Joodse slachtoffers werden kort voor ze de gaskamers binnengingen gedwongen de hangers – samen met hun overige sieraden en kleding – achter te laten.

Tijdens opgravingen in Sobibor zijn in totaal drie Joodse hangers teruggevonden. Twee ervan zijn aangetroffen in ruimtes waar slachtoffers gedwongen werden om zich – alvorens ze de gaskamers betraden – te ontkleden. De derde hanger werd ontdekt nabij een massagraf in het beruchte vernietigingskamp in Polen.

Sjema Jisrael
De hangers zijn allemaal verschillend, maar hebben ook een aantal dingen met elkaar gemeen. Zo staat op elk van de hangers aan de ene zijde een afbeelding van Mozes en de stenen tafelen met daarop de tien geboden. Aan de andere zijde staat het met de hand geschreven Hebreeuwse gebed ‘Sjema Jisrael’ (Hoor Israël). Dit gebed speelt een belangrijke rol in het jodendom. Zo maakt het onderdeel uit van het ochtend- en avondgebed en zit een deel van het gebed ook opgeslagen in de mezoeza: een klein tekstkokertje dat joden op de post van buiten- en sommige binnendeuren aanbrengen. Behalve op vaste momenten wordt het gebed ook uitgesproken als iemand zich in doodsnood bevindt.

Oost-Europa
Onderzoek heeft uitgewezen dat de drie hangers afkomstig zijn uit Oost-Europa: Oekraïne, Polen en het toenmalige Tsjechoslowakije om precies te zijn. Dat is geen heel verrassende bevinding, zo vertelt archeoloog Ivar Schute, die de opgravingen in Sobibor samen met Poolse en Israëlische archeologen leidde, maar de betreffende hangers – die al in 2016 werden ontdekt, maar eind vorige maand pas aan het publiek werden gepresenteerd – niet (bewust) heeft gezien. “De meeste slachtoffers waren Joodse Oost-Europeanen.”

Veel meer komen we over de eigenaren van deze hangers helaas niet te weten, zo stelt archeoloog Yoram Haimi, verbonden aan de IAA (Israel Antiquities Authority). “Er is weinig bekend over de hartverscheurende verhalen achter de hangers.” Wel hinten de hangers – die afkomstig zijn uit verschillende delen van Oost-Europa, maar overduidelijke overeenkomsten hebben – op het bestaan van een traditie of trend onder Oost-Europese joodse gemeenschappen, waarbij de leden daarvan hangers droegen met aan de ene zijde dat bekende gebed en aan de andere zijde een afbeelding van Mozes en de wet. Maar die voorzichtige bevinding roept ook weer nieuwe vragen op, zo erkent Haimi. “Werden ze door lokale joodse gemeenschappen verspreid in synagogen of misschien op aanvraag geproduceerd?” Vervolgonderzoek moet dat uitwijzen.

Hier zie je twee van de teruggevonden hangers. Links het gebed. Rechts de afbeelding van Mozes en de wet. Afbeelding: IAA.

Achtergelaten
Terwijl de hangers zo enkele nieuwe vragen oproepen, laten ze wat betreft het lot van degenen die de hangers droegen, weinig aan de verbeelding over. Zij stierven in de gaskamers van Sobibor. Dat in het vernietigingskamp meer dan zeventig jaar later nog dergelijke stille getuigen op ontdekking wachten, is goed te verklaren, vertelt Schute. “Sobibor is door de Duitsers afgebroken. Wat de Duitsers niet wilden hebben, bleef achter en werd later ontdekt in kuilen, waterputten, paalsporen, enzovoort. Er zijn al waanzinnig veel vondsten gedaan.”

Waardevol
En al die vondsten zijn stuk voor stuk van grote waarde. Want van Sobibor weten we relatief weinig. “Er zijn zes vernietigingskampen, allemaal in Polen,” zo vertelt Schute. Twee daarvan – Majdanek en Auschwitz – deden ook dienst als werkkamp. “Daarom is daar best veel over bekend: er zijn zo’n duizend getuigenissen over. Daarnaast is van deze twee kampen relatief veel overgebleven. Voor de andere vier – Sobibor, Belzec, Treblinka en Chelmno – is het aantal overlevenden zeer gering. Zo heeft Belzec drie overlevenden, waarvan er eentje een getuigenis heeft afgelegd. Sobibor heeft ongeveer 50 overlevenden. Bovendien hebben de Duitsers deze vier kampen met de grond gelijk gemaakt: er is niets van over.” Het maakt de archeologische vondsten een waardevolle bron van informatie. En soms is het zelfs de enige bron. “Van de vijftig overlevenden van Sobibor heeft niemand de gaskamers gezien,” vertelt Schute. “De fundamenten daarvan zijn door ons opgegraven.” En daarbij zijn ook veel spullen van slachtoffers teruggevonden. “Wij hebben vele tienduizenden voorwerpen geborgen.” Waaronder dus ook de drie hangers.

Het is belangrijk werk, zo benadrukt Schute. “Door archeologisch onderzoek kunnen structuren gezien worden, die niemand heeft gezien. Ook kunnen we voorwerpen ontdekken die iets over de mensen daar vertellen.” De vondsten maken bovendien tastbaar wat hier decennia geleden is gebeurd; naar schatting zijn in Sobibor zo’n 170.000 joden vermoord. Bijna 35.000 daarvan waren afkomstig uit Nederland. “Sobibor is na Auschwitz het grootste Nederlandse massagraf.”