Is een marathon lopen slecht voor je hart? Tien jaar durende studie geeft het antwoord

Een marathon zal op menig lijstje met goede voornemens staan, maar wie hem weleens gelopen heeft, weet: het valt tegen. Het trainen kost gigantisch veel tijd en de marathon zelf is een aanslag op je lichaam. En dan is er ook nog die vrees: is het niet slecht voor je hart?

Het meest geruststellende antwoord op die vraag komt van een tien jaar durende studie onder 152 recreatieve marathonlopers. De onderzoekers onderzochten het hart van de deelnemers voor en direct na een marathon en volgden hun hartgezondheid vervolgens een decennium lang. De conclusie is opvallend duidelijk: ondanks tijdelijke veranderingen in het hart direct na een race, is er geen bewijs voor blijvende schade.

Een korte hapering

Na een marathon bleek vooral de rechterkamer van het hart, die het bloed naar de longen pompt, tijdelijk minder goed te functioneren. Dat klinkt zorgwekkend, maar die verminderde pompkracht herstelde zich binnen enkele dagen. Cruciaal is dat er over de volledige tien jaar geen tekenen waren van blijvende achteruitgang van het hart.

Dat is belangrijk, want in eerdere studies bestond daar twijfel over. Die kwam vooral voort uit bloedonderzoek na langeafstandswedstrijden. Bij veel lopers worden na een marathon verhoogde waarden gemeten van troponine, een eiwit dat essentieel is voor de samentrekking van de hartspier, maar dat in het bloed terechtkomt bij hartschade.

Troponine voorspelt hartaanval

Troponine is normaal gesproken de belangrijkste marker om een hartinfarct vast te stellen. Verhoogde waarden zetten artsen meteen op scherp. Dat diezelfde stof na een marathon omhoogschiet, lijkt dus zorgwekkend. Maar dat is het niet. In ziekenhuizen worden troponinewaarden altijd beoordeeld in combinatie met klachten, hartfilmpjes en scans.

Na langdurige inspanning stijgt het troponinegehalte echter vaak zonder dat er sprake is van verstopte kransslagaders, een hartaanval of blijvende schade. Onderzoek laat zien dat veel gezonde marathonlopers na een race boven de gebruikelijke medische grenswaarden uitkomen, terwijl hun hartscans normaal zijn en ze geen symptomen van een infarct hebben.

Die stijging lijkt vooral te wijzen op tijdelijke stress van de hartspiercellen. Echo’s en MRI-scans laten zien dat het gaat om kortdurende veranderingen in hoe het hart zich samentrekt. Door rust verdwijnen die veranderingen weer.

De kwetsbare rechterhartkamer

Opvallend is dat vooral de rechterkant van het hart wordt belast. Tijdens langdurige inspanning moet deze kamer bloed door de longen persen, waar de druk flink oploopt. Verschillende studies laten zien dat de rechterkamer na lange races tijdelijk vergroot is en minder efficiënt werkt. Maar ook hier geldt: na korte tijd keert het hart weer terug naar normaal.

Wat de nieuwe langlopende studie toevoegt, is de geruststelling dat deze herhaalde, kortdurende belasting bij de meeste recreatieve lopers niet leidt tot blijvende schade. Structuur en pompkracht van het hart bleven binnen gezonde grenzen.

Onderliggende hartziektes

Dat betekent niet dat een marathon lopen zonder risico is. Intensieve inspanning kan verborgen hartziekten aan het licht brengen, vooral problemen met de kransslagaders. Een recent Brits voorbeeld, waarbij een 42-jarige loper na klachten aanvankelijk werd gerustgesteld en later overleed aan een hartaanval, onderstreept dat gevaar. Bij hem ging het echter niet om een onschuldige troponinestijging door inspanning, maar om een onderliggende hartziekte die niet werd herkend.

Dat onderscheid is cruciaal. Pijn op de borst, extreme benauwdheid of een plotselinge instorting tijdens of na inspanning mogen nooit worden weggewuifd omdat iemand fit is. Bij klachten wijst een verhoogde troponinewaarde meestal op iets heel anders dan de goedaardige stijging die bij gezonde lopers na een marathon wordt gezien.

Overigens zijn sterfgevallen tijdens marathons zeldzaam. Grote analyses schatten het risico op ongeveer één overlijden per 100.000 deelnemers, een cijfer dat de afgelopen decennia is gedaald dankzij betere medische begeleiding. Als het misgaat, ligt de oorzaak vrijwel altijd bij een niet-gediagnosticeerde hartaandoening, niet bij schade door het lopen zelf.

Nog altijd discussie

Toch is de discussie niet helemaal afgerond. Bij sporters die jarenlang extreem intensief trainen, zijn er aanwijzingen voor littekenvorming in de hartspier, zogeheten fibrose. Hart-MRI’s laten zien dat sommige oudere duursporters kleine littekens hebben.

Een bekend voorbeeld is de zogeheten Ventoux-studie, genoemd naar de beruchte berg uit de Tour de France. Van 106 mannelijke wielrenners en triatleten boven de 50 bleek bijna de helft tekenen van fibrose te hebben, tegenover nauwelijks gevallen bij niet-sporters. Deze littekens hingen samen met een verhoogde kans op hartritmestoornissen, soms potentieel gevaarlijk. Tegelijk zijn ernstige problemen ook hier zeldzaam en verschillen de uitkomsten sterk per persoon. Genetische aanleg, trainingsintensiteit en trainingsjaren spelen vermoedelijk een grote rol.

Alles bij elkaar maakt onderzoek dus duidelijk dat het hart van de meeste recreatieve marathonlopers zich aanpast en niet beschadigd raakt. Tijdelijke veranderingen na races en kortdurende troponinestijgingen weerspiegelen zware inspanning, geen blijvend letsel.

Bronmateriaal

"Long-Term Changes in Ventricular Function in Recreational Marathon Runners" - JAMA Cardiology
Afbeelding bovenaan dit artikel: RUN 4 FFWPU / Pexels

Fout gevonden?

Interessant voor jou

Voor jou geselecteerd