Door klimaatverandering wordt het niet alleen droger, maar op sommige plekken ook behoorlijk natter. En ook dat is problematisch, zo blijkt.

Als je aan klimaatverandering denkt, dan zijn de stijgende temperaturen waarschijnlijk het eerste dat je te binnen schiet. Maar de aarde kampt niet alleen met hogere temperaturen en meer droogte, ook regenpatronen veranderen. Ondertussen is bekend dat insecten die aangepast zijn aan permanent natte omgevingen – zoals het tropische regenwoud – erg gevoelig zijn voor droogte. Maar hoe zit dat precies met extreme regenval? Kan het regenwoud eigenlijk ook té nat voor ze zijn?

Insecten-apocalyps
Volgens onderzoekers in een nieuwe studie is het heel belangrijk dat we die vraag beantwoorden. De laatste jaren horen we veel verontrustend nieuws over de teloorgang van insectenpopulaties. In de afgelopen twee decennia hebben duizenden studies de achteruitgang en uitsterving van insecten op elk continent – behalve Antarctica – beschreven. Sommigen vrezen zelfs dat we momenteel afstevenen op een heuse insecten-apocalyps.

Grimmig, maar onvolledig
De eerder gepresenteerde resultaten schetsen een grimmig, maar ook onvolledig beeld. Zo zijn de meeste onderzoeken in dichtbevolkte, gematigde streken uitgevoerd. En dat terwijl de helft van de insectendiversiteit zich in de tropen bevindt; een plek die aanzienlijk minder aandacht heeft gekregen. Als gevolg daarvan weten wetenschappers veel over slechts een klein deel van de bedreigde insectensoorten. Door deze onbalans weten we dus eigenlijk nog lang niet alles over hoe insecten zullen omgaan met het complexe probleem van klimaatverandering.

Peru
Om die leemte te vullen en meer inzicht te krijgen in hoe klimaatverandering insectenpopulaties beïnvloedt, reisden onderzoekers voor een uitgebreide, vijfjarige studie af naar Peru. Hier verzamelden ze meerdere keren per jaar insecten. Uiteindelijk wisten ze een indrukwekkende verzameling bestaande uit maar liefst 48.000 beestjes samen te stellen. Vervolgens vergeleken ze de periodieke aantallen met regen- en temperatuurmetingen gedurende het hele jaar.

Een greep uit de onderzochte, tropische insecten die blijkbaar niet alleen slecht tegen droogte kunnen, maar ook niet hele natte omstandigheden het hoofd kunnen bieden. Afbeelding: Felicity Newell

De bevindingen zijn best verrassend. Zo hadden de onderzoekers verwacht dat een piek in het aantal insecten verband zou houden met de groei van planten. Hoewel in de tropen de meeste bomen en struiken hun bladeren niet verliezen, vinden de meeste insecten jonge, nog verse blaadjes het lekkerst.

Regen
Maar opvallend genoeg ontdekten de onderzoekers iets anders. Zo blijken de aantallen insecten sterk onderhevig aan de hoeveelheid regen. En zowel te weinig, als te veel blijkt daarbij funest. “Het aantal geleedpotigen nam na drie maanden droogte af,” vertelt onderzoeker Felicity Newell. “Maar de aantallen namen ook na drie maanden uitzonderlijk natte omstandigheden af. De meeste insecten noteerden we tijdens gematigde regenval. Er bestaat dus eigenlijk een dynamisch evenwicht tussen te nat en te droog.”

Te nat
Het betekent dat tropische insecten extreem gevoelig zijn voor veranderende klimaten. Sterker nog, terrestrische geleedpotigen zijn volgens de onderzoekers vatbaarder voor klimaatverandering dan tot nu toe werd gedacht. Niet alleen is droogte problematisch, het kan blijkbaar ook té nat zijn. De onderzoekers zagen bijvoorbeeld dat het aantal insecten na korte perioden van zowel droogte als hevige neerslag met 50 procent afnam. “Insecten zijn dus bijzonder gevoelig voor veranderende regenpatronen,” concludeert Newell. “We zien dat extreme regenval op zeer korte termijn negatieve effecten kan hebben.”

Waarom?
De grote vraag is natuurlijk: waarom? De onderzoekers voerden verschillende experimenten uit om het exacte mechanisme achter de dalingen te achterhalen. Hieruit blijkt dat de meeste insecten zelfs een kleine vermindering van de luchtvochtigheid niet het hoofd konden bieden. Dit gold met name voor kleine insecten. Het team kan echter niet verklaren waarom nattere omstandigheden zo problematisch zijn. Mogelijk lopen insecten verwondingen op als ze door veel en grote regendruppels bekogeld worden of misschien ontstaan er als gevolg van frequentere stormen kortere foerageer-periodes. Een andere theorie stelt dat lagere temperaturen door langdurige bewolking de groei en ontwikkeling van insecten belemmert. “Weer een andere hypothese is dat er tijdens het regenseizoen meer schimmelsporen zijn, wat mogelijk leidt tot de opkomst van entomopathogene schimmels,” legt Newell uit. Een entomopathogene schimmel is een schimmel die insecten en andere geleedpotigen parasiteert en deze uiteindelijk doodt of zeer ernstige schade toebrengt. Ze komen veelvuldig in de tropen voor.

Wat de reden ook is, de onderzoekers maken zich grote zorgen over wat hun resultaten betekenen voor insecten – en de dieren die ervan afhankelijk zijn. “Insecten zijn ontzettend divers en belangrijk,” onderstreept Newell. “Ze spelen een essentiële rol bij verstuiving en ontbinding en dienen als voedselbron voor veel vogels en zoogdieren. Onze studie laat zien dat insecten reageren op extreme regenval, maar hoe ze op de lange termijn zullen reageren op veranderende klimaten, valt nog te bezien.”