Een nieuw rapport van het IPCC, het klimaatpanel van de VN, maant de mensheid tot actie.

Dit najaar moet het zesde klimaatrapport verschijnen van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) van de Verenigde Naties. Dat wordt geschreven door drie werkgroepen. De eerste werkgroep, die zich bezighoudt met de natuurwetenschappelijke achtergrond van de klimaatverandering, maakte afgelopen zomer zijn weinig hoopgevende bevindingen bekend. Vandaag was het de beurt aan Werkgroep II, die zich richt op de impact van de klimaatverandering op mens en natuur. Een kleine greep uit wat er zoal te lezen is in dit rapport.

‘Bijna onomkeerbaar’

Wat weer en klimaat betreft, zijn er meer en grotere uitschieters te zien geweest wat betreft hitte, zware regenval, droogte enzovoort, meldt Werkgroep II. Meer dan in het vorige IPCC-rapport, uit 2014, worden die veranderingen toeschreven aan de door de mens veroorzaakte klimaatverandering.

Gevolgen van die uitschieters zijn bijvoorbeeld het verbleken en afsterven van koraal, boomsterfte, en hogere sterftecijfers onder mensen ten gevolge van de hitte. Over dat laatste is het rapport trouwens wel wat minder stellig. Datzelfde geldt voor de claim dat tropische stormen ons steeds harder raken ten gevolge van hogere zeespiegels en hevigere regenval.

Ook de biodiversiteit heeft flink te leiden onder de klimaatverandering, vervolgt het rapport. “Bij benadering de helft van de soorten die wereldwijd bekeken zijn, zijn verschoven richting pool of, op het land, naar grotere hoogtes.” Daarnaast zijn er lokaal honderden soorten verdwenen en zijn er grote sterftes gesignaleerd, zowel op het land als in de zee.

Verder ontdooit ten gevolge van de klimaatverandering de permafrost – ondergrond die normaal gesproken altijd bevroren blijft – op plekken, en trekken gletsjers terug. Veranderingen die het IPCC-rapport typeert als “bijna onomkeerbaar geworden”.

Weliger tierende ziektes

Wat de gevolgen voor de mens betreft, leidt de klimaatverandering tot een minder grote voedsel- en waterzekerheid. Vooral mensen in Afrika, Azië, Midden- en Zuid-Amerika, en de poolgebieden zijn daar de dupe van geworden. En “grofweg de helft van de wereldbevolking heeft minstens gedurende een deel van het jaar te maken met ernstige waterschaarste”. Wel is die schaarste maar voor een deel toe te schrijven aan de klimaatverandering.

Los van honger en dorst noemt het rapport allerlei andere ziektes die door de klimaatverandering weliger tieren. Ziektes die worden overgebracht door muggen en andere dieren komen meer voor doordat het verspreidingsgebied van de overbrengers groter is geworden, of doordat de overbrengers meer nakomelingen op de wereld zetten. Ziektes die van dier naar mens overspringen – zoals covid – ontstaan in meer gebieden. Ook het feit dat mensen blootstaan aan meer rook (van bosbranden), stof in de atmosfeer, en stoffen die allergische reacties veroorzaken, leidt tot gezondheidsproblemen.

Weinig lichtpuntjes

Het rapport zoomt specifiek in op steden, waar inmiddels meer dan de helft van de wereldbevolking woont. Daar komen hittegolven en luchtvervuiling nog harder aan. Vooral de armere stadsbewoners hebben te lijden onder deze en andere negatieve gevolgen van de klimaatverandering.

Nu zijn er ook wel gebieden waar de klimaatverandering positief uitpakt, economisch gezien. Daar zorgt een hogere temperatuur voor een lager energieverbruik, of voor meer inkomsten uit toerisme. Ook zijn er gebieden waar de klimaatverandering de landbouwopbrengst heeft laten groeien. Maar in zijn algemeenheid moet je zulke lichtpuntjes met een lantaarntje zoeken in het rapport.

Zorgwekkend is vooral dat de gebieden waar het toch al niet geweldig gaat volgens de Werkgroep het hardst geraakt worden. Denk aan landen waar veel armoede is, waar de overheid zijn zaakjes niet op orde heeft, of waar gewapende conflicten worden uitgevochten. Of alle drie.

1,5 graden

En is het tij nog te keren? Tja, als we de opwarming weten te beperken tot 1,5 graden (een grote ‘als’), zou dat “de voorspelde verliezen en schade flink doen afnemen, maar ze niet allemaal kunnen voorkomen”.

Loopt de temperatuur op met meer dan 1,5 graden, dan wordt het op allerlei fronten een stuk erger. Meer soorten die dreigen uit te sterven, overstromingen veroorzaken meer schade, er is nog minder beschikbaar water, de voedselzekerheid wordt nog slechter… En zelfs als we maar tijdelijk over die 1,5 graden temperatuurstijging heen gaan, zullen sommige gevolgen onomkeerbaar zijn.

Wat betreft aanpassingen die we kunnen doorvoeren om de klimaatverandering beter aan te kunnen: daarbij gaat het voor een groot deel over het managen van te veel of te weinig water. Denk aan dijken, irrigatiesystemen, enzovoort. Maar, zo waarschuwt het rapport, veel van de manieren om watergerelateerde problemen aan te pakken, worden minder effectief naarmate de temperatuur sterker stijgt.

‘Geen ruimte voor twijfel’

Al met al, zoals te verwachten, een nogal deprimerend rapport. Daarbij heeft het er niet de schijn van dat een handjevol doemdenkers hun ideeën erdoor heeft gedrukt toen even niemand keek. Het rapport telt 270 auteurs, nog eens 675 mensen droegen bij aan de tekst, meer dan 60.000 commentaren werden verwerkt, en over het resultaat werd twee weken vergaderd door vertegenwoordigers van de bijna tweehonderd leden van de Verenigde Naties. Afgelopen zondag gaven die hun akkoord, waardoor vandaag het resultaat wereldkundig kon worden gemaakt.

En nu? Zorgen dat de temperatuur niet verder stijgt dan die 1,5 graden, en ondertussen ervoor zorgen dat alle gebieden die risico lopen zich beter kunnen wapenen tegen de gevolgen van klimaatverandering. “Het wetenschappelijk bewijs laat geen ruimte voor twijfel”, zegt Hans-Otto Pörtner, covoorzitter van de werkgroep. “De klimaatverandering bedreigt de mensheid en de gezondheid van de planeet. Als we nog langer wachten met een wereldwijde, gerichte aanpak, missen we onze kans om ons van een leefbare toekomst te verzekeren.”

Het rapport zelf, de technische samenvatting en de samenvatting voor beleidsmakers zijn hier te downloaden. Werkgroep III, die het tegengaan van de klimaatverandering als onderwerp heeft, komt naar verwachting in april 2022 met zijn bevindingen.