Hoewel jongvolwassenen beter kunnen oppassen met het drinken van alcohol, blijken veertigplussers er soms zelfs baat bij te hebben.

Een goed wijntje of verfrissend biertje op het terras; wie houdt er met dit warme weer niet van? Toch waarschuwen wetenschappers steeds vaker voor de gezondheidsrisico’s die met het drinken van alcohol gepaard gaan. In een nieuwe studie namen onderzoekers de kwestie wederom onder een vergrootglas en rapporteerden de (opvallende) verschillen tussen leeftijd, geslacht en zelfs geografische regio. En de nieuwe analyse, gepubliceerd in The Lancet, leidt tot verrassende nieuwe inzichten in de consumptie van alcohol en voor wie dit juist wel en niet gezond is.

Jongeren
De boodschap van de onderzoekers is duidelijk. Want hoewel met name jongvolwassenen regelmatig een drankje lusten, kleven er voor hen juist meer na- dan voordelen aan. Sterker nog, uit de analyse blijkt dat er voor jongvolwassenen (aangemerkt als iedereen tussen de 15 en 39 jaar) helemaal geen gezondheidsvoordelen aan het drinken van alcohol verbonden zitten. Voor hen brengt het daarentegen alleen maar gezondheidsrisico’s met zich mee.

Teveel
Volgens de onderzoekers heeft dit er deels mee te maken dat jongvolwassenen vaker teveel alcohol drinken. In 2020 nuttigden bijvoorbeeld 1,34 miljard jongvolwassenen, woonachtig in 204 verschillende landen, schadelijke hoeveelheden alcohol. 76,6 procent van hen was man. Wanneer er teveel gedronken wordt, kan dit vervolgens leiden tot ongelukken en zelfs (zelf)moord. Daarom stellen de onderzoekers de maximale aanbevolen hoeveelheid alcohol voor mensen tussen de 15 en 39 jaar vast rond gemiddeld 0,136 standaardglazen per dag (dus iets meer dan een tiende van een standaardglas). Voor vrouwen ligt de gemiddelde dagelijkse maximale aanbevolen hoeveelheid iets hoger, rond de 0,273 standaardglazen (ongeveer een kwart van een standaardglas).

Wat is een standaardglas?
Een standaardglas is equivalent aan 10 gram ethanol (chemisch zuivere alcohol). Dit komt overeen met een klein glas rode wijn (van 100 ml) met 13 procent alcohol per volume, een blikje/flesje bier (van 375 ml) met 3,5 procent alcohol per volume of een bodempje sterke drank (ongeveer 30 ml) met 40 procent alcohol per volume.

Voor veertigplussers hebben de onderzoekers beter nieuws. Want de studie toont aan dat volwassenen van veertig jaar of ouder zonder onderliggende gezondheidsproblemen baat kunnen hebben bij – weliswaar kleine – hoeveelheden alcohol. Zo kan het bijvoorbeeld het risico op hart- en vaatziekten, beroertes en diabetes verminderen.

Verschillen per regio
Hoe gezond een wijntje of biertje is, hangt dus deels af van de leeftijd. Iets dat misschien nog wel te begrijpen is. Maar de onderzoekers komen ook tot de ontdekking dat dit tevens afhankelijk is van waar je woont. Ondertussen hebben meerdere studies aangetoond dat het drinken van alcohol gelinkt is aan verschillende ziektes. Maar de verdeling van de ziektelast blijkt aanzienlijk tussen verschillende regio’s te variëren. In Noord-Afrika en het Midden-Oosten kan 30,7 procent van de mensen tussen 55 en 59 jaar met hart- en vaatziekten in verband worden gebracht met het drinken van alcohol, terwijl dit in Sub-Sahara-Afrika 20 procent is. Daarnaast is ook het percentage alcoholgerelateerde kankergevallen hoger in Noord-Afrika en het Midden-Oosten dan in Sub-Sahara-Afrika, met 12,6 procent tegenover 9,8 procent. Daarentegen is in Sub-Sahara-Afrika 10,1 procent van de tuberculosegevallen te wijten aan alcohol, tegenover ‘slechts’ 1 procent in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

De belangrijkste bevindingen uit de studie weergegeven in een infographic. Afbeelding: The Lancet

De onderzoekers tonen aan dat het nuttigen van alcohol – en wanneer dit goed of juist kwaad doet – dus niet voor iedereen hetzelfde is. Aanbevelingen over hoeveel men kan drinken zou dan ook niet alleen gebaseerd moeten zijn op leeftijd, maar ook op lokale ziektecijfers.

Richtlijnen
De onderzoekers tonen aan dat niet iedereen over één kam geschoren kan worden. Een ‘veilige’ hoeveelheid alcohol is afhankelijk van meerdere variabelen. “Onze schattingen, gebaseerd op het momenteel beschikbare bewijs, ondersteunen dan ook richtlijnen die verschillen per leeftijd en regio,” stelt onderzoeksleider Dana Bryazka. “Inzicht in de variatie van de consumptie van alcohol die het risico op gezondheidsaandoeningen verkleint, kan onder andere helpen bij het opstellen van effectieve consumptierichtlijnen en beleid die op alcoholgebruik toezien.”

De studie is in tegenspraak met eerder onderzoek, waarin wetenschappers juist benadrukten dat het drinken van alcohol, ongeacht de hoeveelheid, gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. De nieuwe studie laat echter zien dat dit misschien te kort door de bocht is. “Onze boodschap is simpel,” zegt onderzoeker Emmanuela Gakidou. “Jongeren zouden niet moeten drinken, maar ouderen kunnen baat hebben bij het nuttigen van kleine hoeveelheden alcohol. Hoewel het misschien niet realistisch is om te denken dat jongvolwassenen zich zullen onthouden van alcohol, denken we dat het belangrijk is om het laatste wetenschappelijke bewijs te communiceren, zodat iedereen weloverwogen beslissingen kan nemen over zijn of haar gezondheid.”