Het bladerdak van een bos kan laten zien welke vogels ergens leven en hoe kwetsbaar die soorten zijn.
Wie vanuit een vliegtuig over het Amazoneregenwoud kijkt ziet vooral een enorm groene deken. Toch kijk je tegen iets aan dat veel minder eenvoudig is dan het lijkt: duizenden bladeren die allemaal net iets kunnen verschillen qua chemische samenstelling en structuur. Nu blijkt dat die verschillen kunnen laten zien welke vogels daar waarschijnlijk leven. Het onderzoek is te vinden in Nature Communications.
Op pad naar Peru
Voor het onderzoek bracht een team vanuit de lucht grote delen van het Peruaanse deel van het Amazoneregenwoud in kaart. Daarbij keken ze niet alleen naar de plek waar bomen groeien: ze maten ook verschillende eigenschappen van bladeren en van het bladerdak. Door het bladerdek ook met een spectrometer te bekijken konden ze onderlinge verschillen zien in stikstof, fosfor, calcium, water en verschillende stoffen waarmee planten zich beschermen.
Leestip: Wetenschappers vinden nieuwe kikker in een bos dat elk jaar overstroomt
“Door de geavanceerde metingen te combineren met al bekende ecologische gegevens brengen we niet alleen in kaart waar bomen staan”, zegt onderzoeker Greg Asner. “We brengen ook de verschillen in het bladerdak in beeld waardoor we beter kunnen zien hoe het ecosysteem werkt.”
Verschillende bossen
De onderzoekers gebruikten die informatie om de bossen van Peru in te delen in zes typen bos. Die bossen verschillen bijvoorbeeld in het soort bodem waar ze op groeien, of hoe vochtig het daar gemiddeld is. Vervolgens vergeleken de onderzoekers die kaart met gegevens over meer dan 1300 bosvogelsoorten.
Daaruit kwam een duidelijk patroon naar voren. Sommige soorten bos trekken vooral grotere vogels aan, die zich vaak langzamer voortplanten. Hieronder vallen bijvoorbeeld zogenoemde ‘moerasbossen’, die in het noorden van het Amazonegebied voorkomen.
Andere bossen zijn juist aantrekkelijk voor kleinere soorten. Zo vond het team in het laagland van Peru bossen die regelmatig overstromen. In dezelfde bossen komen vaak vooral kleinere vogels voor die minder lang leven. Ook leggen deze vogels vaak meer eieren in hun nest. Bovendien zijn in deze bossen vaak veel zangvogels te vinden.
Algemenere verbanden
In de lagere delen van de Andes vonden de onderzoekers weer een ander patroon: de vogels die daar leven worden door de mens vaak op meerdere manieren bedreigd. In hogergelegen bossen speelt dat veel minder. Teamlid George Olah zegt: “met dit onderzoek laten we zien dat de samenstelling van een bos veel kan zeggen over de manier waarop vogels leven. Tegelijkertijd laat het onderzoek ook zien hoe kwetsbaar de vogels in een bepaald soort bos doorgaans zijn.”
Daarbij is het belangrijk om te noemen dat het onderzoek vooral het bestaan van algemenere verbanden laat zien, wat vooral betekent dat er belangrijke uitzonderingen kunnen bestaan. Daarnaast werkten ze met verspreidingskaarten. Deze kaarten laten vaak vooral op grote lijnen zien waar soorten voortkomen. Volgens het team is de gebruikte methode daarom vooral geschikt om grotere patronen op landschapsschaal zichtbaar te maken.
Vertekend beeld
De komst van zo’n methode zou heel handig kunnen zijn voor natuurbeschermers. Momenteel wordt voor het toewijzen van middelen vaak gekeken hoeveel bos ergens nog over is en hoeveel soorten ergens leven.
Leestip: Vogels verdwijnen zelfs op plekken waar hun leefgebied wel goed beschermd is
De onderzoekers waarschuwen dat de daaruitvolgende vergelijkingen een vertekend beeld op kunnen leveren: twee bossen kunnen op papier erg op elkaar lijken, maar tegelijkertijd ecologisch enorm van elkaar verschillen. Zo tellen sommige bossen in het noorden van het Amazonewoud relatief weinig soorten. Tegelijkertijd beschikken de soorten die daar wel voorkomen vaak over bijzondere eigenschappen.
De ruimte in
De onderzoekers denken dat de gebruikte onderzoeksmethode in de toekomst verder opgeschaald en uitgebreid kan worden. Zo denken ze dat in de toekomst satellieten dezelfde soort metingen vanuit de ruimte zouden kunnen doen. Echter zou met zo’n oplossing een veel groter gebied gevolgd kunnen worden.
Volgens Asner is dat belangrijk omdat een bos ‘onder de motorkap’ flink kan veranderen. Asner: “Het in kaart brengen van de biologische verschillen in het bladerdak van de Amazone is belangrijk, omdat we op deze manier veel meer vogelsoorten tegelijkertijd kunnen monitoren. Dat zorgt ervoor dat we gebieden gerichter kunnen beschermen.”
De kern van het onderzoek is daarmee eigenlijk heel eenvoudig: niet elk (tropisch) bos is hetzelfde. Als je alleen kijkt naar hoeveel bos ergens nog staat mis je daardoor belangrijke verschillen in hoe dat bos werkt en in welke dieren ervan afhankelijk zijn.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Waarom deze therapeuten mensen met afasie soms vogels laten kijken en Waarom alleen het aanleggen van nieuwe bossen niet genoeg is . Of lees dit artikel: Kunnen bijen ook profiteren van ontbossing? Op Fiji lijkt dat soms het geval te zijn .
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

