gevoel van eenzaamheid weerhoudt de Alzheimeronderzoekers er echter niet van in hun eigen gelijk te blijven hangen, zo moeten de historici concluderen. Voorstanders van de amyloïdhypothese houden bijvoorbeeld stug aan die hypothese vast, ook al levert onderzoek naar amyloïd-bêta-eiwitten wisselende resultaten op. Zo zijn er inmiddels weliswaar klinische en genetische data die de amyloïdhypothese lijken te onderschrijven en er dus op wijzen dat een opeenhoping van amyloïd-bèta-eiwitten de boosdoener is. En op basis van die data zijn onderzoekers ook op zoek gegaan naar manieren om die opgehoopte eiwitten op te ruimen, in de hoop Alzheimer zo effectief te kunnen behandelen. Maar hoewel het inmiddels mogelijk is om opgehoopte eiwitten in het brein van Alzheimerpatiënten op te ruimen, blijken de patiënten daar gek genoeg weinig baat bij te hebben. “Tegenstanders grijpen die resultaten aan om te verkondigen dat de amyloïdhypothese ontkracht en dus dood is,” vertelt Jacobs. Maar de voorstanders willen daar niet aan. “Zij stellen dan bijvoorbeeld weer dat de behandeling waarschijnlijk wel werkt als deze in een vroeger stadium van Alzheimer start en dat de uitgangspositie in die eerdere klinische studies dus gewoon niet juist was.” Het is zomaar een voorbeeldje van een situatie waarin beide ‘kampen’ in hun eigen gelijk blijven hangen. “En zo gaat het nu al jaren,” stelt Theunissen.

Financiering
Dat beide kampen het zich kunnen permitteren om in hun eigen gelijk te blijven hangen, heeft enerzijds weer alles te maken met financiering. Zoals gezegd gaat het leeuwendeel van het geld naar aanhangers van de amyloïdhypothese. In die hypothese is de afgelopen decennia – zowel door overheden als de farmaceutische industrie – al enorm veel geld gestopt. Op basis van die grote investeringen is het lastig of zelfs ondenkbaar dat de hypothese na een paar tegenvallers – zoals het klinisch onderzoek waarin het opruimen van de opeenhoping van eiwitten niet tot een vermindering van Alzheimersymptomen leidde – wordt losgelaten. “Inmiddels kun je de vergelijking trekken met een oceaanstomer die maar moeilijk van richting verandert,” stelt Theunissen. “Het alzheimeronderzoek is ‘too big to fail’, zeggen critici.” Ondertussen moet bijvoorbeeld onderzoek naar preventie van Alzheimer of betere zorg voor Alzheimerpatiënten of alternatieve ideeën over de oorzaak van Alzheimer het met aanzienlijk minder financiering doen, waardoor zij hun gelijk (of ongelijk) lastiger kunnen aantonen.

Wat is Alzheimer eigenlijk?
Maar er is nog een reden voor het feit dat wetenschappers in hun eigen gelijk blijven hangen, zo stellen Jacobs en Theunissen. Er is nog steeds onzekerheid over wat Alzheimer nu precies voor ziekte is. “Enige tijd geleden werd er nog wel gedebatteerd over de definitie van Alzheimer,” vertelt Jacobs. “Maar dat debat is gaandeweg naar de achtergrond geraakt.” En als je het niet eens bent over wat Alzheimer voor ziekte is, is het ook lastig om het eens te worden over het ontstaan en de beste behandeling van de ziekte.”

Loopgravenoorlog
In hun studie winden Theunissen en Jacobs er geen doekjes om; het Alzheimeronderzoek zit in een impasse. In hun artikel spreken ze zelfs van een ‘onoplosbare loopgravenoorlog’ tussen voor- en tegenstanders van de amyloïdhypothese. Het zijn heftige woorden die – gezien hun publicatie in het Journal of Alzheimer’s Disease – menig Alzheimeronderzoeker in de afgelopen weken onder ogen zijn gekomen. “Wetenschappers moeten dit lezen,” vindt Jacobs. “Ze moeten inzien dat dit al heel lang aan de gang is. En dat het ook consequenties heeft voor wat een Alzheimerpatiënt is en hoe we Alzheimerpatiënten behandelen.” Ze illustreert dat laatste aan de hand van een voorbeeldje. “Aan de hand van biomarkers kun je nagaan of mensen een verhoogd risico hebben om amyloïd-bèta-ophopingen te ontwikkelen en dus – volgens de amyloïdhypothese – een verhoogde kans op Alzheimer hebben. Als je in de amyloïdhypothese gelooft, is dat een levensveranderende diagnose – waarvan tegenstanders van de amyloïdhypothese vervolgens zullen zeggen dat die nog geen solide wetenschappelijke basis kent. Het laat wel zien dat de wijze waarop je een ziekte en ziektestadia definieert heel ingrijpend kan zijn.”

Alzheimer blijft ondertussen een enigma. En dat knaagt ongetwijfeld aan alle wetenschappers die Alzheimer bestuderen. Toch zit het onderzoeksveld vast en blijven de verwijten over en weer gaan. Een kant-en-klare-oplossing hebben de historici niet. Wel een dringend advies. “Het zou goed zijn als wetenschappers het hier over zouden hebben en zich ook afvragen in hoeverre die polemiek voorkomen kan worden. Want die verwijten hoeven misschien niet direct schadelijk te zijn, maar ze zorgen er doorgaans ook niet voor dat onderzoeksvelden floreren.” Juist door het gesprek aan te gaan en samen te werken, worden immers veelal (nieuwe) inzichten geboren. Of nieuwe inzichten ook werkelijk nodig zijn of één van de kampen het al bij het juist eind heeft, kan Jacobs onmogelijk inschatten. “Ik ben geen Alzheimeronderzoeker en ik denk dat er maar weinigen zijn die deskundig genoeg zijn om dat goed te kunnen beoordelen. Daarom hoop je ook dat de weinige mensen die dit wel allemaal snappen elkaar gaan vinden.”