Je denkt dat je er goed aan doet: lekker trainen voor een halve marathon, eindelijk dat buikje kwijt. Maar is dat wel zo? Onderzoekers schrijven nu dat fanatieke sporters van boven de 35 moeten oppassen voor hartproblemen.
Eerst een disclaimer: regelmatig sporten is supergezond. Het verkleint het risico op hart- en vaatziekten en sporters leven gemiddeld drie tot zes jaar langer dan wie nauwelijks beweegt. Het gaat dus ook nadrukkelijk om mensen die ineens héél veel gaan sporten.
Volgens de publicatie van een groep internationale wetenschappers, onder leiding van het Nederlandse Radboudumc, komen bepaalde hartritmestoornissen en slagaderverkalking juist vaker voor bij zware sporters. Die herkennen dat vaak niet bij zichzelf, omdat de problemen zich anders uiten: niet door bijvoorbeeld pijn op de borst of kortademigheid maar door plots teruglopende prestaties. “Als je prestaties als intensieve sporter opeens onverklaarbaar achteruit gaan en dat ook even aanhoudt. Dus niet als je net een griepje gehad hebt of een tijdje wat minder getraind hebt”, legt Thijs Eijsvogels, universitair hoofddocent inspanningsfysiologie bij Radboudumc, uit in de Volkskrant.
Hij gaf leiding aan de studie en reageert op de bevindingen. “Sporters zijn zeker gezonder dan de algemene bevolking die niet sport. Als je inactief bent, heb je het grootste risico. Ga je meer bewegen, dan neemt dat risico af. Maar als je extreem veel sport, neemt je risico mogelijk weer toe, al is dat inderdaad nog steeds kleiner dan bij mensen die niet voldoende bewegen.”
Lastig om hartklachten te herkennen
De publicatie van Eijsvogels brengt de stand van kennis samen over een reeks afwijkingen die in de groep extreme sporters relatief vaak voorkomt: boezemfibrilleren, trage hartritmestoornissen, kameraritmie, kransslagaderverkalking, aortaverwijding, myocardfibrose (overmatig bindweefsel in de hartspier) en een mogelijk door inspanning veroorzaakte aritmogene cardiomyopathie (waarbij spierweefsel in de hartkamers wordt vervangen door vet- en bindweefsel).
Een van de duidelijkste bevindingen betreft boezemfibrilleren. Hoewel zware sporters gemiddeld minder klassieke risicofactoren hebben, zoals obesitas, hoge bloeddruk of diabetes, komt boezemfibrilleren juist vaker voor. Bij skiërs zou de prevalentie ongeveer twee keer zo hoog zijn als in een vergelijkbare algemene populatie. Ook neemt het risico toe naarmate trainingsduur en -intensiteit hoger zijn.
Lage hartslag in rust
Een lage hartslag in rust is meestal normaal bij fanatieke duursporters. Tegelijk wijzen de nieuwe gegevens erop dat langdurige duursport ook samenhangt met een hogere kans op bepaalde hartritmestoornissen. In studies bij langlaufers is ontdekt dat ze vaker een pacemaker nodig hebben dan de gemiddelde bevolking. Dat gold vooral voor mannen, toppresteerders en deelnemers aan veel wedstrijden.
Ook aderverkalking komt bij mannen en topduursporters vaker voor, maar juist minder bij mensen die net iets minder fanatiek sporten. Een hoge cardiorespiratoire fitheid blijft dus gunstig: meer training en betere fitheid lijken het risico te verlagen binnen alle categorieën van aderverkalking. De auteurs onderstrepen echter dat intensieve training geen vervanging is voor de standaard behandeling met bijvoorbeeld cholesterolverlagers.
Belangrijk punt is tot slot dat de begeleiding van deze sporters lastig is, omdat bestaande richtlijnen meestal gebaseerd zijn op gegevens van mensen die nauwelijks bewegen. Daardoor zijn ze maar beperkt toepasbaar op hele fitte fanatieke sporters. Daarnaast signaleren de onderzoekers dat deze groep vaak terughoudend is met medicatie, onder meer uit angst voor prestatieverlies.
Blijf bewegen
In het algemeen is de boodschap duidelijk: sporten is gezond en zware duursporters profiteren van hun fitheid, maar dat sluit hart- en vaatziekten niet uit. De auteurs pleiten daarom voor zorg op maat met aandacht voor klassieke risicofactoren.
“Blijf vooral in beweging, want de risico’s van niet bewegen zijn groter dan die van wel bewegen. Er is ook niks mis met trainen voor een marathon, maar let dan wel op dat je dat rustig opbouwt, zowel in hoe vaak je traint als in hoe intensief je dat doet”, aldus Eijsvogels in de Volkskrant. En als je een dagje ouder wordt, kan het geen kwaad om regelmatig je bloeddruk te laten controleren.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Waarom het gezonder is om verschillende soorten sporten te doen en Eindelijk meer duidelijk over waarom sporten de kans op kanker verkleint. Of lees dit artikel: Gebruik social media explodeert onder jongeren: geen tijd meer voor vrienden, sporten of muziek.
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


